nieuws

Verkeersmodellen dikwijls misbruikt

bouwbreed

Paul Oortwijn vindt na-mens de ONRI dat Rijkswaterstaat zich sterk moet maken voor een standaardisatie van de eisen, de functionaliteit en de referentiewaarden bij de toepassing van verkeersmodellen. En dat er veel eerder gekeken moet worden naar de relatie tussen het verkeersmodel en het verantwoord besluit.

Veel infrastructuurprojecten worden of zijn vertraagd door problemen in het planvormings- en besluitvormingsproces. Steeds vaker wordt daarbij gewezen op zogenaamde rekenfouten bij de toepassing van verkeersmodellen. Vervolgens gaat de vinger naar de ontwikkelaars en gebruikers van die modellen, te weten Rijkswaterstaat en de verkeersadviesbureaus.
Mede door de media-aandacht, is de kans groot dat er een soort verkramping bij deze partijen plaatsheeft met aansluitend het voornemen om het niet weer te laten gebeuren. Daar is op zich niets mis mee want van fouten moet je leren. De ONRI vraagt zich echter af of hierbij wel de goede lessen worden getrokken. Zij ziet geen oplossing in het verfijnder maken van modellen als het Nieuw Regionaal Model (NRM) en verder gaan met de ontwikkeling van één standaard modelvorm voor heel Nederland. Veel eerder moet ge-keken worden naar de relatie tussen middel (verkeersmodel) en doel (verantwoord besluit). Ver-keersmodellen hebben niet de pretentie exact de toekomst te kunnen voorspellen. Allereerst geven modellen nooit een perfecte beschrijving van de werkelijkheid.
Het is ook niet mogelijk om alle factoren die een rol zouden kun-nen spelen in een modelbenadering mee te nemen. Het willen benaderen van de echte werkelijkheid maakt modellen uiterst complex, moeilijk valideerbaar en log in het gebruik. Modellen houden ook bijna geen rekening met de snelheid en de mate waarin mensen reageren op veranderde omstandigheden, en tenslotte bestaan er grote onzekerheden over allerlei sociaaleconomische en demografische voorspellingen. En deze voorspellingen vormen de input voor de modellen. Met ver-keersmodellen kunnen er zorgvuldige vergelijkingen gemaakt worden tussen alternatieve oplos-singen onder variërende scenario’s. Zij helpen ons dus wel om de meest gunstige oplossing te kie-zen, echter zonder de effecten van die oplossing exact te kunnen voorspellen. Dat is ook niet erg, zolang we maar weten wat we doen. Men moet dus heel voorzichtig zijn deze modeluitkomsten als een absoluut gegeven te beschouwen, wat nog al eens gebeurt bij het invoeren van deze uitkomsten in geluid- en luchtkwaliteitmodellen. De uitkomsten van deze modellen worden weer getoetst aan harde grenswaarden, aan wettelijke normen. En vervolgens bepaalt deze toetsing of een pro-ject aan de wettelijke randvoorwaarden voldoet of niet. Dit moet dus anders, het kan ook anders.
ONRI stelt zich op het standpunt dat het veel beter zou zijn om met de verschillende modellen ook de marges van de uitkomsten vast te stellen en deze mee te nemen in het besluitvormingsproces.

Rechtszekerheid

Aangetoond zou moeten worden of bij een te kiezen oplossing voldoende compenserende maatregelen te nemen zijn om ook in het geval de bovengrens van de marge bereikt wordt er aan de wettelijke eisen kan worden voldaan. Pas dan kan een gekozen oplossing een vol-doende valide keuze zijn. Dit houdt niet in dat onmiddellijk al die com- penserende maatregelen ook moe-ten worden uitgevoerd. In dat ge-val kan er prima worden gerea-
geerd op de effecten van allerlei tussentijdse ontwikkelingen. Het is veel beter voor de rechtszekerheid van de burger om in de fei-telijke situatie de werkelijk optre-
dende effecten te meten en te mo-nitoren om vervolgens op basis van die uitkomsten de passende compensatiemaatregelen te tref-fen. Moet er dan door RWS niet langer geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van een verkeersmodel als het NRM? Nee, dat niet, maar volgens ONRI zou RWS zich hierbij, in afstemming met de la-gere overheden, sterker moeten maken voor standaardisatie van de eisen, de functionaliteit en de refe-rentiewaarden dan voor de model-toepassing zelf. Dat laatste kan prima door de verkeersadviesbureaus worden vormgegeven, waar-bij telkens goed gekeken wordt of het gekozen model wel past bij de vraagstelling. Deze aanpak leidt tot de ontwikkeling van een bruik-baarder instrumentarium dan we nu tot onze beschikking hebben. Tegelijk creëer je ruimte voor innovatieve modelvormen, zoals dynamische verkeersmodellen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels