nieuws

Roder rood, blauwer blauw en groener groen

bouwbreed

De Noord-Zuidlijn is doorgetrokken tot in Zaanstad, op Schiphol landen alleen nog elektrisch aangedreven superjets en in Almere wonen 600.000 mensen. Welkom in de Metropoolregio Amsterdam. Een reis door 2040.

Wat tot voor kort nog Noordvleugel heette,

Uw verslaggever werkt inmiddels meer dan 35 jaar voor het dagblad voor de bouw – dat alweer bijna het 185-jarig jubileum gaat vieren – en moet met zijn 65 jaar nog minstens tien jaar door tot hij van zijn welverdiend pensioen mag gaan genieten. Maar is dat erg? Niet als we de beleidsmakers uit 2008 mogen geloven. Want die stonden met hun ‘Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040′ aan de wieg van wat inmiddels tot één van de prettigste regio’s om te wonen en te werken ter wereld is gaan behoren.
En dat is ook precies wat de visionairs aan het begin van dit millennium voor ogen stond. Visionairs als Maarten van Poelgeest, tegenwoordig minister van Staat maar toen nog wethouder van Amsterdam en voorzitter van de bestuurlijke kerngroep Noordvleugel. En Ton Hooijmaijers, destijds vice-voorzitter en gedeputeerde van Noord-Holland, tegenwoordig de drukte ontvlucht en woonachtig in Drenthe alwaar hij een aantal jaren commissaris van de koning was. De twee presenteerden hun plannen op een koude en winderige vrijdag in februari 2008 aan een grote groep lokale en regionale volksvertegenwoordigers en ambtenaren van een dikke vijfentwintig gemeenten en twee provincies.
De visie was de weerslag van ruim een jaar vergaderen en brainstormen en steunde grotendeels op het idee dat de netwerkregio zoals die destijds nog bestond, moest worden doorontwikkeld tot een Europese metropool. Een metropool die bovendien moest worden gekenmerkt door diversiteit en menging (economisch, sociaal, cultureel, landschappelijk, ecologisch en qua woon-, werk- en vrijetijdsmilieus) en die duurzaam zou zijn (in de zin van klimaatbestendigheid en een verbeterde luchtkwaliteit).

Hoofdstad

In het gezelschap dat tot 2008 nog Noordvleugel heette ontstond in de eerste jaren van het millennium het idee dat de netwerkregio rondom Amsterdam het vooral van de hoofdstad moest hebben. Of zoals Van Poelgeest het destijds al eens verwoordde: “Als je een van de andere gemeenten in het buitenland wilt presenteren als vestigingsgebied voor nieuwe bedrijven, vraagt iedereen: Ehh… Almere? Waar is dat?” In de ‘Amsterdam Metropolitan Area’ dus. Hooijmaijers meldde op de slotconferentie Noordvleugel: “De naamsverandering markeert een omslag. De stad is groter geworden dan de gemeente. We gaan gezamenlijk de schouders zetten onder het verder versterken van de internationale concurrentiekracht van deze metropoolregio.”
Van over de hele wereld werden vervolgens de deskundigen ingevlogen. Uit Canada kwam hoogleraar Stedelijke studies en Stadsplanning Hutton en vanuit Australië professor Westerbeek. Eerstgenoemde vloog, met een nog door een kerosinemotor aangedreven, helikopter over het noordelijk deel van de Randstad en nam waar dat de regio enorm verschilde van andere metropolen in de wereld. “Dit is uniek: een metropool zonder periferie. Waar vind je dat?”, liet hij zich ontvallen.
De bestuurders van toen besloten dat unieke karakter uit te buiten in hun toekomstvisie. Sterker nog, het unieke moest zelfs extra worden benadrukt. Om het vervolgens in planologenjargon uit te drukken: “Rood moet roder, groen groener en blauw blauwer.” De buitenlandse deskundigen constateerden verder dat Amsterdam met zijn historisch bewezen kracht op de gebieden marktaandeel, investeringen, geschoolde arbeid en toerisme en omliggend gebied met veel groen en water weliswaar niet het prestige zal kennen als Londen en Parijs, maar toch zonder meer de competitie aankan met Milaan, Barcelona, Stockholm, Hamburg, München en Kopenhagen.
De opdracht die de lokale volksvertegenwoordigers in Zaandam meekregen: “Ga in de komende 32 jaar aan de slag, maar vergeet niet dat het ‘Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040’ de blauwdruk is. Het raamwerk waarbinnen jullie mogen, nee móeten, ontwikkelen.” En aldus geschiedde.
Het boekwerk dat de volksvertegenwoordigers meekregen, bevatte vier stevige ambities die de verschillende lagere overheden waar moesten maken. Ten eerste sprak men van ‘Stedelijke intensivering en transformatie’, wat er in heeft geresulteerd dat we nu – in 2040 – Almere als tweede stad van Nederland moeten erkennen. Alle woningbouwplannen hebben zich in de jongste Flevopolder en in de Haarlemmermeer geconcentreerd. Verder werd de verrommeling van het landschap aangepakt en ontstonden er meer gebieden waar wonen en werken werden gecombineerd.
Onder het kopje ‘Metropolitane bereikbaarheid’ werden de verschillen openbaar vervoerplannen samengebracht. Daar waar de gemiddelde forens in 2010 nog uren van zijn tijd in kilometerslange files doorbracht, zoeft het werkvolk tegenwoordig in zeven minuten van Almere naar Schiphol met een magneetzweeftrein. De Noord-Zuidlijn die in 2015 gereed kwam, is thans doorgetrokken tot in Zaanstad. De Zuidas ligt op net drie minuten treinen van Schiphol. De enkele asfaltwegen die sinds 2010 zijn bijgebouwd bevatten daardoor slechts een fractie van de auto’s van dertig jaar geleden.
Ook het hoofdstuk ‘Metropolitaan Landschap’ is voortvarend ten uitvoer gebracht. De huidige metropoolbewoners weten niet beter of hun woonomgeving maakt deel uit van een natuurlijk netwerk van graslandschappen, duinen, plassen, bos en veen. Niet alleen voor recreatie, maar onderdeel van een natuurlijk waterbergingssysteem dat de metropool beschermt tegen de uitwassen van het veranderde klimaat: zeiknatte, zachte winters en kurkdroge hete zomers. Want dat was de vierde opgave: ‘Duurzaamheid en klimaatbestendigheid’. Nederland, en met name de Randstad, worstelde in die tijd met de vraag hoe ons landje te beschermen tegen hogere waterstanden en inzakkende grond door droogte. Een probleem dat in de jaren die volgden adequaat werd aangepakt door de aanleg van enorme (natuurlijke) bassins en overloopgebieden. Alle watersystemen werden zelfvoorzienend en bij de inrichting van de metropool werd klimaatbestendigheid leidend.

Keuzes

Regeren is vooruitzien, zeker op het gebied van stedenbouw en -planning, en de bestuurders van toen durfden het aan duidelijke keuzes te maken die door de genaraties na hen zijn ingevuld. Het resultaat laat zich inderdaad niet vergelijken met supersteden als New York, Parijs en Beijing, waar de stadscentra worden omringd met nog immer uitdijende voorsteden. De Amsterdam Metropolitan Area is wellicht geen exacte kopie geworden van wat Van Poelgeest en Hooijmaijers voor ogen stond, maar we mogen als een van de ruim drie miljoen inwoners van onze Amsterdamse regio ook niet klagen. Files zijn geschiedenis, de natuur is dichtbij en biedt ons bescherming en de rommelige bedrijventerreinen die de horizon ooit vervuilden bestaan niet meer. 2080 here we come! ■

Metropoolregio Amsterdam overleg

Het metropoolregio Amsterdam overleg is een overleg van lokale en regionale overheden in de noordelijke deel van de Randstad. Deelnemers zijn de gemeenten Aalsmeer, Almere, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Bennebroek, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Diemen, Edam-Volendam, Haarlem, Haarlemmerliede-Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Landsmeer, Laren, Muiden, Naarden, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wijdemeren, Wormerland, Zaanstad, Zandvoort, Zeevang, de provincies Noord-Holland en Flevoland, de Stadsregio Amsterdam en de stadsdelen Osdorp, Noord en Zuidoost.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels