nieuws

Rijkswaterstaat spijkert kennis aannemerij bij

bouwbreed

Rijkswaterstaat trekt steeds meer mensen aan uit de aannemerij. Het vakmanschap uit de bouw is dringend nodig om als professionele opdrachtgever goede zaken te kunnen doen met de bouwnijverheid.

Directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat geeft grif toe dat het bouwkundig niveau bij zijn dienst een zwak punt is. “Wij hebben meer kennis van de aannemerij nodig. Gelukkig zien we een shift van mensen uit de markt die naar ons toe komen”, aldus Keijts gisteren tijdens het congres van PSI Bouw en Kivi Niria over de veranderende rol van de ingenieurs.
Professor Hennes de Ridder vroeg zich in Ede af of Rijkswaterstaat nog wel in staat is dikke aanbestedingsrapporten op waarde te beoordelen. “Die doctorandussen van jullie weten toch alleen wat van management?” Zonder aarzeling de reactie van Keijts: “Ook van management weten ze niet alles af. Het is een punt, we hebben meer bouwkundige kennis nodig. Het is een zorgenkind”.
Voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland riep in Ede de ingenieurs op om uit hun laboratorium te komen. “Uit je huis, uit je hok. In het verleden zijn de ingenieurs iets te veel met hun eigen oplossingen bezig geweest. In de huidige tijd moet meer rekening gehouden worden met de context.”
De ingenieurs zullen volgens Brinkman steeds meer individueel worden aangesproken. De samenleving bemoeit zich in toenemende mate met de specialisten. De oplaaiende discussies moeten wat Brinkman betreft niet gezien worden als teken van wantrouwen maar als resultaat van een steeds bredere betrokkenheid.
Bestuursvoorzitter Jan Bout van ingenieursbureau Royal Haskoning is overtuigd dat de bouw nog maar aan het begin zit van een rigoureus veranderingsproces. “We gaan van aanbod- naar vraaggestuurd. Er moet een gehele nieuwe generatie opstaan die het anders wil en ook doet. Per woning 24,5 fouten, dat kunnen we toch niet accepteren? Kijk eens wat er gebeurt als je een auto aflevert met 24,5 fouten”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels