nieuws

Oorspronkelijke stijleenheid in Haags Catshuis

bouwbreed

Er komt een diepgaand onderzoek naar de Catshuisbrand. Dat heeft Balkenende de Tweede Kamer in een emotioneel debat beloofd.

Er komt een diepgaand onderzoek naar de Catshuisbrand. Dat heeft Balkenende de Tweede Kamer in een emotioneel debat beloofd.
De rijksrecherche gaat aan de slag om na te gaan wie schuldig is aan het drama waarbij door het gebruik van thinner een schilder om het leven kwam. Uit de geschiedenis van het Catshuis blijkt dat er veel meer problemen met het onderhoud en de huisvesting zijn geweest.
Toen Pim Fortuyn zijn politieke aspiraties bijna zag lukken liet hij optekenen als toekomstig minister-president ook in het Catshuis te gaan wonen. Er zou dan wel het nodige aan vertimmerd moeten worden. Hij noemde in dat ver-band ook de bouw van darkrooms in de kelders van het gebouw. Of dat serieus bedoeld was zullen we nooit weten, maar er ging toen wel een siddering door historie- en architectuurminnend Nederland en de zo rustige Haagse wijk Zorgvliet waar het Catshuis ligt. Door noodlottige omstandigheden kon Fortuyn zijn idealen niet verwezenlijken, maar het pand zelf werd stevig onder handen genomen. Niet zozeer om er een woonhuis van te maken, maar veel meer om er een representatieve ontvangstruimte voor het kabinet van te maken. Dat is in twee instanties – in 2004 brandt een deel van het huis af waarbij een schilder om het leven komt – dan ook gebeurd en sinds 2007 functioneert het Catshuis ook als zodanig.
Bij de meest recente en overigens sterk bekritiseerde verbouwing van de ambtswoning van de minister-president heeft de Rijksgebouwendienst getracht wat meer oorspronkelijke stijleenheid in het Catshuis aan te brengen. Die kritiek ging deels in over het exterieur – het verwijderen van de luiken en het kappen van vele bomen op het terrein, maar ook om het interieur dat – volgens critici – veel te veel de sfeer van Jean de Bouvrie zou hebben.
Over de geschiedenis van de bouw en verbouw en dus over de geschiedenis van de bewoners verscheen ter gelegenheid van de oplevering “Van buitenhuis tot ambtswoning”.
“De geschiedenis heeft van het Catshuis een gefragmenteerde lappendeken gemaakt uit verschillende bouwperiodes. Aan de ene kant is dat te betreuren, want al die ingrepen zijn gedaan zonder dat men zich rekenschap gaf van de historie van het huis. Maar aan de andere kant is die lappendeken ook een indrukwekkende afspiegeling van de bouwvisies die elkaar door de eeuwen heen opvolgden”. Dat concludeert Sander Grip in de publicatie van het Ministerie van Algemene Zaken, die laat zien hoe dichter en
raadspensionaris Jacob Cats in 1652 op zijn landgoed Sorghvliet een woning laat bouwen, die in latere eeuwen verbouwd, verwaarloosd en weer uitgebreid wordt. Tot aan het einde van de 19e eeuw is het pand in het bezit van het Koninklijk Huis, daarna koopt de Haagse wethouder Adriaan Goedkoop het gebied en neemt zijn intrek in het huis.
De Staat der Nederlanden koopt het Catshuis en de overgebleven gronden enige tijd later en verbouwt het tot ambtswoning. Alleen Victor Marijnen, Jo Cals en Piet de Jong maakten hier als minister-president gebruik van. Hun opvolgers gebruikten het slechts (sporadisch) voor representatieve ontvangsten. En dat is nog steeds zo.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels