nieuws

Ontbrekende kennis houdt productie biobrandstof op

bouwbreed

Zelfs de Landbouwuniversiteit van Wageningen weet niet exact aan te geven welk deel van een landbouwgewas ‘voedsel’ en welk deel ‘afval’ is, constateert Paul Gosselink van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij. Door deze leemte in de kennis stagneert volgens hem de verwerking van biomassa tot brandstof en bouwmateriaal.

Pas wanneer het onderscheid tussen voedsel en afval op papier staat, vervalt een groot deel van de wettelijke belemmeringen die nu voorkomen dat voedsel in biobrandstof wordt omgezet. Wat Gosselink betreft gaat het dan vooral om biomassa die tot ‘groen gas’ wordt vergist. Vloeibare biobrandstof als ethanol dat met conventionele brandstof wordt gemengd, biedt volgens hem niet meer kansen dan er nu zijn. “Raffinaderijen vergen forse investeringen en het blijft maar de vraag of het geld dat straks aan nieuwe capaciteit wordt uitgegeven, zich ooit terugverdient”, vertelde hij in Eindhoven tijdens de conferentie ‘Regionale kansen voor biomassa en waterstof’.
Voorzitter Paul Hamm van het Platform Groene Grondstoffen zet vooral in op vloeibare biobrandstof. Daar wordt ook het meeste werk van gemaakt, constateert hij, buiten Nederland. Nu nog aan de slag in Nederland met biobrandstof “is al te laat”, omdat er in Azië veel meer werk van wordt gemaakt. “De kennis en de kunde zijn aanwezig om als Nederland een positie als koploper in te nemen maar we brengen die kennis maar met aarzeling in de praktijk en schrikken er dan voor terug.” Dat komt misschien omdat groene energie een revolutie betekent “en revoluties liggen Nederland niet zo erg.”
Dat laat onverlet dat de verdiensten met groene energie ronduit goed zijn. “Gras waaruit biobrandstof kan worden gemaakt kost gemiddeld 60 euro per ton”, becijfert Hamm; “het geraffineerde eindproduct levert tienmaal zoveel op.”
Biomassa is de beste manier om CO2op te slaan. “Het is namelijk een groeigas”, brengt Hamm nog maar eens in herinnering. Met zulke groeibevorderende eigenschappen dat onderzoekers van de Universiteit van Tokyo overwegen er ‘oceaanwoestijnen’ mee tot leven te brengen; plekken in de oceanen waar elke vorm van leven ontbreekt door een tekort aan voedingsstoffen. “En dat zijn dezelfde stoffen als die in varkensurine zitten!”
Brandstof is maar één van de mogelijkheden die biomassa biedt, vindt Hamm. Er valt bijvoorbeeld ook rubber van te maken op de manier zoals de rubberboom dat doen met veel CO2en nog wat mineralen.

Rubber

De kwaliteit van natuurrubber is vele malen beter dan die van synthetisch rubber. DSM, goed voor 34 procent van de markt voor EPDM, wil zijn kunstrubberfabriek van de hand doen. Dat is niet voor niets. Het bedrijf wil 30 procent van zijn benodigdheden in 2030 uit biomassa halen. Ook andere bedrijven zoeken voortvarend naar de mogelijkheden van wat anderen beschouwen als ‘afval’.
Dan is er nog het waterstof dat al sinds jaar en dag geldt als dé vervanger van de fossiele brandstoffen. “Nu instappen is nog lang niet te laat”, meent Menno Ros van Energieonderzoek Centrum Nederland. Waarbij hij onderstreept dat waterstof een drager is van energie en dat het dus moet worden gemaakt. Dat gebeurt al op grote(re) schaal in bijvoorbeeld de industrie zoals bij Akzo Nobel die er mede de energie mee maakt die voor de processen nodig is. Rijkswaterstaat gebruikt waterstof om er via brandstofcellen elektriciteit mee te maken om richtingaanwijzers mee te verlichten.
Ros ziet vooral kansen voor mobiele toepassingen, zoals het wegverkeer dat in 2050 voor de helft op waterstof zou moeten rijden. Voor in huis en in de utiliteit biedt het beduidend minder kansen. “Micro-warmtekrachtkoppeling levert met de teruglevering van teveel gegenereerde elektriciteit meer problemen met de energievoorziening dan het oplost.” Groen gas biedt wat hem betreft meer kansen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels