nieuws

Hoogbouw kan leidentot onaanvaardbare windhinder

bouwbreed

De Afdeling bestuursrecht Raad van State heeft de goedkeuring van twee bestemmingsplannen van de gemeente Amsterdam die voorzien in de bouwplannen in de Amsterdamse Zuidas, vernietigd (uitspraken van 12 maart, zaaknummers 200604662/1 (bestemmingsplan Mahler 4) en 200607251/1 (bestemmingsplan Gershwin)). In beide zaken wordt gesteld dat het onder-zoek dat is gedaan naar windhinder als gevolg van het bestemmingsplan dat voorziet in hoogbouw, ondeugdelijk is. In het kader van beide plannen is in opdracht van de gemeente Amsterdam door een deskundig bureau een zogenoemd hoogbouweffectrapport opgesteld wat is onderbouwd met een windhinderonderzoek. Een hoogbouweffectrap-

De Afdeling bestuursrecht Raad van State heeft de goedkeuring van twee bestemmingsplannen van de gemeente Amsterdam die voorzien in de bouwplannen in de Amsterdamse Zuidas, vernietigd (uitspraken van 12 maart, zaaknummers 200604662/1 (bestemmingsplan Mahler 4) en 200607251/1 (bestemmingsplan Gershwin)). In beide zaken wordt gesteld dat het onder-zoek dat is gedaan naar windhinder als gevolg van het bestemmingsplan dat voorziet in hoogbouw, ondeugdelijk is. In het kader van beide plannen is in opdracht van de gemeente Amsterdam door een deskundig bureau een zogenoemd hoogbouweffectrapport opgesteld wat is onderbouwd met een windhinderonderzoek. Een hoogbouweffectrap-
portage is niet wettelijk verplicht zoals een milieu-effectrapportage, maar zal ter onderbouwing van een bestemmingsplan dat voorziet in hoogbouw, doorgaans wel noodzakelijk zijn.

Acceptabel

Uit beide hoogbouweffectrapportages (voor het bestemmingsplan Gershwin én Mahler 4) blijkt dat als gevolg van de voorziene nieuwbouw de windhinder in de plangebieden zal toenemen. Er moeten maatregelen getroffen worden, zo wordt geadviseerd in de rapportages, om de windhinder tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. In de hoogbouweffectrapportage bestemmingsplan Mahler 4 wordt geadviseerd aanvullende begroeiing te plaatsen langs de wegen rondom het plan binnen het plangebied. Met die maatregel kan een matig doch overwegend acceptabel windklimaat binnen het plangebied wordt verwacht. In de hoogbouweffectrapportage bestemmingsplan Gershwin wordt geconcludeerd dat op twee locaties het windklimaat als overwegend matig tot slecht moet wordt beschouwd. Het ontwerp van de openbare ruimte en de gevels speelt een belangrijke rol bij het bereiken van een aanvaardbaar windklimaat, aldus de hoofdbouweffectrapportage. Wat beide uitspraken op dit punt interessant maakt, is dat de Afdeling bestuursrechtspraak in de ene zaak, bestemmingsplan Mahler 4, niet van oordeel is dat een aanvaardbaar windklimaat is gewaarborgd en in de andere zaak, bestemmingsplan Gershwin, wel.

Vormgeving

Wat is het verschil tussen beide bestemmingsplannen? In het bestemmingsplan Gershwin is een planvoorschrift opgenomen waarmee het College van burgemeester en wethouders bevoegd is nadere eisen te stellen met betrekking tot de plaatsing en de vormgeving van bouwwerken met een hoogte van 60 meter of meer ter voorkoming of beperking van windhinder. Daarbij kan het College tot een windtunnelonderzoek verplichten voor de locaties waar een matig tot slecht windklimaat wordt verwacht. Een dergelijke bepaling is niet opgenomen in het bestemmingsplan Mahler 4. De gemeente heeft tijdens de zitting wel aangegeven de nodige maatregelen (zoals het planten van begroeiing) te treffen. Maar omdat die maatregelen niet zijn opgenomen in het bestemmingsplan Mahler 4, is de Afdeling bestuursrechtspraak van mening dat de gemeente zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een aanvaardbaar windklimaat is gewaarborgd. Mede op grond hiervan is de goedkeuring van het bestemmingsplan Mahler 4 vernietigd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels