nieuws

Ervaring met duurzaam inkopen is nodig

bouwbreed

Duurzaam inkopen is in opkomst. Er is echter nog niet veel ervaring mee terwijl de markt wel volop in beweging is. De ambitie van de Rijksoverheid is om in 2010 bij 100 procent van de inkopen duurzaamheid als factor mee te nemen. Voor provincies en waterschappen is dat 50 procent en gemeenten streven naar 75 procent in 2010 en 100 procent in 2015.

Het streven van de overheid naar 50 procent tot 100 procent duurzaam inkopen zal belangrijke gevolgen hebben voor de wijze van aanbesteden van werken door de overheid. In de selectie- en gunningscriteria zullen duurzaamheidscriteria steeds vaker een belangrijke en soms doorslaggevende rol gaan spelen. Voor aanbesteders en inschrijvers is dit geen sinecure; het stellen van duurzaamheidscriteria en het (beste) voldoen daaraan met een inschrijving vergt een extra inspanning van beide partijen.
En dat die inspanning geleverd moet gaan worden, is duidelijk, gezien genoemde ambities van de overheid omtrent duurzaam inkopen. Voor de aanbesteder betekent dit, dat de criteria zo gesteld moeten worden dat hij ook daadwerkelijk aan de partij gunt die een duurzaam ontwerp en duurzame werkwijze aanbiedt. Maar daarnaast gelden ook de gebruikelijke eisen aan de criteria: proportionaliteit, gelijke behandeling en transparantie.
SenterNovem ontwikkelt momenteel selectie- en gunningscriteria voor de Grond- Weg- en Waterbouw (zie www.senternovem.nl/duurzaaminkopen). Standaard selectie- en gunningcriteria lijken echter minder geschikt, omdat door gebruik ervan de kans op het stellen van niet passende en disproportionele criteria groot is. Dit is de afgelopen jaren duidelijk geworden doordat te vaak bij de voorbereiding van aanbestedingen de criteria uit voorgaande aanbestedingen onaangepast worden overgenomen.
Kennis omtrent het opstellen van duurzaamheidscriteria en weten wat er mogelijk is binnen de Nederlandse en Europese aanbestedingsregelgeving is daarom onontbeerlijk om maatwerk te leveren.
Wanneer de aanbesteder duidelijk voor ogen heeft welke criteria hij ten aanzien van duurzaamheid wil stellen, is het vervolgens de vraag hoe die criteria inhoud worden gegeven. Worden de criteria geïntegreerd in de kwaliteitscriteria of een herkenbare rubriek met een eigen percentage? Criteria dienen objectief te zijn, maar hoe kunnen duurzaamheidscriteria worden geobjectiveerd? Worden de criteria geformuleerd als harde eisen (zogenoemde knock-out criteria)? Wanneer de ambitie is dat er 100 procent duurzaam wordt ingekocht, zal dat inderdaad het geval moeten zijn. Daarnaast kunnen dan eisen als wensen worden geformuleerd waarop inschrijvers punten kunnen scoren.
Het Instituut voor Bouwrecht organiseert een studiemiddag waarin duurzaam inkopen toegespitst op het aanbesteden van duurzame bouwprojecten onderwerp van bespreking is. Cursisten leren wat er mogelijk is binnen de aanbestedingsregelgeving en hoe criteria ten aanzien van duurzaamheid inhoud gegeven kunnen worden. Dr. ir. A.G. Bregman, senior stafmedewerker van het Instituut voor Bouwrecht te Den Haag en mr. A.G.J. van Wassenaer van Catwijck, advocaat Allen 0x26 Overy LLP te Amsterdam verzorgen deze middag beiden een inleiding.
Het publiekrechtelijke kader wordt bij dit alles nog wel eens over het hoofd gezien. Dit komt dan ook uitgebreid aan de orde in de bijdrage van Bregman. Kernbegrippen die ook aanbestedingsrechtelijk niet vergeten mogen worden: de principes van de tweewegenleer en de reikwijdte van art. 122 Woningwet. Op het gebied van milieu en duurzaamheid bestaat immers publiekrechtelijke regelgeving, denk aan de energieprestatienormen in het Bouwbesluit. Maar denk ook aan de regelgeving omtrent hergebruik van bouwstoffen in het Bouwstoffenbesluit en de opvolger van dit besluit, het Besluit bodemkwaliteit. In hoeverre stelt de publiekrechtelijke regelgeving grenzen aan het stellen van duurzaamheidscriteria?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels