nieuws

Toch weer celstraf voor constructeur rampsteiger

bouwbreed

Terwijl een werkstraf was geëist, kreeg de constructeur van de Amer-steiger in hoger beroep toch weer een celstraf opgelegd. Het hof schaarde zich achter TNO en verwees deskundigenrapporten die hem zouden vrijpleiten naar de prullenbak.

De advocaten van constructeur Marc S. konden gisteren nog niet zeggen of ze in cassatie gaan tegen de uitspraak die aanzienlijk hoger uitpakte dan de eis. De aanklager had 480 uur werkstraf geëist en de Belgische constructeur had al laten weten daaraan mee te zullen werken. Hoewel het juridisch heel lastig is om een taakstraf op te leggen aan een iemand die niet in Nederland woont. Maar dat speelde in het eindoordeel van het gerechtshof allemaal geen rol. Het hof vond dat in de geëiste werkstraf de laakbaarheid van het gedrag van de constructeur niet tot uitdrukking komt. Zeker gezien de fatale gevolgen van zijn gedrag. Daarom legde het een straf op van twaalf maanden cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Bij de rechtszaak in eerste aanleg was twaalf maanden onvoorwaardelijk opgelegd. Bij het ongeval met de ruim 60 meter hoge steiger in de Amercentrale kwamen eind september 2003 vijf gritstralers om het leven en raakten er drie zwaar gewond.
Het hof haalde flink uit naar Albuko, het steigerbouwbedrijf waarvoor S. werkte. Het vindt dat het bedrijf onverantwoorde risico’s nam door het ontwerp van de steiger bij S. neer te leggen die gewend was dat op traditionele manier te doen, zonder op de computer een sterkte- en stabiliteitstoets uit te voeren. Maar dat sluit de eigen verantwoordelijkheid van een specialistisch vakman volgens het Hof niet uit. Marc S. had de complexiteit van de opdracht en de daaraan verbonden risico’s moeten doorzien.

Onafhankelijk

Dat niet bewezen was dat de steiger was bezweken doordat schoren in de Noord-Zuidrichting ontbraken, zoals de advocaten van de constructeur bepleitten, wilde er bij het Hof niet in. Het schaarde zich achter de rapporten van prof. Ir. H.H. Snijder, hoogleraar constructief ontwerpen aan de TU Eindhoven. Die was als onafhankelijke derde ingeschakeld nadat het hof eerst geen oordeel kon vellen tussen de elkaar tegensprekende rapporten van TNO en van de Belgische deskundige dr. Y. Willems die door Albuko en de constructeur was ingeschakeld. Snijder onderschreef alle consclusies van TNO en wees op een aantal fouten en ongerijmdheden in Willems’ reconstructie van het ongeval. Volgens Willems had TNO een te slappe steiger gemodelleerd en was de feitelijk gerealiseerde steiger veel stijver. Die was dus niet ingestort door het ontbreken van schoren, maar doordat de ondergond waarop hij afsteunde, de trogwand onderin de ketel, zou zijn uitgebogen. Dat zou de verantwoordelijkheid voor het ongeval bij de eigenaar van de stoomketel, energiebedrijf Essent, hebben gelegd.
Willems’ argumenten werden door het Hof een voor een onderuit gehaald. De Belgische expert had een veel te groot traagheidsmoment van de steigerpijpen gebruikt bij zijn berekeningen die daardoor een veel te rooskleurig beeld gaven van de stabiliteit van de steiger.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels