nieuws

Bouwtempo opvoeren kwestie van vertrouwen

bouwbreed

Met 4000 nieuwe woningen SBRShet afgelopen jaar is het bouwtempo in de stadsregio Arnhem-Nijmegen flink opgevoerd. Regionale ontwikkelstrategieën, waarin gemeenten en ontwikkelaars afspraken maken, legden de basis voor de snelle bouwproductie.Ruim drie jaar geleden maakten de stadsregio, de gemeenten Arnhem, Nijmegen en Overbetuwe, de provincie en het Rijk de afspraak om in vijf jaar tijd een kleine 25.000 nieuwe woningen te bouwen. Een enorme opgave, die door een gelijkmatige fasering meteen het eerste jaar al een verdubbeling van de productie betekende. Woningbouwregisseurs Bert de Jong en Gijp Termaat kijken tevreden terug.

Het opvoeren van het bouwtempo ging “natuurlijk niet van de ene dag op de andere”, relativeren woningbouwregisseurs Bert de Jong en Gijp Termaat de resultaten van de eerste periode. Het College van Bestuur van de stadsregio verwacht dat de deadline van 2010 ondanks de achterstand nog kan worden gehaald. “Of dat lukt of niet, die 25.000 woningen komen er”, zegt De Jong stellig.
In het versnellingsproject Tempo KAN! werken de woningbouwregisseurs in opdracht van de stadsregiogemeenten. Drie keer per jaar gaan zij bij de twintig gemeenten langs om op bestuurlijk niveau de voortgang van de bouwprojecten te bespreken en zo nodig advies te geven.
De gemeenten hebben de woningbouwplannen vastgelegd in werklijsten, die de rode draad vormen van het versnellingsproject. “Gemeenten zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun plannen worden uitgevoerd”, zegt De Jong. “In vergelijking met de voormalige woningbouwcontingenten is hierdoor een veel realistischer beeld ontstaan.”
Als een van de eerste stappen in het versnellingsproject werd met de provincie Gelderland overeengekomen dat bijna alle plannen op de werklijsten een artikel 19-2 vrijstelling zouden krijgen. Dat maakte meteen korte metten met langdurige procedures als knelpunt in bouwprojecten. Maar gemeenten moeten volgens de regisseurs zelf ook beter plannen en anticiperen op bijvoorbeeld archeologisch onderzoek en flora- en faunawetgeving. “Het vraagt van gemeenten een meer project- en planmatige werkwijze.”
In het project draait veel om het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten en corporaties en ontwikkelaars. “Het is vooral een kwestie van vertrouwen”, benadrukt Termaat. Dat de kostendeskundigheid tussen gemeenten en ontwikkelaars niet gelijk verdeeld is, maakt vertrouwen niet eenvoudig. Cursussen, workshops en themabijeenkomsten, bijvoorbeeld over Europees aanbesteden of luchtkwaliteit, moeten het kennisniveau bij gemeenten opkrikken. “Overleg verloopt dan makkelijker”, ervaart Termaat. Bovendien is het netwerken tijdens deze bijeenkomsten van belang. “Zo ontstaat een mentaliteit van met elkaar optrekken om een gezamenlijk doel te bereiken.”
De prijsvorming van zowel bouwgrond als bouwprogramma is een van de belangrijkste knelpunten in het proces. De oplossing is volgens de woningbouwregisseurs te vinden in goede afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar, vormgegeven in een regionale ontwikkelstrategie. “Dit wordt het en dit kost het”, vat Termaat de afspraken samen. Het vergt wat geven en nemen van beide partijen. “Stel geen eisen die toch niet kunnen worden waargemaakt”, adviseert hij. “Als gemeente moet je niet elke vierkante centimeter willen beoordelen, maar gewoon een keer die bouwenvelop afgeven. Dat vraagt vertrouwen, maar uiteindelijk werkt het veel soepeler en sneller.”
De Jong merkt dat grote verhalen over grondprijzen, bouwkosten en een tekort aan personeel een soort mystiek creëren rond het bouwproces. “We houden elkaar met cijfers voor de gek”, vindt hij. Als voorbeeld noemt hij de grens van 172.000 euro voor een nieuwe woning. “Het lijkt een bescheiden bedrag, maar welke starter kan dat betalen? In deze regio worden woningen van 140.000 euro gebouwd en daar wordt nog op verdiend ook.” De regisseurs noemen het ‘opvallend’ dat vooral kleine en middelgrote bouwers in de stadsregio actief zijn. Waar dat precies aan ligt, weten ze niet. De Jong: “Blijkbaar slagen zij erin goede afspraken met gemeenten te maken.”
Na ruim drie jaar wordt het effect van het project Tempo KAN! steeds duidelijker. “Het vergt een omslag in de werkwijze van met name gemeenten”, verklaart De Jong de lange aanlooptijd. “De professionalisering is in gang gezet en de bestuurlijke druk is nu optimaal.” Dat is ook minister Vogelaar (wonen) niet ontgaan. Zij liet onlangs in een brief aan de Tweede Kamer weten dat zij ‘gezien het bewezen nut’ de inzet van woningbouwregisseurs in de achterblijvende regio’s gaat stimuleren.
De projecten op de werklijsten van de regiogemeenten Arnhem-Nijmegen omvatten samen meer dan 30.000 nieuwe woningen. Niet alle projecten worden daadwerkelijk gerealiseerd. “We steken er veel energie in, maar het houdt ook ergens op”, zegt Termaat. “Nieuw is wel dat we altijd kunnen duiden waarom een project niet doorgaat. Aan ‘de procedures’ zal het in elk geval niet meer liggen.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels