nieuws

‘We bouwen geen wijk, we bouwen een landschap’

bouwbreed

De planning van Rijnenburg begint met de ontwikkeling van een duurzaamheidsprogramma. “Dat is een grote doorbraak. Tot nu toe was de doorrekening van milieueffecten vooral een formaliteit achteraf”, weten Enrico Moens en Wiely Hilhorst.

Rijnenburg is Groene Hart af.

Wiely Hilhorst is programmamanager Rijnenburg vanuit de gemeente Utrecht. Utrecht neemt de grond voor Rijnenburg over van buur Nieuwegein. Enrico Moens, afkomstig van Grontmij, is aangesteld als projectleider van het Klimaatatelier Rijnenburg. “De ontwikkeling van Rijnenburg wordt spectaculair”, verwachten ze. “De grote uitdaging is klimaatbestendig en duurzaam bouwen met behoud van bestaand én de aanwas van nieuw landschap.”
Het Klimaatatelier is een initiatief van de provincie Utrecht, in samenwerking met de gemeente en het hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Vanuit het programmabureau in de wijk Kanaleneiland werken Moens en Hilhorst, met steun en bijstand van zo’n honderd mensen uit verschillende organisaties en disciplines, aan een spectaculair duurzaamheidsprogramma. Dat vormt de basis voor de in 2009 te verwachten structuurschets.
Inzet is de bouw van 5000 tot 7000 woningen. Dat betekent een lage woondichtheid: vijf tot zeven woningen per hectare. Een keus die voortvloeit uit de studie naar de mogelijkheden vanuit onder meer financieel en verkeerskundig perspectief. Op verzoek van Provinciale Staten vindt nog een nadere studie plaats naar mogelijkheden om meer te bouwen. Maar gemeente, college van GS en het bestuurlijk overleg Noordvleugel waren er al van overtuigd dat dit onwenselijk is.
De bebouwing krijgt, is de bedoeling, een groene uitstraling door een zorgvuldige inpassing in het – nog te realiseren – landschap. “In de eerste verkenningen en inspiratiebijeenkomsten zijn hiervoor veel ideeën naar voren gebracht. Zo is gedacht aan maar liefst 90 procent groene daken. En aan vaarverbindingen met rivieren als de Hollandse IJssel en de Lek.
Het gebied moet zelfvoorzienend zijn waar het om energie en de verwerking van afvalwater gaat. Bewijzen dat dit kan, leveren afgelegen Scandinavische woongemeenschappen. Die werden noodgedwongen zelfvoorzienend omdat het aanleggen van nutsverbindingen over grote afstanden te duur is.
“We hebben het tijdsgewricht mee”, zegt het tweetal optimistisch. “We zien een nieuwe milieubeweging. De risico’s van klimaatverandering en het belang van zorgvuldig omgaan met grondstoffen worden tegenwoordig algemeen onderkend. Daarom heeft deze nieuwe beweging meer kans op succes dan de pioniers uit de jaren zeventig. Destijds was het vooral een onderwerp in een kleine kring van mensen. Een die werd geassocieerd met geitenwollen sokken. Nu zie je bevlogenheid bij mensen die in een dure auto rijden.”
Duurzaamheid is een breed begrip, ook voor Rijnenburg. De eisen gaan over leefklimaat, economie, infrastructuur, veiligheid, natuur, landschap, CO2-vermindering en hergebruik van materialen. “De mogelijkheden voor cradle-to-cradle worden uitvoerig onderzocht.”
“Wijk is een onjuiste benaming voor Rijnenburg”, vinden Hilhorst en Moens. “Dat klinkt als een traditionele stadsuitbreiding en dit wordt echt wat anders: een woongebied dat meer aansluit bij het rivierenlandschap dan bij stedelijke gebieden zoals Nieuwegein en Leidsche Rijn. We bouwen geen wijk, we bouwen een landschap.”
De grond wordt onttrokken aan het Groene Hart. Het Klimaatatelier wil aan deze ingreep een positieve draai geven en spreekt in dat verband over bouwen aan natuur en landschap. Zoals de polders ooit ook werden gebouwd.
De aangrenzende de verkeersknoop Ouderijn en de nieuwbouw wijken van IJsselstein, Nieuwegein en Leidsche Rijn laten zich vanaf de randen indringend gelden. Bij het Atelier kijken ze daar doorheen. “Het is een prachtig laagveengebied.” Een veenlandschap met veel water en bijpassende waterwoningen is het perspectief. In het midden ligt een stroomrug van een vroegere zijstroom van de Hollandse IJssel. Deze is zanderig en steekt boven het veen uit. “Daar kunnen we een rivierlandschap maken”, mijmeren ze. Inclusief de bijbehorende fruitboomgaarden.
In het kader van het bouwrijp maken werd Laagveen tot nu toe meestal weggegraven of geplet onder een dikke laag zand. Hier blijft het intact. De prominente aanwezigheid van water is ook daarom onontkoombaar want laagveen kan niet zonder water. Toch houden de toekomstige Rijnenburgers droge voeten, tot in lengte van jaren. Dat is te danken aan hoogwaterbestendig bouwen. Bedenkers van waterwoningen mogen zich uit leven. Het water zal overal iets stromen zodat muggen hun heil elders zoeken.
De omgeving krijgt veel recreatiemogelijkheden. Het recreatief groen is ook bedoeld is voor bewoners uit omliggend stedelijk gebied en helpt zo het recreatieverkeer beperken. Mogelijkheden om in de directe omgeving te werken, schelen ook verkeer. Meestal gaat het dan om kleinschalige werkgelegenheid.
Toch blijft de auto een gegeven waarmee ernstig gerekend moet worden, onderstrepen ze. Zeker gezien de bewonersdoelgroep. Rijnenburg moet de woningmarkt voor de stad Utrecht meer in balans brengen. Daartoe zijn meer huizen nodig voor mensen met midden- en hogere inkomens. “Dat betekent veel tweeverdieners. Eén werkt dan bijvoorbeeld in Zwolle werkt en de ander in pakweg Den Haag.”
Het autoverkeer trekt een wissel op de wens tot een CO2-neutrale wijk. Compensatie voor het verwachte autogebruik wordt gezocht in een surplus aan op te wekken duurzame energie, dat wordt bestemd voor omliggende wijken. Verder wordt nagedacht over nieuwe vormen van autogebruik, bijvoorbeeld elektrische voertuigen, maar de ideeën daarover zijn nog pril.
Het versnipperde grondbezit is een bron van zorg. Aan de muur in het kantoor in Kanaleneiland hebben ze een kaart hangen met alle kavels en de erbij behorende eigenaren. Het blijkt een bont gezelschap van ontwikkelaars, landbouwers en anderen. “We moeten met allemaal om de tafel. Maar zij kunnen ook alleen verder binnen strakke duurzaamheidseisen. Het wordt een hele uitdaging, vooral als je met veel verschillende ontwikkelaars zit. Maar voor hen wordt het ook spannend. Ze kunnen hier laten zien waartoe ze in staat zijn.”
Verleiding zien beiden als beste recept. “Je moet iets bieden waar partijen graag bijhoren. Het tij is nu gunstig voor ons. Anders dan in de jaren zeventig, bestaat brede steun voor vergaande milieumaatregelen. Bedrijven zien er innovatiemogelijkheden in en daarmee nieuwe marktkansen.” ■

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels