nieuws

Gezichtsverlies

bouwbreed

Justitie maakt zichzelf belachelijk door de strijd tegen Ad Bos voort te zetten. Na de vernietigende uitspraak van het gerechtshof, past eerder berusting dan een gang naar de Hoge Raad.

Justitie maakt zichzelf belachelijk door de strijd tegen Ad Bos voort te zetten. Na de vernietigende uitspraak van het gerechtshof, past eerder berusting dan een gang naar de Hoge Raad.
In niet mis te verstane bewoordingen maakte het Haagse gerechtshof afgelopen vrijdag duidelijk dat justitie in het voortraject van de strafzaak tegen Bos zijn boekje ver te buiten is gegaan. De rechters spraken over misbruik en schending van fundamentele rechten. Zo werd de klokkenluider van de bouwfraude doelbewust verzwegen dat hij ook verdachte was en dus kans liep zelf ook te worden vervolgd. Bos kreeg die waarschuwing, de zogeheten cautie, pas nadat hij zichzelf als getuige had belast. In de ogen van het hof een regelrechte doodzonde.
Zelden werd justitie harder op zijn vestje gespuwd dan in de zaak-Bos. Toch acht het OM een gang naar de Hoge Raad kansrijk. Volgens justitie heeft de corruptiezaak waarvoor Bos werd vervolgd, niets te maken met de bouwfraudezaak.
Die redenering is zowel onjuist als lachwekkend. De parlementaire enquêtecommissie maakte in 2002 al helder dat bouwfraude niet alleen bestond uit vooroverleg en prijsafspraken, maar ook uit het smeren en fêteren van ambtenaren.
Veel meer voor de hand ligt dat justitie doorprocedeert in een poging gezichtsverlies in de bouwfraudezaak te voorkomen. Na de vrijspraak van KWS eind vorig jaar en die van Koop-topman Henk Koop en zijn voormalige rechterhand Fred V. afgelopen vrijdag, staat echter allang vast dat het Openbaar Ministerie hopeloos heeft gefaald in de strafrechtelijke aanpak van de bouwaffaire.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels