nieuws

Europese Aanbestedingsprijs 2009

bouwbreed

Een paar maanden geleden liep ik met een klein groepje projectmanagers door het Rijksmuseum. Het was laat in de middag, er was niemand meer. Verder was het ook helemaal leeg en het gebouw toonde zich in zijn meest kale, monumentale vorm. Het was volledig ontdaan van alle elementen die in zijn bestaan waren toegevoegd, zoals tussenvloeren en scheidingswanden. De sporen waren zichtbaar als wonden bij een patiënt. De twee binnenhoven waren weer helemaal leeg, behalve de nieuwe indeling, die in ruwbouw al gereed was. Daartussen de befaamde onderdoorgang, met de problematische entree. Cruz en Ortiz, de Spaanse architecten, hadden daar een mooie oplossing voor verzonnen, maar tot hun verbijstering blokkeerde het Stadsdeel Oud-Zuid hun plannen.

Een paar maanden geleden liep ik met een klein groepje projectmanagers door het Rijksmuseum. Het was laat in de middag, er was niemand meer. Verder was het ook helemaal leeg en het gebouw toonde zich in zijn meest kale, monumentale vorm. Het was volledig ontdaan van alle elementen die in zijn bestaan waren toegevoegd, zoals tussenvloeren en scheidingswanden. De sporen waren zichtbaar als wonden bij een patiënt. De twee binnenhoven waren weer helemaal leeg, behalve de nieuwe indeling, die in ruwbouw al gereed was. Daartussen de befaamde onderdoorgang, met de problematische entree. Cruz en Ortiz, de Spaanse architecten, hadden daar een mooie oplossing voor verzonnen, maar tot hun verbijstering blokkeerde het Stadsdeel Oud-Zuid hun plannen.
Over deze onbegrijpelijke besluitvorming gaat de film van Oeke Hoogendijk die momenteel op het IDFA te zien is. De film toont duidelijk hoe met de architecten wordt gesold, maar vreemd genoeg wordt de oplossing gezocht in een grotere autonomie van de architect. Dat lost volgens mij helemaal niets op. Het probleem zit immers niet bij de opdrachtnemer, maar bij de opdrachtgever. Er zijn (heel) veel partijen betrokken bij de renovatie van het Rijksmuseum, dus er is volop draagvlak, maar geen duidelijke opdrachtgever. Iedereen gaat een beetje over het gebouw, dus uiteindelijk is het gebouw de dupe. Zonder een goede opdrachtgever is de kans op een succesvol project gering.
Eenzelfde soort discussie voert de huidige rijksbouwmeester, Liesbeth van der Pol, over de slechte invloed van de Europese aanbestedingsregels bij de selectie van architecten. Maar ook daar gaat het feitelijk over de opdrachtgever en niet over de spelregels. De Europese regels laten heel veel vrijheden toe, maar de opdrachtgever moet ze wel op de juiste wijze toepassen. Het opleggen van veel en hoge criteria is meestal een bewijs van onkunde én de wens om risico’s te beperken. Maar wat doen we vervolgens? Er wordt (weer) een meldpunt opgericht, waar misstanden kunnen worden aangegeven. Wat de spiraal van juridisering en afrekenen op punten en komma’s alleen maar versterkt.
Waarom niet andersom? Er zijn ook goede voorbeelden, maar daarover hoor je niks. Opdrachtgevers met een rechte rug en een visie die krijgen wat ze verdienen, een goede architect of aannemer. Ik stel daarom voor om in 2009 de “Europese Aanbestedingsprijs” uit te reiken aan de opdrachtgever die de beste aanbesteding heeft georganiseerd. Ik nodig architecten, adviseurs en aannemers van harte uit om genomineerden voor te stellen. We stellen een onafhankelijke jury in (ik wil best voorzitter spelen), we doen het uiteraard allemaal transparant en objectief en de beste opdrachtgever zetten we in het zonnetje. Die mag de titel een jaar lang op zijn briefpapier vermelden en daarmee als rolmodel fungeren voor de hele bouwsector.
En tenslotte daag ik de RGD natuurlijk uit om de aanbesteding van het Rijksmuseum (want die is nog niet afgerond) ook hoog te laten eindigen op de ranglijst. Het gebouw zal ons uiteindelijk dankbaar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels