nieuws

Edje ziet de zee

bouwbreed Premium

Wordt ons tijdsbesef langzaam maar zeker verdrongen door een besef van ruimte? Het is al weer een tijdje geleden dat Bas Heijne dit in De Wijde Wereldschreef. Heijne meende dat ideologieën en toekomstverwachtingen langzaam maar zeker verdwijnen. Futuristische scenario’s zijn aan het verdwijnen. Het zijn grote woorden. Erg of niet, ik moest aan dit essay van Heijne denken tijdens Buitenhof, waar de discussie over de nationale historische canon en het Nationaal Historisch Museum oplaaide. Het woord volksverheffing viel zelfs. Hoe kunnen we de geschiedenis weer betekenis geven in ons dagelijkse leven en dat van de kansarme jongeren. Dat zou toch moeten. De essentie van de ‘Nederlandse’ geschiedenis gevangen in vijftig vensters. Maar hoe doe je dat? En is dit makkelijker voor ons besef van ruimte, zoals je op zijn Heijne’s zou verwachten? Het wordt dus tijd voor een ruimtelijke canon! Dat moet toch een makkie zijn? Vijftig fantastische ruimtelijke daden in onze geschiedenis, te beginnen met de Deltawerken die als venster nog niet in de historische canon zitten. Er gaan zelfs geruchten dat in Den Haag al wordt gestudeerd op zo’n canon. Prima. Oh ja, voordat daar ook een discussie over losbarst, nog even iets over die belangrijkste doelgroep. De doelgroep van al die fantastische, goedbedoelde canons en dat Nationaal Historisch Museum. Die jeugd zit in een probleem- of prachtwijk, of daar in de buurt. Ik ken het waargebeurd verhaal van een lid van die doelgroep: Edje. Een simpel verhaaltje. Edje had namelijk de zee nog nooit gezien. Hij kwam uit Suriname. En woonde nu in Den Haag in wat een achterstandswijk heet. Den Haag ligt niet aan zee. Scheveningen wel. Dus nam zijn juf hem op een woensdagmiddag mee. Op naar Scheveningen. Kijk, Edje, dát is de zee! Grote, verbaasde ogen in een roetzwart kindergezicht. Ontroering en enthousiasme als eb en vloed. De zee. Heel groot. Heel nat. En zout. Edje ziet de zee. Gewoon door een lieve juf. Overweldigend, immens. Edje heeft er geen woorden voor. Voor de zee. Edje Kolenmijn is zijn naam. Echt waar. Waarom dit verhaaltje? Ach, we kunnen canons, historische of ruimtelijke, maken dat het een aard heeft. We kunnen fantastische musea maken. En daar duizend discussies over voeren. Niks mis mee. Maar we kunnen ook beginnen met de kinderen van deze wereld simpelweg de zee laten zien. Daar kan geen canon of museum tegenop.

Wordt ons tijdsbesef langzaam maar zeker verdrongen door een besef van ruimte? Het is al weer een tijdje geleden dat Bas Heijne dit in De Wijde Wereldschreef. Heijne meende dat ideologieën en toekomstverwachtingen langzaam maar zeker verdwijnen. Futuristische scenario’s zijn aan het verdwijnen. Het zijn grote woorden. Erg of niet, ik moest aan dit essay van Heijne denken tijdens Buitenhof, waar de discussie over de nationale historische canon en het Nationaal Historisch Museum oplaaide. Het woord volksverheffing viel zelfs. Hoe kunnen we de geschiedenis weer betekenis geven in ons dagelijkse leven en dat van de kansarme jongeren. Dat zou toch moeten. De essentie van de ‘Nederlandse’ geschiedenis gevangen in vijftig vensters. Maar hoe doe je dat? En is dit makkelijker voor ons besef van ruimte, zoals je op zijn Heijne’s zou verwachten? Het wordt dus tijd voor een ruimtelijke canon! Dat moet toch een makkie zijn? Vijftig fantastische ruimtelijke daden in onze geschiedenis, te beginnen met de Deltawerken die als venster nog niet in de historische canon zitten. Er gaan zelfs geruchten dat in Den Haag al wordt gestudeerd op zo’n canon. Prima. Oh ja, voordat daar ook een discussie over losbarst, nog even iets over die belangrijkste doelgroep. De doelgroep van al die fantastische, goedbedoelde canons en dat Nationaal Historisch Museum. Die jeugd zit in een probleem- of prachtwijk, of daar in de buurt. Ik ken het waargebeurd verhaal van een lid van die doelgroep: Edje. Een simpel verhaaltje. Edje had namelijk de zee nog nooit gezien. Hij kwam uit Suriname. En woonde nu in Den Haag in wat een achterstandswijk heet. Den Haag ligt niet aan zee. Scheveningen wel. Dus nam zijn juf hem op een woensdagmiddag mee. Op naar Scheveningen. Kijk, Edje, dát is de zee! Grote, verbaasde ogen in een roetzwart kindergezicht. Ontroering en enthousiasme als eb en vloed. De zee. Heel groot. Heel nat. En zout. Edje ziet de zee. Gewoon door een lieve juf. Overweldigend, immens. Edje heeft er geen woorden voor. Voor de zee. Edje Kolenmijn is zijn naam. Echt waar. Waarom dit verhaaltje? Ach, we kunnen canons, historische of ruimtelijke, maken dat het een aard heeft. We kunnen fantastische musea maken. En daar duizend discussies over voeren. Niks mis mee. Maar we kunnen ook beginnen met de kinderen van deze wereld simpelweg de zee laten zien. Daar kan geen canon of museum tegenop.

Reageer op dit artikel