nieuws

Krimpen zonder kramp

bouwbreed

Bij vorige tijden van economische tegenspoed werden al vrij snel medewerkers massaal ontslagen. Initiatieven om hen op één of andere manier te behouden voor de bedrijven, en hen in de tussentijd te scholen, waren op de vingers van één hand te tellen. Daarom is het goed dat thans volop wordt gesproken over een tijdelijke vorm van arbeidstijdverkorting in combinatie met scholing, vindt Jan de Koning. Ook om kapitaalvernietiging tegen te gaan. Een andere, zuiverder toon dan vroeger.

Alle signalen geven het aan: de kredietcrisis zal hard toeslaan in de bouw. Met een verlies van 5 miljard aan bouwproductie is de verwachting gerechtvaardigd dat de inkrimping gepaard gaat met een verlies van circa 25.000 arbeidsplaatsen. Bedrijven in de bouw zullen bij uitblijvende opdrachten ook niet anders kunnen dan afscheid nemen van hun medewerkers. De bedrijfseconomische situatie in bouwondernemingen is nu eenmaal niet zo dat zij maandenlang hun medewerkers inactief kunnen houden. Om te voorkomen dat bij een aantrekkende economie in 2011 weer een tekort ontstaat aan vakbekwaam personeel moet alles in het werk worden gesteld om de uitstroom van medewerkers de komende twee jaar te voorkomen. Gelet op de kwantitatieve en kwalitatieve personeelsbezetting in de bouw op lange termijn moet men nu vooruitkijken. Voorts betekent een dergelijk verlies aan arbeidsplaatsen een forse kapitaalvernietiging.
Daarom is het uitermate verstandig en verheugend dat werknemers, werkgevers en overheid snel om de tafel gaan zitten, met plannen komen, en die terstond gaan uitvoeren. De tijdelijke vorm van arbeidstijdverkorting is in mijn optiek een maatregel die houvast én kansen biedt. Geen nieuw fenomeen, maar wel een tijdelijk instrument om te voorkomen dat medewerkers worden ontslagen en op de arbeidsmarkt op zoek moeten gaan naar ander werk. Vaak buiten de bedrijfstak bouw! Deze medewerkers zijn dan helaas voor de bouw verloren, want een terugkeer in 2011 zal niet zo snel gebeuren als zij ander werk hebben gevonden.

Afspraken

Ook tegen deze achtergrond moeten werkgevers en werknemers in de bouw gezamenlijk met de overheid afspraken maken over de invoering van arbeidstijdverkorting voor die bedrijven, die om bedrijfseconomische redenen genoodzaakt zijn om hun medewerkers te ontslaan. Met behulp van een ‘Algemene maatregel van bestuur’ (in welke vorm dan ook) kan arbeidstijdverkorting een tijdelijk instrument zijn om de ‘crisis’ door te komen. Op basis van deze maatregel kunnen bedrijven die om bedrijfseconomische redenen ‘gedwongen’ worden hun medewerkers te ontslaan deze medewerkers in dienst houden. Met behulp van een tijdelijke ww-uitkering kunnen zij op de loonlijst van de onderneming blijven staan.
Daarbij moeten wel aanvullende afspraken worden gemaakt over wat deze medewerkers, anders dan werken, gedurende deze niet-werktijd gaan doen. Aangezien er sprake blijft van een dienstverband kunnen werkgevers hun werknemers tijdens deze periode opleidingen aanbieden om daarmee hun vakbekwaamheid niet alleen op peil te houden maar ook te vergroten. Vaak is tijdens drukke perioden weinig tijd om opleidingen te volgen. In deze tijd van ‘geen’ werk hebben kan tijdens ‘werkuren’ worden geïnvesteerd in opleidingen en trainingen. Daarmee bereiken wij niet alleen dat medewerkers kwalitatief worden bijgeschoold voor betere tijden die zullen komen na de crisis, maar wij laten als bedrijfstak zien dat wij onze medewerkers ook in tijden van krimp voor onze bouwondernemingen en bedrijfstak willen behouden. Dit zou een geweldige impuls zijn voor het imago van onze bedrijfstak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels