nieuws

Duivesteijn: Crisis vraagt om nieuwe bouweconomie

bouwbreed

De overheid moet de kredietcrisis aangrijpen om de concurrentie in de bouw te bevorderen. Overheidssteun voor de bouw moet vooral gericht zijn op projecten waarbij de burger aan zet is.

Dat vindt Adri Duivesteijn, wethouder ruimtelijke ordening en wonen in Almere. Hij is voorstander van steunmaatregelen van de overheid om de productie van woningen op peil te houden. Maar de steun moet niet gekoppeld worden aan traditionele bouwbedrijven en -methoden. Dat houdt namelijk de hoge woningenprijzen in stand, en daarmee ook de structuur van de sector. Het zijn vooral grote bouwbedrijven en corporaties die de omvang en het tempo van de bouwproductie bepalen, meent Duivesteijn. Gevolg: beperkte concurrentie en woningschaarste.
In ruil voor de overheidssteun zouden ontwikkelaars en bouwers grondposities moeten inleveren, bedoeld voor burgers die een eigen huis willen bouwen. Duivesteijn: “Een premieregeling voor particulier opdrachtgeverschap zou voor de werkgelegenheid in de bouw een gigantische impuls betekenen.” Hij verwijst naar reguliere bouwprojecten die massaal stil liggen, terwijl in Almere particuliere opdrachtgevers de vaart erin houden.

Bouweconomie

Middengrote en kleine bouwers zouden kunnen profiteren, en ook catalogi-bouwers. Een nieuwe bouweconomie, noemt Duivesteijn het; goed voor de concurrentie en daarmee uiteindelijk voor de woonconsument.
Bouwend Nederland laat weten niet enthousiast te worden van de plannen van Duivesteijn. “Waar mogelijk, haalbaar en wenselijk, wordt particulier opdrachtgeverschap in de praktijk gebracht.” Dat er te weinig concurrentie is, herkent de werkgeversorganisatie “in het geheel niet”. Duivesteijn is verbaasd dat de sector over zo weinig zelfkritiek beschikt. “Er is niet alleen een kredietcrisis; de sector zelf is deel van die crisis.” Fors ingrijpen dus, is zijn devies.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels