nieuws

Door stank geen goed woon- en leefklimaat

bouwbreed Premium

De vrijstelling van het bestemmingsplan is verleend op grond van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO oud): de art. 19-vrijstelling. In dit geval gaat het om een vrijstelling op grond van art. 19 lid 2 WRO oud. Deze vrijstellingsbevoegdheid is niet in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) teruggekeerd. De art. 19 lid 1-vrijstelling heeft wel (deels) een opvolger gekregen, het projectbesluit. De uitspraak die ik hier kort bespreek (ABRvS 1 oktober 2008, zaaknr. 200709164/1) is interessant omdat evenals de vrijstelling op grond van de WRO oud het projectbesluit voorzien dient te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Is dat niet het geval dan zal de bestuursrechter het vrijstellingsbesluit vernietigen omdat er een motiveringsgebrek kleeft aan het besluit. In deze zaak gaat het om een dergelijk motiveringsgebrek.

De vrijstelling van het bestemmingsplan is verleend op grond van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO oud): de art. 19-vrijstelling. In dit geval gaat het om een vrijstelling op grond van art. 19 lid 2 WRO oud. Deze vrijstellingsbevoegdheid is niet in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) teruggekeerd. De art. 19 lid 1-vrijstelling heeft wel (deels) een opvolger gekregen, het projectbesluit. De uitspraak die ik hier kort bespreek (ABRvS 1 oktober 2008, zaaknr. 200709164/1) is interessant omdat evenals de vrijstelling op grond van de WRO oud het projectbesluit voorzien dient te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Is dat niet het geval dan zal de bestuursrechter het vrijstellingsbesluit vernietigen omdat er een motiveringsgebrek kleeft aan het besluit. In deze zaak gaat het om een dergelijk motiveringsgebrek.
Het gaat in deze uitspraak om de vraag of er binnen een stankcirkel van een veehouderij woningen kunnen worden gebouwd, mede nu daarbinnen reeds woningen staan. Als eerste voert de veehouder aan dat de bouw van de woningen binnen de stankcirkel van zijn veehouderij belemmeringen voor zijn bedrijf tot gevolg kunnen hebben doordat klachten van omwonenden kunnen leiden tot aanscherping van voorschriften en intrekking van vergunningen. De Afdeling bestuursrecht oordeelt dat dit de vrijstelling niet in de weg staat, er staan immers al woningen binnen de stankcirkel, door deze drie woningen zal de belemmering voor de veehouder niet toenemen. Het tweede punt dat wordt aangevoerd, treft wel doel. Binnen de stankcirkel kan geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, aldus de veehouder.
Het college van burgemeester en wethouders had een onderzoek laten uitvoeren – in verband met de ruimtelijke onderbouwing – waaruit bleek dat in dit geval toch een goed woon- en leefklimaat zou kunnen worden gegarandeerd. De bewoners binnen de stankcirkel hadden namelijk nog nooit over de stank geklaagd en de windrichting is gunstig. Maar met die argumenten is de Afdeling bestuursrechtspraak het niet eens. Met een verwijzing naar eerdere uitspraken oordeelt de afdeling dat binnen een stankcirkel in beginsel geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het onderzoek van het college bevat onvoldoende grond om anders te oordelen in dit geval. Het vrijstellingsbeluit ontbreekt daarom een draagkrachtige motivering en er volgt vernietiging van het vrijstellingsbesluit.
Bouwen binnen een stankcirkel is mogelijk, maar alleen als een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Om dat aan te tonen rust op het bevoegd gezag een zware motiverings- en daarmee onderzoeksplicht.

jurisprudentie

Er is voor de bouw van drie woningen vrijstelling van het bestemmingsplan verleend. Nadat er vergeefs door de exploitant van een nabijgelegen intensieve veehouderij bezwaar en daarna beroep is ingesteld tegen de vrijstelling, wordt in hoger beroep de kwestie voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak). De woningen zijn gelegen binnen de stankcirkel van de veehouderij.

Reageer op dit artikel