nieuws

Brandveiligheid hoort in bestek

bouwbreed

Onvoldoende afstemming tussen constructeurs en gemeenten over de brandveiligheid van constructies in gebouwen. Het is nog steeds de weerbarstige praktijk van vandaag, zo leerde een minisymposium van ingenieursbureau Aveco de Bondt in Rijssen over constructieve brandveiligheid.

Constructieve veiligheid geregeld probleem

Dit soort problemen is geen schering en inslag, maar uit de praktijkvoorbeelden van adviseur Ralph Hamerlinck en zijn publiek komt het geschetste beeld toch geregeld naar voren. Daarom raadde Hamerlinck zijn gehoor van circa honderd constructeurs, architecten, brandweerlieden en gemeente-ambtenaren uit het oosten des lands aan de eisen van brandwerendheid samen met betrokken partijen in een bestek goed vast te leggen, zodat je later niet voor onaangename verrassingen komt te staan. “Definieer in de ontwerpfase wat de hoofddraagconstructie is. In dat opzicht wordt er tussen architect en constructeur wel eens verkeerd gecommuniceerd.”
“Geef verder goed aan wat de brandwerende eis voor een constructie moet zijn. Dit levert in de praktijk misverstanden op tussen aannemer en de controlerende gemeente als die eis niet duidelijk is.” Hamerlinck merkte daarbij op dat bij een aangevraagde reductie van brandwerendheid van bijvoorbeeld 90 naar 60 minuten de ene gemeente wel een berekening verlangt en de andere niet.
De brandveiligheidsadviseur raadde verder aan de kritieke staaltemperatuur van de constructie duidelijk in het bestek vast te leggen als er bijvoorbeeld een brandwerende verf moet worden aangebracht. Dat voorkomt volgens Hamerlinck onnodig dikke verflagen op de constructie, waardoor geld wordt verspild.

Overboord

Hamerlinck lanceerde opvallend genoeg een andere benadering voor de brandwerendheid van sprinklerinstallaties. Hij gooide de minuten-eis overboord. “Veel essentiëler is de vraag in hoeverre constructies afkoelen als de sprinklers in werking zijn. Dat bepaalt in dit geval de brandveiligheid, hield hij zijn gehoor voor. “Dus probeer in het bestek vast te leggen in hoeverre gebouwconstructies afkoelen door de sprinklerinstallaties om de brandveiligheid te borgen”.
Volgens de brandveiligheidsadviseur bestaat er een Europese toetsingsnorm met een nationale bijlage. “Gebruik deze norm in de bestekfase, hoewel deze norm nog niet in het Bouwbesluit vastligt.”
Over de omstreden kanaalplaatconstructie, die vorig jaar oktober bij een brand in een parkeergarage te vroeg bezweek, hield Hamerlinck zich op de vlakte. Hij wil het TNO-onderzoek afwachten. Hij toonde echter wel aan dat tijdens een brand de horizontale krachten in een samengestelde kanaalplaatconstructie met randplaten en drukplaat uiteraard groter zijn dan de huidige testmethode met een enkelvoudige kanaalplaat. TNO onderzoekt of deze test moet worden aangepast. “Ik ben ongelofelijk benieuwd wat er uit het onderzoek komt, want duizenden gebouwen zijn met deze vloerconstructie uitgerust”, aldus Hamerlinck.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels