nieuws

Stichting geen belanghebbende

bouwbreed

De vraag is aan de orde of de Stichting als belanghebbende kan worden aangemerkt. Een voor de bouwpraktijk interessante vraag, omdat men regelmatig te maken krijgt met stichtingen en verenigingen die als belanghebbende opkomen tegen verleende vergunningen, ontheffingen etc.

De vraag is aan de orde of de Stichting als belanghebbende kan worden aangemerkt. Een voor de bouwpraktijk interessante vraag, omdat men regelmatig te maken krijgt met stichtingen en verenigingen die als belanghebbende opkomen tegen verleende vergunningen, ontheffingen etc.
Een stichting is een rechtspersoon en rechtspersonen kunnen volgens art. 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als belanghebbende worden aangemerkt. In het eerste lid van deze bepaling is geregeld dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Voor rechtspersonen geldt daarbij (lid 3 van art. 1:2 Awb) dat als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Volgens de statuten stelt de Stichting zich ten doel te streven naar een kwalitatief duurzame leefomgeving voor alle levende wezens, omvattende zowel de lokale, nationale als mondiale leefomgeving. Vervolgens wordt deze doelstelling in de statuten verder uitgewerkt (zie r.o. 2.2).
De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het statutaire doel van de Stichting zo veelomvattend is dat het onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat haar belang rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit en verwijst naar een eerdere uitspraak (ABRvS 28 mei 2008, zaaknr. 200706005/1).
Vervolgens beziet de Afdeling bestuursrechtspraak de feitelijke werkzaamheden van de Stichting. Die werkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit het initiëren van en het participeren in bestuursrechtelijke procedures op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Wet milieubeheer door het indienen van verzoeken tot handhavend optreden, het naar voren brengen van zienswijzen over ontwerpbesluiten of het maken van bezwaar tegen besluiten, eventueel gevolgd door het instellen van beroep, betreffende veehouderijen in geheel Nederland.
Het louter in rechte opkomen tegen besluiten kan, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak, niet in de regel worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van art. 1:2 lid 3 Awb. Dat zou erop neerkomen dat het beroepsrecht in feite voor iedereen open zou staan; een actio popularis (zie r.o. 2.3 van de uitspraak). En dat is niet de bedoeling van het bepaalde in art. 1:2 lid 3 Awb.
Conclusie is dat de Stichting niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 en lid 3 Awb.

jurisprudentie

Tegen een besluit van de overheid zoals een vergunningverlening kan door belanghebbenden (mogelijk eerst bezwaar en daarna) beroep worden ingesteld. Het komt regelmatig voor dat een stichting of vereniging dit beroep instelt als een belanghebbende. Zo ook in deze zaak (ABRvS 1 oktober 2008, zaaknr. 200707921/1) waarin de Stichting Openbaar Gebied (hierna Stichting) beroep instelt tegen een verleende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels