nieuws

Ook moderne zorg voor erfgoed kan niet zonder particulier initiatief

bouwbreed Premium

Aan de ideevorming en de publieke betrokkenheid van de monumentenzorg heeft men bijzonder veel te danken aan het particulier initiatief. Maar de afstand tussen dat particulier initiatief en overheid wordt steeds groter. Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt Fons Asselbergs.

Het particulier initiatief vervulde in Nederland een waakhondfunctie en was een klankbord voor de overheid bij beleidsontwikkeling en -uitvoering. Het speelde een signalerende en initiërende rol, bijvoorbeeld bij de erkenning van nieuwe aandachtsgebieden als industrieel erfgoed, de wederopbouw, het mobiel erfgoed en in 2008 het religieus erfgoed.
Het Rijk heeft altijd veel baat gehad bij een florerend particulier initiatief en heeft dat ook bij herhaling in beleidsstukken beleden. Diens rollen en functies zijn niet of moeilijk door de overheid zelf te vervullen. Daarnaast levert een gefundeerde dialoog tussen beleid en praktijk een basis voor de uitvoerbaarheid en de houdbaarheid en dus van de kwaliteit van wet- en regelgeving.
Desondanks is de afgelopen jaren sprake van een groeiende afstand tussen particulier initiatief en rijksoverheid. Voor het langzaam maar zeker verbreken van die band zijn diverse oorzaken aan te wijzen; van de afgenomen vakinhoudelijkheid binnen de overheid tot het stilzwijgend stopzetten van het periodiek bestuurlijk overleg tussen de Directie Cultureel Erfgoed van het ministerie van OCW en het Nationaal Contact Monumenten (NCM). De slotfase van dat proces werd bezegeld met het beëindigen van de rechtstreekse, langjarige budgettering voor gevraagde tegenprestaties van een aantal landelijk opererende particuliere instellingen. En als klap op de vuurpijl de opheffing van het NCM per 1 januari 2007. Het NCM, opgericht in 1972, onderhield tot dat moment een natuurlijke, directe band met haar achterban: een veld van ruim 1000 vrijwilligersorganisaties.
Weliswaar bestaat sinds 1 januari 2007 de Stichting Erfgoed Nederland, maar zij vervult geen branchetaken en is in geen enkel opzicht de in- of externe vertegenwoordiger van de particuliere organisaties.
De weinige contacten lopen nu top-downen niet langer bottom-up. Een goed geoliede relatie met het particulier initiatief is echter onontbeerlijk. Zo kan immers voeling worden gehouden met de praktijk en geprofiteerd worden van een bron aan kennis en ervaring.
Degenen die bij het monumentenbeleid in Nederland betrokken zijn, zijn georganiseerd in vereniging of stichting, in actiegroepen of comités, gedreven door het idee zich in te zetten voor de instandhouding van ons (ruimtelijk) erfgoed. De betrokkenheid van elk van die organisaties is geen eendagsvlieg maar iets van lange adem.
De huidige situatie vraagt niet om een herstel van oude verhoudingen maar om een nieuwe stijl van engagement, waarbij de mobilisatiekracht gebruik maakt van de modernste communicatiemiddelen.
Naast de grote landelijk opererende particuliere organisaties kunnen zich nieuwe initiatiefnemers aandienen om door middel van een mix aan mediatechnieken een levendige en interactieve community te vormen waarbij initiatieven, kennisproducties, data en overige informatie worden uitgewisseld. Er is al een groot aantal deelnemers uit de wereld van het erfgoed dat via internet aandacht vraagt voor deelaspecten. Deze beweging verdient van de overheid ruimte voor een adviesfunctie, voor een signaalfunctie, voor beleidsbeïnvloeding en voor belangenbehartiging. En dit alles gevraagd en ongevraagd, in volledig onafhankelijkheid.
Ik adviseer minister Plasterk de rol van het particulier initiatief een plaats te geven in het concept van de gemoderniseerde monumentenzorg en de erfgoedorganisaties aan te spreken op hun eigen rol daarbinnen. Vervolgens is het interessant hen uit te dagen een centrale regie te formeren die bereikbaar, wendbaar en offensief is en een schakel vormt tussenbeleid en uitvoeringspraktijk.

Reageer op dit artikel