nieuws

Offshore windturbine krijgt betonnen voet

bouwbreed

RWE gaat in de Noordzee honderden reusachtige windturbines bouwen op kegelvormige, betonnen voetconstructies. Op de Nederlandse zeebodem zijn Gravity Based Foundations (GBF’s) met diameters van 30 meter nooit eerder toegepast. Het ‘zware leergeld’ wordt betaald in België, waar consortium C-Power al zes kegels afzonk. De met zand gevulde holle voetconstructies van 40 meter hoog garanderen volgens RWE de stabiliteit van de tot nu toe grootste windturbines (90 meter) op de Noordzee. Vierhonderd exemplaren komen 75 kilometer uit de kust van IJmuiden en Groningen te staan. Vooral de bodem op 30 meter diepte en de daarbij behorende golfkracht maken de sterke betonnen sokkels noodzakelijk. Omdat de loodzware voetstukken worden afgezonken is heien overbodig en dat is volgens de initiatiefnemer weer gunstig voor het onderwaterleven. Ten opzichte van de stalen driepoot als funderingsmethode noemt RWE beton duurzamer en stabieler. In 2012 moeten de eerste windturbines draaien, als tenminste alle vergunningen op tijd zijn behandeld en de benodigde subsies zijn toegekend.In de Nederlandse Noordzee is nog niet eerder op ‘betonnen eilandjes’ gebouwd. In België wel. Dertig kilometer uit de kust van badplaats Knokke staan al de eerste zes van zestig turbines van het consortium C-Power. Volgens de Gazet van Antwerpen verliep de ‘wereldprimeur’ allerminst vlekkeloos en betaalt combinatie C-Power ‘zwaar leergeld’. Het monteren van de wieken zou een paar keer zijn uitgesteld. Eén van de zes sokkels raakte bovendien flink beschadigd door een storm. De turbines in het zogeheten Thorntonpark staan tot dieptes van 28 meter. De aan wal geprefabriceerde GBF’s wegen 2600 ton en zijn in 135 werkdagen gebouwd door tweehonderd bouwvakkers van Deme en bouwbedrijf MBG, een dochter van CFE. C-Power spreekt van een gepantenteerd concept met sokkels in de vorm van een ‘erlenmeyer’, een kegelvormige fles met een cilindrische hals. De wanden van de Belgische kegels zijn een halve meter dik. In de kegels zijn uitsparingen en wachtbuizen gemaakt, om hoogspanningskabels vanaf de zeebodem de windmolens in te trekken. Per kegel is een kleine 1100 kubieke meter ton beton (C45/55) verwerkt en ongeveer 200 ton wapening. De windturbines van onze zuiderburen rusten op een egaal gemaakte bodem in een funderingsbed van steenslag, waarvan de toplaag is afgewerkt met een nauwkeurigheid van ongeveer 5 centimeter. Breuksteen op de bodem rond de kegels voorkomt erosie. In twee dagen zijn de GBF’s afgezonken met een kraanschip, dat een hijscapaciteit herbergt van 3300 ton. Voor het vullen van de holle hulzen ontwikkelde Deme een multifunctioneel ponton dat is uitgerust met een sproeipijp en een vultoren. Niet briljantJan van der Tempel, bij TU Delft deskundig op het gebied van offshoreconstructies, kent de kegelconstructie goed. “Dit is geen briljant nieuw idee of zo. In de Oostzee, voor de kust van Denemarken wordt de techniek al jaren toegepast. Ja, wel bij kleinere of andersoortige projecten.” De GBF is een alternatief voor stalen driepoten of veelvuldig toegepaste stalen monopalen. Van der Tempel: “De monopaal is veruit het goedkoopst. Maar op dieptes van 30 meter kom je hiermee aan de randen van de toepasbaarheid.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels