nieuws

Kleine windmolens tonen grote verschillen

bouwbreed Premium

De provincie Zeeland heeft gisteren de eerste resultaten van het windmolentestpark in Schoondijke bekendgemaakt. Daaruit blijkt dat er grote verschillen in opbrengst bestaan. Zo presteren de Fortis Montana en de Amerikaanse Skystream het best. Op de juiste locatie kunnen deze molens met subsidie rendabel zijn.

Het betreft zogenoemde urband wind mills, oftewel kleine windmolens met een maximale tiphoogte van 15 meter. Andere urban wind mills, zoals de Energy ball en de WRO 030 presteren slecht onder de windcondities van het landelijke gebied. Toch wil dat niet zeggen dat er geen toekomst in zit, waarschuwt windmolenonderzoeker Sander Mertens. “Elke omstandigheid is anders, dus je kunt op basis van deze test geen molens afschrijven.” Ook speelt het uiterlijk van de windmolens voor veel consumenten een rol, dat is niet beoordeeld.
Wel meent hij dat duidelijk is dat er aan sommige nog heel wat te verbeteren valt. En daar is de test ook voor bedoeld: de beginnende markt voor kleine windmolens moet zich nog ontwikkelen.

Discussies

Niet vreemd dus dat de eerste resultaten even op zich lieten wachten. Er werd flink gediscussieerd: sommige windmolenvertegenwoordigers meenden zichzelf onterecht als de verliezer in de uitslagenlijst te moeten terugzien en kaartten de metingen aan. Maar met een relativering van Mertens erbij mochten de resultaten dan gisteren toch naar buiten. Hij rekende het publiek de prestatie per oppervlak voor, waardoor het plaatje er alweer anders uitzag.

Certificatie

Behalve het beoordelen en ontwikkelen van kleine windmolens dient Schoondijke nog een ander doel: het certificeerbaar maken van windmolens. Sander Mertens schrijft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een protocol, waarmee windmolenfabrikanten klanten een reëler opbrengstperspectief moeten geven. “Nu wordt er nog wel eens geclaimd dat er een heel huishouden op kan draaien. Dat is echt onzin. Maar als je 10 procent van de stroom uit windenergie haalt, is dat nog altijd meer dan het landelijk gemiddelde van zo’n 3 procent.”
Het protocol zal in november klaar zijn en daarna praktijk moeten worden. Fabrikanten kunnen hun molen dan zelf beoordelen en labellen, maar staan daarbij ondertoezicht van de Stichting Energie Prestatie keur.

Reageer op dit artikel