nieuws

Details verdwijnen in schijnwerpers

bouwbreed

“Licht laat een ruimte beter tot haar recht komen”, stelt Filip van der Heijden op de afgelopen vakbeurs GevelTotaal. Daarvan profiteren de architect en de opdrachtgever, garandeert de directeur van Licht Vormgevers uit Dongen.

“Licht laat een ruimte beter tot haar recht komen”, stelt Filip van der Heijden op de afgelopen vakbeurs GevelTotaal. Daarvan profiteren de architect en de opdrachtgever, garandeert de directeur van Licht Vormgevers uit Dongen.
“Bij goed licht komt dan ook meer kijken dan een leuke armatuur uitzoeken”, concludeert hij. En licht wordt pas goed als de ontwerper ervan meedenkt met de architect. Uit die samenwerking ontstaat een lichtplan; pas als dat klaar is worden bij het ontwerp armaturen gezocht. De handel kan die niet altijd leveren, zodat ze op maat moeten worden gemaakt.
“De natuur geeft dagelijks voorbeelden van goed licht”, vindt Van der Heijden. Daaruit valt af te leiden dat bijvoorbeeld schaduwen het perspectief kunnen veranderen en zo een ontwerp extra kunnen benadrukken. “En met mate laat de natuur ook kleur zien.” De praktijk leert Van der Heijden dat (licht)ontwerpers niet altijd maat weten te houden. Dan ligt het gevaar van overdaad op de loer en wordt een lichtplan te leuk, waardoor de omgeving wegvalt en verkleurt.

Vermogen

Gebouwen worden vaak oververlicht. Van der Heijdens advies: “Een kleiner vermogen sorteert vaak meer effect en brengt de architectonische verlichting meer in balans met de openbare verlichting.”
Ter illustratie noemt hij de gevel in winkelcentrum De Passage in Den Haag. De passage is gebouwd in de 19de eeuw. Op 15 meter gevel staat een vermogen van 1050 watt gericht. Terwijl Licht Vormgevers erin slaagde 50 meter gevel van het gebouw van de Tweede Kamer aan het Plein te verlichten met vier armaturen van elk 70 watt.
Minder vermogen spaart energie en een project in Schiedam leerde Van der Heijden dat een goede verlichting met een derde van het oorspronkelijke verbruik toe kan.
Gebruik van een kleiner vermogen hangt ook samen met het veranderende gebruik van de openbare ruimte. Van der Heijden: “Zeker in binnensteden wordt de openbare ruimte in toenemende mate een verblijfsruimte waar het verkeer ‘te gast’ is.” Dus hoeft er ook minder licht op de rijbaan te vallen. De energie die daarmee wordt gespaard is bijvoorbeeld te gebruiken voor het aanlichten van gevels.
Goede verlichting is een kwestie van tijd, weet Van der Heijden. Gemeenten bijvoorbeeld zullen niet altijd direct de openbare verlichting gaan vervangen als een ontwerper die minder geslaagd vindt. Wel kan het bestuur een lang lopend plan voor de openbare verlichting laten maken en een betere straatverlichting kiezen wanneer de bestaande vervanging vergt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels