nieuws

Blankert wil van kritiek niet horen

bouwbreed Premium

Het recente NMa-onderzoek naar de cultuurverandering in de bouw, is helemaal niet zo positief als Hans Blankert doet voorkomen. De voorzitter van de Regieraad stapt veel te makkelijk over de negatieve conclusies heen, vindt Joost Zwaga.

Blankert hekelt in Cobouwvan 22 september de conclusies die deze krant trekt uit het NMa-rapport. Hij schrijft letterlijk: “De kop ‘Verboden prijsafspraken nog geen verleden tijd’ doet vermoeden dat er nog steeds van alles mis is in de bouw. Het tegenovergestelde is waar en dat is in het NMa-rapport te lezen.”
Maar: staat in het rapport niet juist te lezen dat bouwers nog steeds worden benaderd om prijsafspraken te maken? Staat er niet dat 30 procent van de aannemers denkt dat het zonder prijsafspraken moeilijk winst maken is? En geeft bijna de helft van de bouwers niet toe wel eens de wet te overtreden? Het staat er.
Ook Blankert heeft het gelezen, maar volgens hem valt het allemaal reuze mee. Het gaat immers om slechts 4 procent van de bouwonderneming en 7 procent van de opdrachtgevers die incidenteel worden benaderd om illegale prijsafspraken te maken. Bovendien, zo voert hij aan, zit er een “substantieel verschil tussen benaderen en handelen”.
De voorzitter van de Regieraad, toch gepokt en gemazeld in het (bouw)bedrijfsleven, toont zich daarmee wel heel erg naïef. Daarnaast vergeet hij voor het gemak dat ook het benaderen van concurrenten verwerpelijk is, zo niet strafbaar.

Houding

Blankerts opstelling doet denken aan de houding van de top van de bouwsector direct na onthulling van de bouwfraude eind 2001. In plaats van afstand te nemen van de praktijken, ontkende de aannemerij destijds de zwendel en hulde zich in een langdurig stilzwijgen. In de bouw weet iedereen waar dat toe heeft geleid.
Toch doet Blankert nu hetzelfde: hij sluit zijn ogen voor een aantal zeer onaangename conclusies uit het NMa-rapport. Juist van de voorman van de Regieraad, die nadrukkelijk een cultuurverandering in de bouw nastreeft, had iets anders mogen worden verwacht. Beter zou zijn geweest als hij in zijn commentaar alle illegale praktijken, ongeacht de omvang ervan, scherp had veroordeeld.
Inmiddels is duidelijk dat het kabinet ook niet overtuigd is dat de bouw al helemaal clean is. Minister Vogelaar laat niet voor niets komend half jaar bij aanbestedingen van de Rijksgebouwendienst alle inschrijfbegrotingen controleren op onregelmatigheden. Het is voor Blankert te hopen dat er weinig onoirbaars aan het licht komt. Ook zijn geloofwaardigheid staat op het spel.

Reageer op dit artikel