nieuws

Belastingdienst staat sterker

bouwbreed Premium

Onlangs deed de Hoge Raad drie uitspraken over de zogeheten guldenssteekproeven bij belastingcontroles. Mr. E. de Ruiter stelt vast dat de uitspraken de positie van de Belastingdienst versterken en de bewijsplicht van de belastingplichtige verzwakken.

De Belastingdienst maakt geregeld gebruik van het instrument steekproef om boekenonderzoeken uit te voeren. De resultaten worden geëxtrapoleerd naar andere perioden dan die welke de Belastingdienst heeft onderzocht.
Bij een guldenssteekproef selecteert de Belastingdienst uit de administratie een post die zij wil controleren. Bijvoorbeeld de boekingen die betrekking hebben op betaalde onkostenvergoedingen (de populatie); deze worden verdeeld in groepjes van gelijke omvang (de interval). Uit elk van deze intervallen wordt één euro getrokken die gecontroleerd wordt. Als de verwerking van de onkostenvergoeding goed is, wordt de totale interval als goed aangemerkt. Constateert de Belastingdienst echter een fout in de verwerking van de onkostenvergoeding, dan wordt de interval als fout aangemerkt.
Bij dit onderzoek maakt de Belastingdienst gebruik van bepaalde marges, die dus fouten toestaan. Komen de gemaakte fouten boven die marge uit, dan volgen correcties. Vervolgens worden de resultaten van het boekenonderzoek gebruikt om een aantal jaren te corrigeren.

Geoorloofd

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de guldenssteekproef een geoorloofd middel is bij de controle van facturen met betrekking tot de btw-afdracht en de controle van kostenvergoedingen die onbelast waren uitbetaald aan Britse uitzendkrachten.
Als een Nederlandse ondernemer het standpunt inneemt dat de plaats van dienst buiten Nederland ligt, dan rust op hem de bewijslast dat aan te tonen. Bij de uitbetaling van onkostenvergoedingen rust de bewijslast op de ondernemer om aan te tonen dat de uitbetaling onbelast kan gebeuren.
Omdat in beide gevallen de bewijslast op de ondernemer rust om aan te tonen dat juist is gehandeld, is de guldenssteekproef toegestaan.
Voor de controle van de juistheid van de BPM mag de guldenssteekproef niet worden gebruikt, omdat de voldoening van de belasting namens anderen geschiedt en de naheffingsaanslag niet individueel is te herleiden.
De uitspraken van de Hoge Raad versterken de positie van de Belastingdienst bij het uitvoeren van belastingcontroles. Voor de belastingplichtige zal het vaak moeilijk zijn te achterhalen of de steekproef op de juiste wijze is uitgevoerd.
De bewijspositie van de belastingplichtige verzwakt dan ook. Ofwel hij maakt duidelijk dat de steekproef onjuist is uitgevoerd, óf hij maakt aannemelijk dat de geëxtrapoleerde resultaten niet kloppen. De bewijslast voor het aantonen van de onjuistheden is verschoven van de Belastingdienst naar de belastingplichtige. Worden de resultaten van de guldenssteekproef geëxtrapoleerd naar andere jaren, dan moet de belastingplichtige aantonen dat die andere jaren er zó anders uitzien dat niet geëxtrapoleerd kan worden.
Kortom, de uitspraken verzwakken de rechtspositie van de belastingplichtige bij een boekenonderzoek. Het wordt dan ook belangrijker om tijdens het onderzoek na te gaan op welke wijze de Belastingdienst het onderzoek uitvoert en welke uitgangspunten ze hanteert. Om zo te controleren of de steekproef op de juiste wijze is uitgevoerd.
Belastingadviseur bij 3RRR Belastingadviseurs BV te Utrecht

Reageer op dit artikel