nieuws

Zuidas is rijp voor nieuwe analyse kosten en baten

bouwbreed Premium

Geurt Keers en Rob de Wildt hebben meer dan vier jaar geleden al gepleit voor een betere afweging van nut en noodzaak van het overkluizen van de Zuidas. In deze vier jaar is op instigatie van de gemeente Amsterdam alleen maar aan het Dokmodel gewerkt. Er is echter een voor de hand liggend alternatief voor de Zuidas.

Het alternatief voor het Dokmodel is het Dijkmodel, dat was in 2003 al duidelijk. Geen kostbare overkluizing van de infrastructuur, maar juist een aparte baan waarin weg- en spoorverbindingen kunnen worden verbeterd en geïntensiveerd. Het verlies van de overbouwing en de opbrengsten daarvan brengen per saldo een besparing, dat was ook al duidelijk. En de overstap van het Dok- naar het Dijkplan is voor de gemeente eigenlijk ook niet zo’n probleem. “Nee, dan komt het Dijkmodel er gewoon. Alleen verlies je dan zes à zevenduizend woningen”, aldus indertijd wethouder Stadig. De toplocatie kan er dus komen zonder de forse extra kosten voor het Dokmodel. Dat is ook logisch. De Zuidas is er al: een reeks van prominente kantoren langs de A10.

Complexiteit

Als het plangebied wordt verruimd langs de echte Zuidas van Schiphol tot IJburg/Almere is er volop mogelijkheid het bouwvolume te verveelvoudigen ten opzichte van de geplande bebouwing op het dok. In plaats van de dokkantoren bied de hele zuidzijde van de A10 ruime verdichtingsmogelijkheden: het enorme langparkeren bij Schiphol wordt verstedelijkt, Buitenveldert vraagt om herstructurering langs de treurige Boelelaan, rondom het Amstelstation/Amstelkwartier komen aantrekkelijke nieuwbouwlocaties, en ook Diemen kan langs de A10 vernieuwen. De weg- en OV-infrastructuur kan het alle-maal verbinden en spreiden. Het verlies aan woningen in het Dok kan worden bezien tegen de ruim-te voor zo’n 50.000 woningen die in Amsterdam nog te vinden is. Een deel kan ook op bovengenoemde locaties een plek vinden. Bij deze vergroting van het plangebied wordt aanzienlijk bespaard op de complexiteit van het project. Er is voldoende bouwvolume waarmee tekorten worden gedekt. Meer geld kan worden gestoken in verbetering van de infrastructuur rondom Amsterdam om de huidige en toe-komstige Zuidas te ontlasten, of juist in de kwaliteit van de infra-structuur ter plekke. De gewenste treinachtige metro kan voorzien in de hoogwaardige verbinding. Want het is de afgelopen 20 jaar wel een warboel geworden op station Zuid/WTC met spoorlijn, sneltram en metro naast elkaar en de Noord-Zuidlijn nog op komst. Met een meer realistisch plan had Amsterdam zich veel kosten van planontwikkeling en lobby kunnen besparen en slagvaardiger met de uitvoering aan de gang kunnen gaan. Kostbare jaren zijn verloren gegaan, en gaan nog steeds verloren. Nut en noodzaak van de bebouwingsconcentratie op het dok ontbreken. Het Amsterdamse bestuur is meer gebaat bij een ruime blik met een groothoeklens dan bij het stedenbouwen met een loep.

Flexibel

De afgelopen 10 jaar zijn geleidelijk stappen gezet in de besluitvorming over de toekomstige infrastructuur aan de zuidzijde van Amsterdam. Het is te voorzien dat ook de komende 30 jaar nog aller-lei aanpassingen wenselijk zullen zijn, afhankelijk van de vraag hoe economie en Randstad zich verder ontwikkelen. De grote makke van het Dokmodel is dat de flexibiliteit bij de start van de bouw ervan weg is. Het dan nog toevoegen of aanpassen van een OV- of wegspoor wordt onmogelijk en de overlast tijdens de aanleg is enorm.

Signaal

De grote winst van publiek-private samenwerking is dat vreemde ogen dwingen. Dat de private partijen het voorgestelde plan niet zien zitten is een waardevol signaal, dat dwingt tot heroriëntatie bij de overheid. Na vijf jaar is het ook tijd voor een nieuwe analyse van maatschappelijke kosten en baten, waarbij de alternatieven moeten worden betrokken. Een heroriëntatie zou verder moeten gaan dan het bijspijkeren van het programma, een bijdrage voor sociale huurwoningen of meer overheidsgeld bijlappen voor te complexe infrastructuur. Bij de herziening van het Amsterdamse Waterfront in 1992 heeft het weglopen van private partijen een heilzaam effect gehad en is men van een overspannen grand design overgestapt op pragmatische uitwerking van deelplannen. Bestuurders moeten dan wel in staat zijn of gedwongen worden hun idee fixe los te laten. Mahler- en Gershwintorens, Vivaldipark, het zou moeten zingen, maar wij zien het Dok zinken.

Reageer op dit artikel