nieuws

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ten strijde tegen commercialisering, liberalisering en privatisering

bouwbreed Premium

De Maakbaarheid is terug van nooit weggeweest. In een vorig kabinet werden nog krankzinnige discussies gevoerd over dit besmette woord. De mare gaat dat minister Zalm geen cent wilde investeren in Almere. Ook daar moesten de laatste resten van maakbaarheid uitgeroeid worden. Dat feest moest ‘de markt’ maar oplossen. Na al het feestgedruis over markt trekt nu de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ten strijde tegen de ‘commercialisering, liberalisering en privatisering’. Overigens zonder de marktwerking in de ban te doen. Goede timing, zo vlak voor het schrijven van verkiezingsprogramma’s: aandacht voor de lange termijn. De WRR loopt te hoop tegen de kortademigheid en noemt zelfs de groep parlementariërs, zonder ze direct terecht te wijzen. Het gaat dan ook over iets. Echt investeren in de trots van Nederland en geen goedkope praatjes. Er moet geld komen. Vooral om dat in Nederland we door consumentisme en puur commercieel handelen het zicht op de lange termijn kwijt zijn. Het gaat – in wetenschappelijke zin – om de zogenaamde Type-II waarden, de waarden die het individu overstijgen. Die bestaan dus nog. Wat we vroeger wel collectieve waarden noemden. Het advies is daarmee een adequate ‘follow up’ van het rapport van de OESO. Dat kraakte het uitblijven van grote Nederlandse investeringen in bijvoorbeeld bereikbaarheid. We onderhouden een DAF, terwijl een ‘smart car’ moet worden aangeschaft. De OESO gaat het juist niet om collectieve waarden, maar om platte economie. Daar schrikken bestuurders nog wel van. Het is jammer dat de WRR komt met een nogal complex advies dat onder meer een nieuw ‘institutioneel arrangement’ beoogt. We weten allemaal dat de besluitvorming in dit land moeizaam loopt. Dat geldt blijkens recent onderzoek van bijvoorbeeld het Ruimtelijk Planbureau mutatis mutandis, ook voor ons omringende landen. Maar een nieuw institutioneel arrangement klinkt als ondraaglijke traagheid, of de bekende lange aanloop voor een klein sprongetje. Natuurlijk is institutionele verandering wenselijk. En natuurlijk gaat het om een cultuur van samenwerken. En vaste tradities. “Ons ben zunig”. Maar ik vermoed dat de hele investeringskwestie weer tussen publiek en privaat in gaat vallen. Dat zie je met de infrastructuur en met de Zuidas. Er is echter hoop. Het feit dat de WRR het rapport heeft aangeboden aan minister Bos van Financiën is zo’n sprankje. Want daar, bij Financiën is als het over investeren in de lange termijn gaat, wel een ‘quick’ win te maken. Investeren in de lange termijn, innovatie, duurzaamheid en de hele familie van vage, maar cruciale lange termijn ontwikkelingen is daar kwetsbaar. Verkeerde zuinigheid is dan natuurlijk iets om snel mee te stoppen. Zeker ook in de hoek van ruimtelijke investeringen en – nog zo’n feestnummer – de woningmarkt. Een ‘strategische beleidsoriëntatie’, oftewel anders denken, zou daar meer dan welkom zijn. Wat dat betreft zit er tussen Zalm en Bos niet zo heel veel verschil. Woody Allen was tamelijk somber over onze kansen: “De mensheid bevindt zich meer dan ooit op een kruispunt. Eén weg leidt tot ellende en volslagen hopeloosheid, de andere tot totale uitroeiing. Laten we hopen dat we de wijsheid hebben om de juiste weg te kiezen.” De WRR doet zijn best. Nu de politiek nog. Hup Holland!

De Maakbaarheid is terug van nooit weggeweest. In een vorig kabinet werden nog krankzinnige discussies gevoerd over dit besmette woord. De mare gaat dat minister Zalm geen cent wilde investeren in Almere. Ook daar moesten de laatste resten van maakbaarheid uitgeroeid worden. Dat feest moest ‘de markt’ maar oplossen. Na al het feestgedruis over markt trekt nu de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ten strijde tegen de ‘commercialisering, liberalisering en privatisering’. Overigens zonder de marktwerking in de ban te doen. Goede timing, zo vlak voor het schrijven van verkiezingsprogramma’s: aandacht voor de lange termijn. De WRR loopt te hoop tegen de kortademigheid en noemt zelfs de groep parlementariërs, zonder ze direct terecht te wijzen. Het gaat dan ook over iets. Echt investeren in de trots van Nederland en geen goedkope praatjes. Er moet geld komen. Vooral om dat in Nederland we door consumentisme en puur commercieel handelen het zicht op de lange termijn kwijt zijn. Het gaat – in wetenschappelijke zin – om de zogenaamde Type-II waarden, de waarden die het individu overstijgen. Die bestaan dus nog. Wat we vroeger wel collectieve waarden noemden. Het advies is daarmee een adequate ‘follow up’ van het rapport van de OESO. Dat kraakte het uitblijven van grote Nederlandse investeringen in bijvoorbeeld bereikbaarheid. We onderhouden een DAF, terwijl een ‘smart car’ moet worden aangeschaft. De OESO gaat het juist niet om collectieve waarden, maar om platte economie. Daar schrikken bestuurders nog wel van. Het is jammer dat de WRR komt met een nogal complex advies dat onder meer een nieuw ‘institutioneel arrangement’ beoogt. We weten allemaal dat de besluitvorming in dit land moeizaam loopt. Dat geldt blijkens recent onderzoek van bijvoorbeeld het Ruimtelijk Planbureau mutatis mutandis, ook voor ons omringende landen. Maar een nieuw institutioneel arrangement klinkt als ondraaglijke traagheid, of de bekende lange aanloop voor een klein sprongetje. Natuurlijk is institutionele verandering wenselijk. En natuurlijk gaat het om een cultuur van samenwerken. En vaste tradities. “Ons ben zunig”. Maar ik vermoed dat de hele investeringskwestie weer tussen publiek en privaat in gaat vallen. Dat zie je met de infrastructuur en met de Zuidas. Er is echter hoop. Het feit dat de WRR het rapport heeft aangeboden aan minister Bos van Financiën is zo’n sprankje. Want daar, bij Financiën is als het over investeren in de lange termijn gaat, wel een ‘quick’ win te maken. Investeren in de lange termijn, innovatie, duurzaamheid en de hele familie van vage, maar cruciale lange termijn ontwikkelingen is daar kwetsbaar. Verkeerde zuinigheid is dan natuurlijk iets om snel mee te stoppen. Zeker ook in de hoek van ruimtelijke investeringen en – nog zo’n feestnummer – de woningmarkt. Een ‘strategische beleidsoriëntatie’, oftewel anders denken, zou daar meer dan welkom zijn. Wat dat betreft zit er tussen Zalm en Bos niet zo heel veel verschil. Woody Allen was tamelijk somber over onze kansen: “De mensheid bevindt zich meer dan ooit op een kruispunt. Eén weg leidt tot ellende en volslagen hopeloosheid, de andere tot totale uitroeiing. Laten we hopen dat we de wijsheid hebben om de juiste weg te kiezen.” De WRR doet zijn best. Nu de politiek nog. Hup Holland!

Reageer op dit artikel