nieuws

Waarschuwingsplicht geschonden: volledig aansprakelijk

bouwbreed

Het conflict ging over een onderaannemer, die de onderbouw van een serre, die de aannemer diende te leveren en te plaatsen voor de opdrachtgever. De betonplaat aan de zijde van de buitenmuur van de woning van de buren van opdrachtgevers is niet verankerd. Aanneemster, zo overwoog de arbiter in eerste instantie (nummer 27.433), heeft niet aangetoond opdracht tot verankering aan onderaanneemster te hebben gegeven. Arbiter komt daarop tot een gedeelde aansprakelijkheid van één vierde voor de onderaannemer, omdat deze had moeten waarschuwen en drie vierde voor de aannemer, omdat de tekeningen en berekeningen van de constructeur niet aan onderaannemer zijn doorgegeven en aldus de verantwoordelijkheid van het ontwerp voor haar rekening heeft genomen. Daarbij is de aannemer zelf ook ter zake kundig en had hij moeten constateren dat de vloer maar op één punt werd ondersteund.

Het conflict ging over een onderaannemer, die de onderbouw van een serre, die de aannemer diende te leveren en te plaatsen voor de opdrachtgever. De betonplaat aan de zijde van de buitenmuur van de woning van de buren van opdrachtgevers is niet verankerd. Aanneemster, zo overwoog de arbiter in eerste instantie (nummer 27.433), heeft niet aangetoond opdracht tot verankering aan onderaanneemster te hebben gegeven. Arbiter komt daarop tot een gedeelde aansprakelijkheid van één vierde voor de onderaannemer, omdat deze had moeten waarschuwen en drie vierde voor de aannemer, omdat de tekeningen en berekeningen van de constructeur niet aan onderaannemer zijn doorgegeven en aldus de verantwoordelijkheid van het ontwerp voor haar rekening heeft genomen. Daarbij is de aannemer zelf ook ter zake kundig en had hij moeten constateren dat de vloer maar op één punt werd ondersteund.
Deskundigheid
In beroep, 71.193, d.d. 18 april 2008, wordt de uitspraak vernietigd en wordt de onderaannemer voor 100 procent aansprakelijk gehouden. Daartoe overwegen arbiters als volgt: de waarschuwingsplicht van de aannemer (in dit geval van onderaanneemster) ziet op kennelijke fouten in het door de opdrachtgever (in dit geval aanneemster) voorgeschreven ontwerp. Dat de verantwoordelijkheid voor het ontwerp bij aanneemster berust en dat in dat ontwerp een fout of tekortkoming zit, doet dus aan die waarschuwingsplicht niet af. Integendeel: het zijn nu juist de voorwaarden voor het ontstaan van die waarschuwingsplicht. Zonder ontwerp van een andere partij en zonder een fout daarin valt er immers niets te waarschuwen. Voorts zijn appelarbiters met aannemer en anders dan onderaannemer van oordeel dat kennis en deskundigheid de zijde van aannemer in beginsel evenmin afdoen aan de gevolgen van het niet voldoen aan de waarschuwingsplicht door onderaannemer. Met betrekking tot de gevolgen van de schending overwegen appelarbiters: onder omstandigheden kunnen de ge-volgen van het niet voldoen aan waarschuwingsplicht – aansprakelijkheid voor de schade die het gevolg is van het achterwege blij-ven van de waarschuwing – worden verminderd indien en voor zover ook andere oorzaken, welke gelegen zijn binnen de verantwoordelijkheid van aanneemster, hebben bijgedragen aan de ontstane schade. In dit geval is echter de schade veroorzaakt door het slechts op één hoek ondersteund zijn van de betonplaat, hetgeen onherroepelijk leidt tot een niet gelijkmatige zetting, waarvoor onderaannemer voor of uiterlijk tijdens de uitvoering van haar werk had moeten waarschuwen. Conform het bepaalde in par. 12 UAV 1989 is de onderaannemer voor de gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk, dus voor 100 pro-cent. Voor wat betreft deze uit-spraak: ik heb er vooralsnog moeite mee en wel om twee redenen. Het is inderdaad zo dat het schenden van de waarschuwingsplicht als conditio sine qua non vereist dat er een ontwerpfout is. Dat gegeven doet inderdaad niets af aan het al dan niet be-staan van de waarschuwingsplicht. Maar dat zo zijnde, staat nog niet vast of in het concrete geval van deze partijen en deze ontwerpfout sprake is van een schending van de waarschuwingsplicht. Wil daar sprake van zijn dan moet de vraag beantwoord worden of degene die moest waar-schuwen kennis had dan wel ken-nis had behoren te hebben van de fout. Die kennis nu wordt mede beïnvloed door de kennis/de repu-tatie van degene van wie het ont-werp afkomstig is. Is een ontwerp afkomstig van een ontwerper met een goede reputatie, dan vermindert dat de onderzoeksplicht.

Correctie

Appelarbiters hechten dus niet zo aan de deskundigheid van de ontwerper/aannemer in de fase dat gewaarschuwd zou moeten worden, maar zij hechten daar ook niet erg aan in de fase van de gevolgen. Daarmee wijken zij af van wat de Hoge Raad in het recente verleden wel heeft geleerd. De verplichting om te waarschuwen wordt tot op zekere hoogte (en zeker niet absoluut) niet beïnvloed door de deskundigheid van de opdrachtgever, maar diens deskundigheid kan bij de gevolgen wel een rol spelen. Arbiters zijn in deze uitspraak een andere opvatting toegedaan. De enige correctie die zij mogelijk lijken te achten inzake de gevolgen van de waarschuwingsplicht betreft de sowieso kosten (kosten die ook indien wel gewaarschuwd was, gemaakt hadden dienen te worden). Maar die waren niet relevant in dit geval.

Reageer op dit artikel