nieuws

Huzarenstukje voor behoud stoomgemaal

bouwbreed Premium

Het monumentale stoomgemaal Mastenbroek, in de volksmond d’Olde Mesiene, kreunde en steunde tot in de houten fundering. Door de fluctuerende grondwaterstand en verlaging van de waterstand zijn in de loop der jaren de paalkoppen van de grenenhouten funderingspalen, maar ook met name de daarboven gelegen vurenhouten kesp en plaat droog komen te staan, waarna een schimmel het hout kon aantasten. Daarnaast bleek ook dat al het funderingshout, zowel onder als boven water, door bacteriën was aangetast.

Niets lijkt te dol

Het stoomgemaal is gebouwd in 1856 voor het droogmalen en op peil houden van de grondwaterstand in de Mastenbroekerpolder bij Kampen. Het gemaal was destijds het eerste op stoomkracht buiten de ‘vesting Holland’. De stoommachine zorgde voor de aandrijving van het vliegwiel, dat vervolgens de schepraderen weer in beweging bracht. Het stoomgemaal behoort tot de kring van industriële rijksmonumenten en is nagenoeg authentiek.
Monumentenwacht ontdekte acht jaar geleden scheurvorming in de achtergevel. De dienst hield rekening met diverse oorzaken, waaronder de fundering.

Schoorsteenpijp

“Het stoomgemaal rust op een grenenhouten paalfundering met een raster van hart-op-hart 90 centimeter. Op de palen zijn kespen aangebracht en daarover is een soort tafelblad van planken met een dikte van 10 centimeter gerealiseerd, waarop vervolgens de fundering voor het stoomgemaal en de bijhorende schoorsteenpijp is gemetseld”, licht Wim Prinsse, constructeur van het bouwtechnisch adviesbureau Alfderink-Van Schieveen, de funderingsconstructie nader toe.
Het gebouw is op twee niveaus gebouwd; een hoge fundering onder de schoorsteen en het ketelhuis en een lager gelegen fundering onder de machinekamer en het schepraderenhuis. “In 1956 was er in de polder sprake van een waterpeil van 0,30 meter -NAP. Op dit moment is het waterpeil 1,30 meter -NAP, een verschil van 1 meter. Uit onderzoek is gebleken dat hierdoor in de loop der tijd het houten tafelblad, de kespen en het bovenste deel van de houten palen droog zijn komen te staan.
Ten gevolge van de droogstand heeft zich de schimmelaantasting kunnen ontwikkelen. De bacterieaantasting is al 150 jaar gaande en tast eveneens de fundering langzaam aan. Met name het spinthout van de palen is aangetast, waardoor de draagkracht van de fundering in de loop der tijd sterk is verminderd. Het gebouw is hierdoor gaan zetten.”
De mate van aantasting van de palen is vervolgens nader berekend. Hieruit bleek dat de draagkracht van de palen onder het gemaal tegen het bezwijken aan zaten. Ter plaatse van de schoorsteen was de maat voor het bezwijken feitelijk al overschreden.
“Met name dit laatste aspect was van belang om maatregelen te treffen. Het gebouw zou gewoon kunnen verzakken, maar het verzakken van de fundering van de schoorsteen hield een risico voor de omgeving in.”
In samenspraak met Architectendbureau Kreek uit Deventer werd een plan bedacht om de fundering weer onder water te zetten door middel van het aanbrengen van een zogenoemde badkuip. Deze badkuip bestaat uit damwanden die om het gemaal heen in de grond worden gebracht en waar binnen het waterpeil zover omhoog wordt gebracht dat het funderingshout minimaal 30 centimeter onder water komt te staan.
Prinsse: “Ondanks de aantasting van de palen hopen wij dat de hoeveelheid palen die onder het gemaal zijn aangebracht over voldoende reststerkte beschikken om het gemaal te dragen. Nader onderzoek naar de diepergelegen fundering moet nog uitwijzen in hoeverre dit overeenkomt met de reststerkte uit de eerste berekeningen.”
Door het onder water brengen van de houten fundering wordt de schimmelaantasting gestopt. Dit geldt echter niet voor de aantasting van de bacterie, die blijkt ook onder water verder te gaan, alleen dan in een veel langzamer tempo.
“We hopen dat er op termijn een remedie wordt ontwikkeld, die ook deze bacterie kan aanpakken. Hier wordt onder meer door de Stichting Hout Research uit Wageningen onderzoek naar gedaan. Ook woningen in het westen van het land gefundeerd op houten palen kennen hetzelfde probleem.”

Boorschroefpalen

De reststerkte van de fundering onder de schoorsteen bleek onvoldoende. Hier moesten dus andere maatregelen worden getroffen. ‘We hebben besloten de fundering geheel aan te passen. De originele fundering blijft staan. Ernaast heeft Aannemingsbedrijf Hulshof Bouw uit Aarlanderveen, zes betonnen boorschroefpalen aangebracht met een lengte van 12 meter en een doorsnede van 40 centimeter. Dwars door de gemetselde fundering van de schoorsteen wordt een balkenraster van betonnen balken gerealiseerd, die vervolgens op de boorschroefpalen rusten. De ruimte tussen de balken en de palen wordt met behulp van vijzels op spanning gebracht.”
Met de restauratie van de fundering alleen is een bedrag van 500.000 euro gemoeid. Ondanks de aanvraag voor een rijkssubsidie werd deze niet toegekend. De kosten worden op dit moment gedragen door de gemeente Zwartewaterland, de provincie Overijssel en het waterschap Groot Salland.
Bij het aanbrengen van de damwandkuip ontstond nog een extra tekort van circa 30.000 euro in verband met de onvoorziene inzet van een zogenoemde silent piler, een robotmachine voor het statisch drukken van damwandplanken.

Balkenraster

Prinsse: “Alle overige damwandplanken zijn vanaf een ponton ingebracht. Voor het deel langs de dijk diende de installatie op de brug te staan. Tijdens de uitvoering bleek de brug hiervoor onvoldoende draagvermogen te hebben, wat uiteindelijk de inzet van de silent piler tot gevolg had.”
De aannemer hoopt nog voor de bouwvakantie het balkenraster onder de schoorsteen aan te brengen. “We verwachten dit najaar het hele proces te hebben afgerond. Feitelijk zou ook de bovenbouw van het gemaal gerestaureerd moeten worden. Maar daar gaapt nog een gat van 300.000 euro, waar vooralsnog geen dekking voor gevonden is. Gelukkig is met deze restauratie het proces van verzakken gestopt. Hoewel al het geld onder het maaiveld is verwerkt, is het absoluut niet voor niets geweest.” n

Reageer op dit artikel