nieuws

Realisering bouwplan veroorzaakt vermindering toetreding dag- en zonlicht

bouwbreed Premium

Verminderde zonlichtinval en schorsing bouwvergunning

Verminderde zonlichtinval en schorsing bouwvergunning
In de eerste zaak (Vzngr. Rb. Haarlem 18 februari 2008, AWB 07-8543, LJN: BC9507 ) gaat het om een bewoner die om een voorlopige voorziening vraagt betreffende het bouwplan voor de bouw van een woning in plaats van een te slopen loods. Een deel van het bouwplan valt buiten het bebouwingsvlak. De bewoner van de naastgelegen woning heeft bezwaar tegen het bouwplan, omdat de (zon)lichtinval in zijn woning wordt belemmerd.

Schorsing

De voorzieningenrechter overweegt dat realisering van het bouwplan onmiskenbaar een vermindering van de toetreding van dag- en zonlicht op het perceel en in de naastgelegen woning tot gevolg heeft. Volgens de voorzieningenrechter is dat voor zover het bouwplan buiten het bebouwingsvlak is gelegen niet geoorloofd. De bouwvergunningverlener (het college van burgemeester en wethouders) heeft de belangen niet juist afgewogen. Volgens de rechter is ten eerste van belang dat het College ter zitting heeft onderkend, dat de situatie aan de voorzijde tot nog toe onvoldoende aandacht heeft gekregen. En verder dat het dakraam van verzoeker, waardoor de (zon-)lichttoetreding in zijn woning plaats heeft, is gesitueerd ter hoogte van het gedeelte van het bouwplan waarvoor de vrijstelling is verleend. En tot slot is niet zonder betekenis dat in recente onderhandelingen tussen de bewoner van de naastgelegen woning (verzoeker) en de vergunninghouder, de laatste zich bereid heeft verklaard het bouwplan in elk geval één meter naar achteren te situeren. In de beslissing op het bezwaar van de bewoner zal het College hieraan specifiek aandacht moeten besteden. Volgens de voorzieningenrechter genoeg reden om tot de conclusie te komen dat er aanleiding is tot schorsing van de bouwvergunning. Schaduwhinder maar geen voorlopige voorziening.
In de tweede zaak (ABRvS 17 januari 2008, zaaknr. 200707560/2 en 15 februari 2008, zaaknr. 200707560/3) vrezen drie bewoners voor hun woongenot; volgens het bestemmingsplan zullen woningen naast en achter de percelen van de bewoners worden gebouwd, wat volgens de bewoners onder meer zal leiden tot aantasting van hun privacy, verlies van hun vrije uitzicht en schaduwhinder. Ze vragen, naast hoger beroep, om voorlopige voorziening (uitstel in werking treden bestemmingsplan totdat er is beslist op het ingestelde hoger beroep).

Straatbeeld

De bewoners klagen dat de afstand tussen de woningen en het verschil in maximale bouwhoogte tussen hun woningen en de nieuwe woningen, zal leiden tot aantasting van hun privacy, tot verlies van hun vrije uitzicht en tot schaduwhinder. De Voorzitter is het daarmee niet eens. Een afstand van zo’n 4 à 5 meter tussen woningen is niet ongebruikelijk. Daarmee wordt tevens het huidige straatbeeld voortgezet. Ook de maximale bouwhoogte van de nieuwe woningen wijkt volgens de voorzitter niet af van de maximale bouwhoogte van woningen in de wijk van de bewoners. De voorzitter wijst het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen in dit
geval dan ook af.

jurisprudentie

Wanneer er nabij bestaande woningen nieuwe woningen worden gebouwd, zijn de huidige bewoners daar vaak niet gelukkig mee. Daarmee kunnen ze bestaande privacy, uitzicht en/of zonlichtinval (deels) verliezen. Regina Koning besteedt kort aandacht aan twee voorlopige voorziening-zaken waarin deze aspecten aan de orde komen.

Reageer op dit artikel