nieuws

Overheid ten onrechte bang voor ‘bodemsanering nieuwe stijl’

bouwbreed Premium

Vaak blijkt dat met de methode Triade sanering van bodemverontreiniging niet nodig is. Oók kunnen volgens Daniela Lud beslissingen over al dan niet saneren er veel beter mee worden onderbouwd.

Onlangs heeft het RIVM een handreiking over Triade gepubliceerd. Deze methode beoordeelt de risico’s van bodemverontreiniging voor het ecosysteem.
Sinds 2006 is de methode in de regelgeving opgenomen, maar ondanks jaren ervaring zijn overheden – ten onrechte – nog huiverig voor de toepassing ervan.

Inschatting

Saneren van bodemverontreiniging is nodig als er onaanvaardbare risico’s dreigen voor de mens en het ecosysteem, of als de kans op verspreiding van de vervuiling te groot is. Of risico’s inderdaad onaanvaardbaar zijn, kan op twee manieren worden bepaald: van achter het bureau met rekenmodellen of door aansluitend ter plaatse daadwerkelijk onderzoek te doen.
De theoretische rekenmodellen hanteren een ruime veiligheidsmarge. Risico’s voor het ecosysteem worden daardoor vaak overschat. De beoordeling is erg zwart-wit. Ondervindt bijvoorbeeld een bepaald percentage van de – op papier – aanwezige planten en dieren een negatief effect, dan moet er volgens het model sowieso gesaneerd worden. Bij het zogenoemde locatiespecifieke onderzoek worden in aanvulling op de rekenmodellen metingen gedaan op de vervuilde locatie. Dan blijken de daadwerkelijke effecten vaak een stuk kleiner dan op papier berekend. De inschatting van de risico’s is zo veel realistischer. Sinds 2006 is de Triade-methode in de regelgeving opgenomen. Blijkt uit de standaardbeoordeling dat sanering nodig lijkt, dan kan aanvullend onderzoek ter plaatse definitief uitsluitsel geven. Hierdoor kunnen onnodige saneringen worden voorkomen. Of de omvang van de sanering kan flink worden verkleind. Triade mag sinds twee jaar worden toegepast, maar gedaan wordt het nog weinig.

Karakter

Het bevoegd gezag blijkt – ondanks de voordelen – huiverig. De koudwatervrees komt vooral door het veronderstelde subjectieve karakter van de methode. De publicatie van het RIVM biedt nu uitkomst. De brochure beschrijft hoe de methode moet worden uitgevoerd, en hoe de resultaten objectief beoordeeld kunnen worden.

Begrijpelijk

De verschijning van de handreiking is zinvol. Het RIVM biedt een goed handvat voor het bevoegd gezag, opdrachtgevers én adviesbureaus. Verschillende tools, tips en aandachtspunten staan op papier. Wél is het nu zaak om door te pakken; alle kennis die met de methode is opgedaan, moet ook (meer) in praktijk worden gebracht.
Advies- en ingenieursbureaus moeten leren hoe om te gaan met Triade en deze in te zetten voor hun opdrachtgevers. Adviseurs moeten namelijk én een begrijpelijk rapport schrijven én de kennis van Triade vertalen in een goed advies. Dat vraagt om ervaring. Mede dankzij de handreiking kunnen ze daarmee nu aan de slag.
Overheden kunnen met het hulpmiddel beter dan voorheen zien welke eisen ze aan de opzet van een Triade-onderzoek moeten stellen en hoe ze de kwaliteit van zo’n onderzoek kunnen beoordelen. Zo kunnen beslissingen over al dan niet geheel of gedeeltelijk saneren beter worden onderbouwd. Niet saneren bespaart niet alleen kosten, maar voorkomt ook vertraging van (bouw)projecten en de groene herinrichting van verontreinigde locaties.

Portemonnee

Kortom. de methode is goed voor het milieu, de bouw én de portemonnee. Zaak dus om deze vaker in te zetten en er met z’n allen voor te zorgen dat het straks eerder regel is dan uitzondering.

Saneringscriterium

Het RIVM heeft een handreiking ontwikkeld voor een methode waarmee lokaal kan worden onderzocht wat ecologische gevolgen zijn van een vervuilde bodem.
De handreiking beschrijft hoe deze zogeheten Triade-methode uitgevoerd en beoordeeld kan worden. Ze is een aanvulling op het zogeheten Saneringscriterium, dat valt onder de Wet bodembescherming. Met behulp van de methode kan besluitvorming om met spoed te saneren, beter worden onderbouwd. Het Saneringscriterium is de procedure voor bodemsanering (in de zogeheten Circulaire Bodemsanering, uit 2006, wordt dit criterium uitgewerkt). Eerst wordt met een standaardbeoordeling bekeken of er sprake is van onaanvaardbare ecologische risico’s. Als dat het geval is, wordt met lokale gegevens getoetst of het daadwerkelijk het geval is. De Triade-methode combineert resultaten van chemische analyses, toxiciteitstoetsen voor planten en dieren en ecologisch veldonderzoek. Op basis van deze informatie wordt bepaald of er spoedig moet worden gesaneerd.

Reageer op dit artikel