nieuws

‘Niet onmiddellijk knabbelen aan groen of het landschap’

bouwbreed Premium

Architect Max van Aerschot is benoemd tot stadsbouwmeester van Haarlem. Hij adviseert de komende drie jaar het gemeentebestuur over zaken zoals de ontwikkeling van binnenstedelijke bouwlocaties en de kwaliteit van welstandstoezicht.De gemeente Haarlem kende vele stadstimmerlieden, directeuren openbare werken en stadsarchitecten. Er was slechts één keer eerder een stadsbouwmeester. Max van Aerschot treedt in de voetsporen van Lieven de Key.

De eerste stadsbouwmeester trof Haarlem in de zestiende eeuw in desolate staat aan. De stadsbrand had gewoed. De Spanjaarden stonden op het punt de stad in te nemen. Lieven de Key stond voor ingewikkelde opgaven. Hij moest de verdedigingswerken herstellen en verbeteren. Ook gaf hij de stad in de veertig jaar van zijn stadsbouwmeesterschap tal van openbare gebouwen.
Vierhonderd jaar later is de stad volgens Van Aerschot niet meer de gestolde druppel in een open landschap. “Open plekken zijn schaars geworden. Het stedelijke dak wordt, zoals in alle steden in de wereld, geleidelijk aan opgetild. We moeten niet bang zijn voor die verdichting. Mits dat op de goede plek gebeurt. Er ligt een nieuwe uitdaging te zoeken naar de nog overgebleven leegte en ruimte. Wellicht kan ik helpen bij het definiëren van de nog beschikbare ruimte.”
Het verzoek van het college van burgemeester en wethouders om minimaal voor drie jaar het stadsbestuur te adviseren over ruimtelijke kwesties, kwam naar eigen zeggen als een verrassing. “Toen de wethouder mij uitnodigde voor een gesprek, dacht ik dat het zou gaan over de invulling van de vacature van stadsarchitect? Ik had er geen rekening mee gehouden dat ik zelf zou worden gevraagd alles wat te maken heeft met ruimtelijke ontwikkeling te regisseren.”
Van Aerschot gaat het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd van advies dienen. Ook geeft hij inhoudelijk leiding aan de gemeentelijke stedenbouwkundigen. Voor hem is stedelijke ontwikkeling een dynamisch en een in zekere zin ongrijpbaar proces. “De stad moet zich bezighouden met ingewikkelde vraagstukken rond verdichting, milieu, bereikbaarheid en duurzaamheid. Daarbij moeten we ons realiseren dat alles wat we om ons heen zien het resultaat is van een ontwerpproces. Of nog moet worden ontworpen. Alles wat onderhanden komt, vraagt om een nadere stellingname. Het past bij mijn positie iedereen in de stad erop te wijzen dat het belangrijk is te benoemen wat we met de stad willen.”

Beoordeelbaar

Wat wil Max van Aerschot met de stad? “Ik heb niet één oplossing voor Haarlem. Het gaat erom dat wij de problemen beoordeelbaar maken. Zaken moeten grijpbaar worden gemaakt, anders kan de politiek daarover geen goede besluiten nemen. Maar de overheid heeft vaak de neiging zich niet aan zo’n spelregel te willen houden. Vaak wordt gezegd: begin maar, dan zien we later wel wat er van terechtkomt. Dat leidt tot slecht gedefinieerde projecten en diffuse opdrachten. Juist als architect weet ik dat het belangrijk is met de opdrachtgever heldere afspraken te maken. Over de opdracht, het budget en de tijd. De rol van stadsbouwmeester stelt me in staat daarop te wijzen.”
Duidelijkheid kan volgens hem helpen meer kwaliteit te genereren. “Het is van het grootste belang zorgvuldig om te gaan met de ruimte in de stad. Het is pertinent fout bij een nieuwe ruimtevraag direct maar weer te knabbelen aan landschap of groen. We moeten veel zorgvuldiger kijken. Leg de stad maar onder een loep. Vervolgens zullen zich nieuwe, verrassende mogelijkheden aandienen.”
Zo kan volgens hem door wijziging van de verkeersafwikkeling aan de randen van de stad veel ruimte worden gewonnen. “Vanaf de jaren zeventig hebben we gekozen voor uitbreiding van het asfalt. Autowegen met zes banen dringen dwars door dichtbebouwde woonwijken tot diep de stad in. Alsof we ons dan nog in de polder bevinden. Mijn pleidooi luidt: accepteer eerder een ander tempo en zoek eerder een ander wegprofiel. Vroeger was dat ook zo. Na de stadspoort hadden we een ander profiel. De Schipholweg loopt nu stuk op de Mariastichting. Verleg die grens naar de stadsrand. Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar dan kan een geweldig gebied vrijkomen. In de herbestemming daarvan schuilt een enorme uitdaging.” Een ander onderwerp waar hij zich nadrukkelijk over wil uitspreken, is de kwaliteit van het welstandstoezicht. Zijn voorganger was voortdurend in de weer met conflicten tussen de welstandscommissie en de gemeente.
“Eigenlijk weten we het al. Het Rijk heeft de gemeente een heldere handreiking geboden; regels en processen moeten eenvoudiger. In de advisering moet het echt gaan over de ruimtelijke kwaliteit. Van bouwplannen, maar ook van gebiedontwikkeling. De adviezen moeten zo breed zijn, dat het bestuur vervolgens kan beslissen. Dat gaat dus over iets anders dan mooi of lelijk. Een goede welstandnota kan ons helpen zaken toetsbaar te maken.”

Groei

Van Aerschot werkt vier dagen in de week voor de gemeente. De overige dagen in de week blijft hij architect. Zijn bureau heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. “Ik heb altijd zo gewerkt. Vroeger zat ik zeven dagen in de week op het architectenbureau.” Hij wil bezig blijven met het vinden van goede oplossingen op ingewikkelde plekken. “Voor mijn bureau blijf ik ontwerpen. Die dingen blijf ik doen, maar niet in Haarlem. We hebben afgesproken dat we in de stad geen nieuwe projecten aannemen. Bestaande projecten worden afgemaakt. Daar zijn we overigens nog jaren mee bezig.” n

Reageer op dit artikel