nieuws

Na een periode van kanaliseringAa keert terug als icoon in Oost-Brabants landschap

bouwbreed Premium

Grote hopen zand zijn zichtbaar vanaf de provinciale weg langs de Zuid-Willemsvaart. Hier is veel grond verzet. Die komt uit een herstelde meander van de Aa, die gisteren in gebruik is genomen.

Het is maar een van de werken die van de Aa weer een icoon moeten maken van het Oost-Brabantse land. De lieflijk door het land kronkelende stroom is eerder door kanalisatie onherkenbaar veranderd. Het was in de tijd van de grote ruilverkavelingen dat bochten werden rechtgetrokken en het brede stroombed plaatsmaakte voor een efficiënte stroomgeul met rechte oevers. Boeren konden voortaan tot vlakbij de waterkant terecht.
De Aa leek niet alleen qua vorm maar ook qua inhoud op een open riool. Afvalwater van industrie en huishoudens kwam er op grote schaal in terecht. Het water toonde vooral bij de stuwen een beeld dat veel weg had van een bovenformaat schuimbad, van een onwelriekende soort.
Die viezigheid is – op incidentele riooloverstorten na – geschiedenis. Het water werd schoner, woningbouw rukte op en de bewoners van het dichtbevolkte gebied verlangen naar een mooie omgeving waar ze kunnen fietsen, wandelen, vissen of kanovaren. Het Waterschap Aa en Maas kreeg er een nieuwe taak bij: na het landbouwbelang, zeg maar het eten, volgde zoals dat heet de moraal, hier in de vorm van zorg voor het landschap. Al zal het schap zijn agrarische wortels niet verloochenen door de boeren te vergeten. De landbouw houdt ook in de nieuwe natuur van het Aa-dal een rol als (mede)gebruiker en onmisbaar element in het cultuurlandschap.
Bij dit cultuurlandschap horen andere historische objecten zoals wind- en watermolens. Een aantal wordt opnieuw in gebruik genomen. Bijvoorbeeld de Kilsdonkse molen, waarvoor opnieuw een stroomgoot wordt gemaakt die het water langs een schoepenrad voert.
Dit soort restauraties valt buiten de taak van Aa en Maas, verklaart verantwoordelijk waterschapsbestuurder Jan Keijzers, die samen met zijn ambtelijke secondanten Patrick Oomens, Maurice Smeets en Jos Bongers Cobouw van uitleg voorziet. Die begrenzing van werkzaamheden scheelt het schap flink in het te vergaren budget. De gww-activiteiten die het wel voor zijn rekening neemt, springen in het oog maar zijn relatief goedkoop. “Voor een beetje geld kun je ontzettend veel grond verzetten.”
Veghel is een spannend punt omdat de Aa dwars door de kom van het uitgegroeide dorp stroomt. Achter het gemeentehuis wordt momenteel een cascade gebouwd. Deze wordt het pronkstuk van het aangrenzende Julianapark. Gww-bedrijf Fa. Pennings uit Rosmalen krijgt bij de uitvoering veel bekijks van voorbijgangers. Het kunstwerk is volgens projectleider Oomens ingenieus ontworpen. Bij weinig afvoer heeft het een – gewenste – grote remmende werking en bij veel afvoer een beperkte, omdat het meeste water er dan overheen gaat. In ruime mate zelfs, omdat tegelijk het stroombed wordt verbreed.
Voor de onderbouw van de cascade slaat aannemer Pennings stalen damwandplaten met daaromheen een stortbed van zinkstukken. Deze worden afgestort met breukstenen uit België, die de cascade met de erlangs lopende vistrap een natuurlijk aanzien geven. Een aanzien dat ook een tikje buitenlands is, want puur Nederlands betekent alleen zand, grind en slib. Daarmee bouw je geen cascade.
Middenin komt een doorlaat voor kanovaarders. Die riskeren daar misschien een nat pak, een berekend risico. Dit is niet op het hele traject zo mooi geregeld, iets wat Keijzers zorgen baart. Het is de reden waarom hij waterrecreatie slechts met aarzeling wil aanprijzen. In de Aa staan verschillende stuwen en wat daarbij kan gebeuren, bleek vorig jaar op de Achterhoekse Berkel. Medewerkers van een drogisterijketen gingen met vlot en al kopje onder en twee overleefden de onbedoelde duik niet. “Ik heb toen gezegd dat we nog eens goed moeten kijken naar de veiligheid bij alle stuwen en ik moet erkennen dat die nog niet overal voldoende is. Ik zie dat mensen een hoog verwachtingspatroon hebben als het om veiligheid gaat. Te hoog want we kunnen niet alles ‘foolproof’ maken; er blijven altijd gevaarlijke situaties over.”
Te land valt vanaf deels nieuw aangelegde fiets- en wandelroutes te genieten van het landschap in de maak met zijn natuurlijke oevers en het Aa-dal waarin de klassieke beplanting voor een beekdal terugkeert.
Beek en rivier, het klinkt wellicht verwarrend maar wat de Aa precies is, hangt af van de gehanteerde definitie, zo weten ze bij het waterschap. Vanwege de lengte mag het een rivier heten. Tot 1848 voeren er zelfs kleine vrachtschepen die het regionaal transport verzorgden. Daarna werd die rol overgenomen door de nabijgelegen Zuid-Willemsvaart.
Dankzij de huidige Aa-werken neemt het overstromingsrisico af, omdat het water langer in het stroomgebied wordt vastgehouden. Een grote hoeveelheid snel afvoeren is nu eenmaal niet mogelijk als de Maas hoog staat. De te herstellen meanders dragen alle bij aan een tragere afvoer, maar het zijn er slechts een paar. De oude loop keert voor de rest niet terug. De meeste waterberging moet komen van de nieuwe overloopgebieden.
Veghel profiteert daarvan direct. De nieuwbouw aan de oever waar de rivier het dorp binnenkomt, is deels overstromingsgevoelig. Iets stroomopwaarts een stuk land verlagen zorgt gelijk voor de dringend benodigde bergingscapaciteit.

A50

De uitvoering van alle werken blijkt vlot te doen. De meeste arbeid én de meeste kosten voor het waterschap zitten volgens Keijzers in de voorbereiding en in de verwerving van gronden. Een deel van de gronden kon gelukkig worden aangekocht als natuurcompensatie voor de aanleg van de A50, met dank aan Rijkswaterstaat. Verschillende werken zijn nu gereed, in uitvoering of komen er binnenkort aan. Maar voor de rivier over de volle lengte een facelift heeft ondergaan, is het gauw 2014, verwacht Keijzers. “De komende jaren valt dus nog een hoop werk te verwachten.”
Het gedeelte in Veghel vergt een nauwe samenwerking met de gemeente, die de grond langs het water intensief heeft benut, onder andere voor woningbouw. Die samenwerking kwam er uiteindelijk. Keijzers: “Eerst liep het wat stroef. We zijn daarop een dag met een bus rondgereden om iedereen te laten zien op hoeveel plaatsen gemeente en waterschap met elkaar te maken hebben. Dat bleken er heel veel.” Daarna is het helemaal goedgekomen, onderstreept hij. “Een goede samenwerking is een basisvoorwaarde. Als die er is, kun je elk probleem oplossen.” n

Reageer op dit artikel