nieuws

Eisen aan kleine bouwernog te hoog

bouwbreed Premium

– De nieuwe inkoopstrategie van Rijkswaterstaat botst nog het meest met de belangen van het midden- en kleinbedrijf. Gebrekkige communicatie, hoge inschrijfeisen en risico’s zijn andere belangrijke onderwerpen die honderd bouwers aan de orde stelden tijdens de marktconsultatie van de grootste gww-opdrachtgever.

Rijkswaterstaat heeft per 1 januari een nieuwe koers ingezet waarbij al meer ruimte is voor het midden- en kleinbedrijf en lagere eisen voor bouwcombinaties gelden. De gespannen markt en het relatief lage aantal inschrijvers stimuleren de opdrachtgever en de markt om elkaar nog beter te leren kennen. In een open proces waarbij alle ruimte is voor marktpartijen en belangenorganisaties komt de nieuwe koers tot 2012 tot stand.
In Utrecht maakten afgelopen dinsdag 70 bedrijven gebruik van de mogelijkheid om mee te denken. Op diverse punten overleggen opdrachtgever en opdrachtnemers nog, maar de verwachting is dat de definitieve richting dit najaar komt vast te staan. Twee belangrijke vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland blikken terug.
“Marktpartijen waarderen die openheid”, heeft Wim Holleman ervaren. Volgens de directeur Markt en Inkoop van Rijkswaterstaat heeft de bouw begrip voor de koers om opdrachten verder op te schalen en te integreren. “We moeten met een kleinere organisatie efficiënter inkopen, maar er zitten grenzen aan die bundeling: we willen voldoende belangstellenden vanuit de markt, en opdrachten moeten beheersbaar blijven voor onze eigen organisatie. Aandachtspunt voor Rijkswaterstaat is om binnen die visie duidelijkheid te geven aan de positie van het midden- en kleinbedrijf.”
Ook Niels van Amstel, senior beleidsmedewerker economie van Bouwend Nederland is dat laatste punt opgevallen. “Ongeacht het onderwerp of de samenstelling van een workshop, steeds weer komt het thema bovendrijven.” Bij Bouwend Nederland leeft nog niet het gevoel dat Rijkswaterstaat maximaal ruimte biedt voor ondernemingen. “Bij grotere repeterende opdrachten, zouden de eisen aan bouwers aan de onderkant van de geschiktheidseisen moeten zitten. Grofweg kun je stellen dat wie één viaduct bouwt, er ook zestig kan bouwen en beton storten is beton storten. Hetzelfde geldt voor de eis van minimaal drie referentiewerken. Een of twee is in de meeste gevallen echt genoeg.”
Holleman vindt wel dat marktordening niet de verantwoording is van Rijkswaterstaat, maar van het ministerie van Economische Zaken. “Ons belang is om nu en in de toekomst een gezonde markt van aanbieders te treffen, met aandacht voor nieuwe toetreders en innovatie. Alleen als er onvoldoende concurrentie is, zullen we vanuit Rijkswaterstaat initiatieven nemen om een gezonde markt tot stand te brengen.”

Kritiek

Rijkswaterstaat vindt het niet erg om kritiek te krijgen. “Toonaangevend opdrachtgever zijn, betekent ook dat je moet leren van je fouten.” Holleman wil niet ingaan op concrete projecten, maar Van Amstel wijst op de afhandeling van de Kosmos-projecten (achterstallig onderhoud aan kunstwerken). “Daar zitten partijen met verschillende verwachtingen tegenover elkaar. Met eerder communiceren en elkaar beter aftasten, had wellicht veel frustratie voorkomen kunnen worden.”
Opdrachtgever en opdrachtnemer erkennen beide dat op het gebied van communicatie nog veel te verbeteren is. “It takes two to tango”, vat Van Amstel de onvermijdelijke samenwerking tussen beide partijen samen. “Dan is het wel handig van elkaar te weten welke kant je op wilt. Op tenen trappen doet pijn, maar de warmte van wrijving leidt wel tot betere projecten.” Bouwend Nederland ziet daarbij vooral toekomst voor betere formulering van gezamenlijke doelen, betere samenwerking en risicobeheersing. “Vermijden van dat soort gespreksonderwerpen in de voorfase, leidt snel tot conflicten en veel extra inspanning tijdens de uitvoering. Partijen zijn nu meestal veel te voorzichtig in het prijsgeven van te verwachten risico’s.” De besprekingen over de verbreding van de A2 bij Utrecht naar twee keer vijf rijstroken is de positieve uitzondering op de regel.
Ook Holleman beaamt dat beide partijen kunnen profiteren van een betere communicatie. “Het schort nog regelmatig aan een open houding aan tafel, zowel in de aanbestedingsfase als tijdens de uitvoering.”

Bevoegdheden

Rijkswaterstaat wil naast vlottere communicatie, inzetten op betere afstemming van bevoegdheden. “Mensen op gelijk niveau moeten met hetzelfde mandaat aan tafel zitten, anders verval je al snel in oeverloze achterbangesprekken. Alleen al het transparant en voorspelbaar op de markt zetten van opdrachten en uniforme contracten, verlaagt de drempel. Als je weet wat je kunt verwachten, schrijf je sneller in.”
Volgens Holleman hebben diverse bouwbedrijven daarbij gewezen op de dreiging van het teruglopende kennisniveau onder ambtenaren. Daarnaast bleken niet alle bouwers overtuigd van de daadkracht van Rijkswaterstaat. Hou vast aan de ingeslagen koers, is de opdrachtgever meermalen op het hart gedrukt. De angst bestaat dat de dienst gaandeweg de eisen weer zal opschroeven en minder consequent zal zijn.

Reageer op dit artikel