nieuws

Doorbraak nodig bij innovatie

bouwbreed Premium

Sinds 2004 is een duidelijke trend waar te nemen dat de bouwsector innoveert. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport dat het EIB in opdracht van PSIBouw onlangs heeft gepubliceerd. PSIBouw stelt echter vast dat het wel langzaam gaat. Er zijn nu ‘launching customers’ nodig om te versnellen.

Uit het EIB-onderzoek ‘Procesintegratie en innovatief ondernemerschap in het bouwproces, meting 2007 (zie ook artikel ‘Vernieuwingen gaan voorbij aan bouwsector, Cobouw 2 mei, nummer 84) blijkt dat innovaties vooral door de grote bouwbedrijven worden ingebracht. Inmiddels halen die de helft van hun omzet uit innovatieve projecten. Het midden- en kleinbedrijf blijft achter. Hoewel er sinds 2004 een duidelijke trend waar te nemen is dat de sector innoveert, moeten we ook vaststellen dat het nog wel traag gaat. Dat de bouw het werk nauwelijks aan kan is daar ongetwijfeld debet aan: het beeld is dat innovatie het conventionele werkproces verstoort en dat is in zo’n conjunctuur geen aanbeveling.

Vertrouwensbasis

Innovaties vereisen bovendien een gezonde vertrouwensbasis tussen klant en uitvoerder. Affaires zoals rond de Amsterdamse Zuidas ondermijnen dat en dan is het in innovatieland al gauw een stap voorwaarts en twee stappen terug. Nu de politiek alleen nog bij een affaire even opveert maar de bouw verder van de agenda heeft gehaald, raakt voor je het weet de fut er uit.
Sinds de start van PSIBouw, in 2004, zijn een kleine 150 wetenschappelijke rapporten en artikelen, tientallen publicaties en artikelen in (vak-) bladen en tientallen congressen en andere bijeenkomsten gehouden.
PSIBouw stond aan de wieg van een hele serie innovatie-experimenten, zoals bij de versnelde verbreding van de A2, de herinrichting van een wijk in Hellevoetsluis en nieuwbouwprojecten in onderwijs en gezondheidszorg volgens het revolutionaire Living Building Concept. Ook is PSIBouw initiator van de landelijke Bouwinformatieraad, die na tientallen jaren gehannes nu grote stappen zet om in een ICT-standaard virtuele modellen voor de hele bouw te gaan gebruiken. Het programma besteedt in de vorm van een groot integriteitsproject intensief aandacht aan de nodige verandering van de cultuur van de sector. Het programma heeft zich niet bepaald in stilzwijgen gehuld, ook al denken anderen, zoals prof.Hugo Priemus, onderzoeker bij het interfacultair Onderzoeksinstituut OTB onlangs in de NRC,daar anders over. Het programma dwingt internationaal respect af. Enige tijd geleden afficheerde de onafhankelijke International Advisory Board van PSIBouw het programma nog als voorbeeld voor het buitenland: van het innovatiepotentieel dat op initiatief van PSIBouw is ontwikkeld wil men van Finland tot Australië graag leren.

Kloof

Dichter bij huis adviseert de Commissie van Wijzen het kabinet over de vraag of innovatieprogramma’s van deze signatuur volgens opzet functioneren en of de doelen gerealiseerd worden. De Commissie gaf PSIBouw in de zogenoemde ‘Mid Term Review’ van dit jaar een duidelijk positieve beoordeling. Maar er gaapt een grote kloof tussen het tempo waarin innovatieve kennis en nieuw instrumentarium door PSIBouw is voortgebracht en de snelheid waarmee de bouwsector dit in kan zetten in de dagelijkse praktijk. De energie- en landbouwsector bewijzen dat fundamentele proces- en systeeminnovaties tientallen jaren vergen. De bouwsector is net een half decennium onderweg. Naast volharden op de weg van geleidelijkheid is er nu wel een doorbraak nodig. Die kan veroorzaakt worden door een of meerdere grote ‘launching customers’. Opdrachtgevers die innovatieve aanbiedingen honoreren en selecteren op basis van de kwaliteit-/prijsverhouding en niet langer op het fnuikende mechanisme van de laagste prijs. In Nederland bestaat sinds enige tijd een Opdrachtgeversplatform, waarin alle grote publieke bouwopdrachtgevers elkaar ontmoeten. Dit platform heeft niet alleen de economische maar ook de morele verantwoordelijkheid om de nu beschikbare nieuwe kennis en instrumenten daadwerkelijk zelf in te zetten en de sector voor te schrijven hierin mee te doen.

Reageer op dit artikel