nieuws

Condities inleenkrachten overheid moeten helder worden

bouwbreed Premium

Regelmatig kondigt de overheid aan om regels voor het inhuren van externen aan te scherpen. Toch is volgens Willem van Dalen het fenomeen van inhuur niet meer weg te denken.

Gemeenten en provincies die verantwoordelijk zijn voor inrichting en beheer van de openbare ruimte werken sowieso met inhuur. Maar wat is er dan toch mis met het inhuren van arbeidskrachten?
Knokken
Vroeger stond een aanstelling als ingenieur bij de overheid garant voor financiële zekerheid, uitdaging en status. Overzichtelijke loopbanen, eensgezind bouwen aan Nederland, geen zorgen om geld en pensioen. Nu is financiële zekerheid ook buiten de overheid te vinden en status is omgeslagen in gêne voor het ambtenaarschap. Voeg daarbij een tekort aan civieltechnisch geschoold personeel en de overheid moet knokken op de arbeidsmarkt om de juiste mensen te vinden. Gemeente en provinciale diensten voelen zich gedwongen om tekorten aan personeel op te vangen met inleenkrachten. Rijkswaterstaat heeft al enkele jaren geleden op deze ontwikkelingen ingespeeld en een duidelijk beleid ingezet van meer kwaliteit met minder mensen. Meer werk wordt naar de markt gebracht, arbeidsintensieve werkprocessen uitbesteed. De gekozen richting lijkt te zijn geslaagd. Provincies en gemeenten hebben vaak een minder duidelijk beleid.
Oplossen
Argumenten voor en tegen inleenkrachten buitelen over elkaar heen: stevig prijskaartje, gebrek aan commitment, frisse aanpak, flexibele schil. Iedereen heeft genoeg voorbeelden om zijn gelijk te bewijzen. Maar welke lijn en welk beleid is verstandig? Ministers zullen van tijd tot tijd maatregelen tegen externe inhuur blijven aankondigen. Provincies en gemeenten zullen de uitdagingen in de openbare ruimte concreet moeten oplossen. Het zou goed zijn als hierbij de condities waaronder het beste uit inleenkrachten gehaald kan worden, helder worden.

Reageer op dit artikel