nieuws

Werksituatie van jongeren kan beter

bouwbreed Premium

De bouwnijverheid komt te vaak negatief in het nieuws, vooral op het ge-bied van de arbeidsomstandigheden. Dat zwakke punt kan best een sterk punt worden, als de bedrijven de neuzen maar dezelfde kant op hebben. Nu wordt nog te veel naar elkaar en anderen gewezen, zegt Cees van Vliet.

De concurrentiestrijd is hevig als het gaat om het aantrekken van enthousiaste jonge mensen. De interesse voor technische beroepsopleidingen is er wel, maar de keuze is groot. In dat kader las ik met belangstelling het interview met Jan de Koning in Cobouwvan 28 februari (nummer 41). De directeur van BOB Opleiding pleit daarin voor het vergroten van de kansen voor jongeren in onze bedrijfstak. Mensen raken teleurgesteld als ze geen kans krijgen opleidingen te volgen of parttime te werken. “Als jongeren in een andere sector wél de kans krijgen hun talenten te ontplooien, haken ze af”, zo stelt De Koning.

Aantrekkelijkheid

De bouw bevindt zich volgens De Koning in de overgangsfase tussen het oude en het nieuwe denken. Het nieuwe denken houdt in: de aantrekkelijkheid van het werken in de bouw vergroten door het bieden van kansen. Geldt dat ook voor de arbeidsomstandigheden? Kan een verbetering de bouwnijverheid aantrekkelijker maken voor nieuw personeel en, nog belangrijker, bijdragen aan de honkvastheid van werknemers?
In het verleden is in elk geval het tegenovergestelde gebleken. Jonge mensen keren regelmatig het werk de rug toe omdat het te zwaar is gebleken. Werden zij als leerling dikwijls ontzien, als volwaardig kracht op de bouwplaats valt de praktijk toch vies tegen. Met de nadruk op vies; regelmatig halen foto’s de kranten, ook deze, van omstandigheden waar de honden geen brood van lusten. Werknemers staan tot de enkels in de blubber, werken in weer en wind of staan op hoogst onveilige plaatsen hun werk te doen. Trekt de bedrijfstak hier lering uit? Soms denk ik van wel. Er is sprake van groeiende aandacht voor de gezondheid en veiligheid. Werkgevers en werknemers zijn het erover eens dat betere arbeidsomstandigheden leiden tot minder ongevallen en een lager verzuim. De maatregelen worden vaker genomen. Door gezamenlijke initiatieven pakt men de pijnpunten gerichter aan, zoals met de loopbaanprojecten. Ook gaan werknemers steeds beter gekleed de winter in.
Soms denk ik ook dat de bedrijfstak nog een lange weg heeft te gaan. Zo wordt naar mijn smaak nog te vaak naar elkaar en naar anderen gewezen. Bij het maken van de arbocatalogi bijvoorbeeld, klinkt regelmatig de roep om gelijkschakeling van de groep zelfstandigen. Als de zzp’er zich niet aan de regels hoeft houden, wordt het goedwillende bedrijf toch al snel weggeconcurreerd? En als opdrachtgevers de kosten niet willen vergoeden, waarom zou je dan hulpmiddelen inzetten?

Imago

Ook ik pleit voor de gelijkschakeling van zzp’ers, maar tevens voor vooruitgang. Als we naar elkaar blijven wijzen, kan er van een structurele verbetering van de arbeidsomstandigheden geen sprake zijn. Investeren dus en geen mitsen en maren.
Dat neemt niet weg dat wij de discussie met de groep zelfstandigen aan moeten blijven gaan, ook over de arboregels, zodat we samen vooruit kunnen. De bedrijfstak moet blijven werken aan een ordelijke bouwplaats, goede schaftketen en een goede organisatie en uitstraling. Dat is goed voor de mensen en het imago van de bedrijfstak. Tenslotte lopen ook de potentiële nieuwe werknemers langs het hek.

Reageer op dit artikel