nieuws

Nederland presteert slecht op Mipim

bouwbreed Premium

Nederland slaat met zijn presentatie op de vastgoedbeurs Mipim in Cannes een modderfiguur. Dat stelt directeur Gerard Schouw van Nicis Institute.

“Burgemeesters, wethouders en topambtenaren denken nog steeds dat ze hun eigen stad of (vak)terrein moeten promoten. Maar Nederland is te klein om op een beperktere dan nationale schaal te concurreren op de markt van internationale vastgoedinvesteringen.”
Zelfs de Randstad presenteert zich niet als één geheel, weet hij. Amsterdam werft voor de eigen Zuid­as, Den Haag heeft zijn stationsgebied, Rotterdam doet nog iets soortgelijks en Utrecht heeft ook wat eigen zaken waarmee het de boer op gaat.
Andere landen doen dat volgens hem veel beter. De bekende klacht dat allerlei grotere en kleinere gemeenten de wijde wereld intrekken om de eigen bedrijventerreinen onder de aandacht te brengen van pakweg Japanners, Amerikanen of Chinezen, blijft actueel. “Hoog tijd dat er weer eens een steen in de vijver wordt geworpen.

Concurrentie

Het kabinet, en dan vooral het ministerie van Economische Zaken, zou de regie moeten nemen om de in zijn ogen contraproductieve binnenlandse concurrentie voor de vastgoedontwikkeling in te dammen. Maar ook het kabinet denkt volgens hem te regionaal, met een eenzijdige focus op de Randstad. “Het zou Nederland als één geheel moeten presenteren, met een aantal interessante gebieden.”
De al jaren sterk internationaliserende investeringsmarkt zit, meent hij, niet te wachten op talrijke plaatselijke initiatieven die afzonderlijk onvoldoende zeggingskracht hebben om grote vissen te verleiden.
“Het lijkt nu nog wel goed te gaan met de economie want er is krapte op de arbeidsmarkt. Mijn vrees is dat dit succes tijdelijk is en dat de grote investeringsstromen op langere termijn naar andere landen gaan.”
Daarom zouden er meer tot de verbeelding sprekende projecten moeten zijn. “Projecten waarvan een grote zeggingskracht uitgaat. Denk aan een plan om voor de Randstad een efficiënt openbaarvervoersysteem op te zetten.”

Universiteiten

Food Valley in Wageningen noemt hij als een van de voorbeelden waarmee Nederland zich op de kaart kan zetten. “Zoiets moet je in de etalage zetten. Maar niet elke gemeente moet bijvoorbeeld met een eigen ‘health boulevard’ komen”, relativeert hij meteen de pretenties van plaatsen met een medische faculteit.
“Al die universiteiten die met elkaar concurreren, zouden ook veel beter kunnen samenwerken. Delft, Rotterdam, Leiden, Utrecht, Amsterdam, dat ligt allemaal zo dicht bij elkaar; Vanuit de TU Delft ben je binnen een half uur bij de Erasmus Universiteit.”
Het belang van de Mipim voor de internationale economie is groot, onderstreept de algemeen directeur van het kennisinstituut voor steden. “Het draait om de grote vastgoedinvesteringen maar ook om de mensen die daarin aan het werk gaan. Dat zijn de kenniswerkers die we graag in dit land willen hebben.”

Reageer op dit artikel