nieuws

‘Je bent als bouwer net een mens’

bouwbreed Premium

Meer eindregie, betere samenwerking en grotere maatschappelijke betrokkenheid is nodig in de bouw. Dat vinden Michel van der Linden en Rob Wouda, directieleden van Hurks van der Linden. “Je bent als bouwer net een mens.”

In de portfolio van de Brabantse aannemer staan veel projecten uit de budgetmarkt: onderwijs, overheid en gezondheidszorg. Op dit moment staan maar liefst vier ziekenhuizen op de rol: in Schiedam, Dordrecht, Den Bosch en Sittard. De aannemer heeft dus veel ervaring met bouwen in de zorg.
Helaas ontberen opdrachtgevers die ervaring. “Een lid van de Raad van Bestuur bouwt over het algemeen maar eens in zijn carrière een nieuw ziekenhuis”, weet Van der Linden. Daarom is een dergelijke opdrachtgever minder goed in staat de eindregie over de bouw te voeren.Die overkoepelende verantwoordelijkheid is juist noodzakelijk. Volgens Wouda zit de bulk van de faalkosten namelijk precies tussen de deelspecialismen van architect, aannemer, installateur en overige betrokkenen in. “Het blijft moeilijk de juiste partij aan te spreken op fouten. De ene procespartner verbergt zich achter de ander”, licht hij toe. Ook de architect heeft volgens Wouda de afgelopen jaren verzuimd de kennis over de bouw van een ziekenhuis over de volle breedte bij te houden. Ontwikkelaars van woningen pakken zo’n eindregie wel op. “Maar dat is ook minder ingewikkeld”, denkt hij, “in die sector zijn de ontwikkelingen wel bij te sloffen.”
Als er een gezamenlijke verantwoordelijkheid bestaat, ontstaat afstemming tussen deeldisciplines als vanzelf. Als voorbeeld noemt Van der Linden het Maaslandziekenhuis in Sittard, waar Ballast Nedam, Strukton en Hurks van der Linden in één vof zitten met de installateur (GTI). Gezamenlijk hebben zij de nieuwbouw aangenomen en dus zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het resultaat.
Wouda: “Wij leveren iets in, waardoor een installateur zijn werk eenvoudiger en dus goedkoper kan doen. Maar waar het om gaat is dat een vermindering op het ene onderdeel een dubbel plus op het andere oplevert. Voor de kwaliteit van het totaal worden we als groep afgerekend, in plaats van als individueel bedrijf. Daar is vertrouwen, gelijkwaardigheid en respect voor elkaars specialisme voor nodig.”
“Daar moet de bouw de komende 10 jaar veel energie in stoppen”, denken de directieleden van Hurks van der Linden. De aannemer met tweehonderd werknemers en 80 miljoen euro omzet heeft inmiddels 90 jaar ervaring in de bouw. Samen met zevenhonderd gasten vierde hij dit jubileum afgelopen vrijdag met een Stabat Mater-concert in de Sint Petruskerk in Oirschot. Vrij ongewoon voor een bouwer.
“Niemand verwacht het van ons en daarom doen we het”, zegt Van der Linden. De aannemer doet wel meer verrassende dingen, zo heeft hij gedichtenbundels uitgebracht. “Wil je je onderscheiden, dan moet je anders communiceren”, verklaart hij. “In onze bundels larderen we de gedichten dan ook met foto’s van onze projecten.”
Ook verrassend is dat de aannemer scholen in India bouwt. “Uit maatschappelijke betrokkenheid”, zegt Wouda. “Aannemers moeten zich maatschappelijk betrokken voelen. De bouw draagt immers bij aan de totstandkoming van een leefomgeving. Daarom zouden bouwers trotser moeten zijn op wat ze maken. Dat betekent niet alleen denken in termen van goedkope oplossingen, maar ook aan de leefbaarheid ervan.”
Daarom moeten partijen al bij het definitieve ontwerp bij elkaar aan tafel gaan zitten, adviseren de directieleden. “Want de overgang van ontwerpen naar bouwen is nu te abrupt, terwijl de ontwerp- en uitvoeringsverantwoordelijkheid bij elkaar horen. Omdat die nu gescheiden zijn, levert dat vaak geweldige juridische schermutselingen op.”
Van der Linden en Wouda zeggen dat zij die ontwerpverantwoordelijkheid wel willen nemen.
Toch ondervinden ze daarvoor te weinig stimulans. “Een aannemer wordt afgerekend op zíjn prijs en zíjn kwaliteit en veel minder op de wijze waarop hij met anderen samenwerkt”, vindt Van der Linden. “Maar misschien is dat ook wel een maatschappelijke ontwikkeling. Het op eigen belang gerichte Angelsaksische ondernemingsmodel is steeds meer in zwang, maar dat vind ik minder geschikt voor de bouw dan het Rijnlandse model dat veel meer de nadruk legt op samenwerken.”
Zelf voelen de directieleden zich in elk geval erg betrokken bij hun opdrachtgevers. Als directie van een middelgroot bedrijf zitten ze nog dicht op hun projecten. Zo discussiëren ze met de Raad van Bestuur van ziekenhuizen, bijvoorbeeld over het nut en de noodzaak van één-patiëntverpleegkamers.
In plaats van te zeggen: geef ons maar het bestek en we stapelen de stenen wel. Door projecten niet puur technisch te benaderen, leren Wouda en Van der Linden veel meer over de gezondheidszorg en kunnen zij op hun beurt de opdrachtgever inhoudelijk informeren over het project.
“We zouden het een compliment vinden als andere aannemers zeggen dat we soft zijn”, besluiten de directeuren. “Want we schamen ons niet voor die maatschappelijke betrokkenheid. Dat gaat vanzelf. Het is niet gekunsteld, want het komt uit het hart. Zo ben je als bouwer net een mens. En onze gebouwen zijn een middel om die interesse voor maatschappelijke ontwikkeling uit te dragen.” ■

Reageer op dit artikel