nieuws

Hagedissen kijken uit op spoor Maastricht-Lanaken

bouwbreed Premium

De complete bovenbouw van de spoorlijn Maastricht-Lanaken wordt vernieuwd om hem weer in gebruik te kunnen nemen voor het goederenvervoer. Het spoortraject is zo’n vijftien jaar niet bereden en heeft er in die tijd automatisch iets bijgekregen: beschermde natuur.

Natuur en een spoorlijn

Als koudbloedigen zijn het zonaanbidders pur sang: de hagedissen die zich het spoortraject hebben toegeëigend. Het grind van het ballastbed en de ijzeren spoorstaven worden vlot warm in de zon en lenen zich dan prima voor een comfortabel zonnebad. En zonder treinen heerst er volmaakte rust. Opdrachtgever ProRail laat spooraannemer Strukton nu het traject zo inrichten dat de lijn een dubbele functie krijgt: goederenvervoer en natuur. Ze moeten ook wel. Verschillende planten en dieren die er hun biotoop hebben gezocht, blijken wettelijk beschermd.
Projectleider Kees van Buul van Strukton en bouwmanager Sjef Janssen van ProRail zeggen zich er niet door gehinderd te voelen. Natuur en spoor hoeven elkaar geenszins te bijten, weten ze. Sterker, rond het spoor doen elders zeldzame planten en dieren het vaak opvallend goed. Het is er rustig en bovendien reizen ook planten(zaden) en dieren per trein. Het spoorwegennet is daarmee een ecologische hoofdstructuur avant la lettre.

Hoofd erbij

De natuurvriendelijke herinrichting is een integraal onderdeel van de bouwopdracht voor het traject tot de Belgische grens. De projectleider en de bouwmanager verklaren: “Het kan lastig zijn als je het niet gewend bent. Je moet je hoofd erbij houden maar het is goed te doen. We maken een mooi stukje werk en de omgeving knapt ervan op.”
De bouwers hebben voor de natuurmaatregelen hulp gekregen van de veldbiologen van de Stichting Ravon. Muurhagedissen krijgen een onderkomen in de vorm van muurtjes van gestapelde granietkeien langs het spoor. Alleen de bovenste twee lagen stenen zijn gemetseld, de rest zit door de druk vanzelf muurvast.
Muurhagedissen verhuizen ernaartoe als ze ontwaken uit hun winterslaap die ze genieten in het spoorbed. Daar moeten ze weg voor de machines het op de schop nemen. Ze worden gevangen met een speciale stok met een lus eraan, op zo’n manier dat ze van de weeromstuit niet hun staart afwerpen, wat ze gewoon zijn te doen bij wijze van zelfverdediging.
De Stichting Ravon start in april met het vangen van de in de lente langzaam op gang komende dieren. Een tijdelijk reptielenscherm – een lage opstaande rand van blik – houdt de dieren bij het grove spoorwerk vandaan. Na de oplevering wordt dit scherm overbodig, hebben de spoormannen geleerd; de rails zijn veilig voor ze. “Ze zijn heel gevoelig voor trillingen. Als ze liggen te zonnen, voelen lang van tevoren dat er een trein aankomt.”
De zogeheten stapelmuurtjes, van anderhalf tot twee meter hoog, zitten vol spleten waarin de hagedissen zich kunnen verschuilen. Af en toe zullen ze hun tong naar buiten steken om een smakelijk insect naar binnen te trekken. De muurtjes zijn 50 meter lang en staan over een lengte van 1500 meter. Naast het spoor komen ook stevige houtwallen. Naast de landschapsminnende mens worden daarmee ook de beschermde de levendbarende hagedis en de hazelworm behaagd. De laatste twee verplicht.

Geparkeerd

Ook beschermde planten krijgen wat ze toekomt: bescherming dus. Aangetroffen werden, in grote aantallen, de wilde marjolein en het rapunzelklokje. Ze werden uitgegraven en op een veld in de buurt geparkeerd. Dit in afwachting van de terugplaatsing langs het nieuwe spoorbed. Door deze maatregel worden ze tijdens het werk niet vertrapt. n

Reageer op dit artikel