nieuws

Beproefde techniek zet rem op creativiteit

bouwbreed Premium

Nederlandse ingenieurs zijn in het buitenland niet vanzelfsprekend welkom. Delft? Nooit van gehoord. Ingenieursorganisatie Kivi Niria signaleert dat vooral de landen in het zuiden van Europa dwarsliggen.De titel ingenieur is nog steeds geen vrijbrief om in het buitenland aan de slag te gaan. Ondanks invoering van de Bolkesteinrichtlijn, de Europese prikkel voor grensoverschrijdende dienstverlening, beschermen nationale overheden bruutweg hun markten.

Theo Leoné
“De landen in het zuiden van Europa doen het moeilijkst”, zegt president Jan Dekker van ingenieursorganisatie Kivi Niria, oud-topman van TNO. “In Italië moet je zo’n beetje drie Italiaanse grootouders hebben om je titel erkend te krijgen. Echt een heel gevecht. Ook Engeland is lastig. Afgestudeerd zijn is niet genoeg. Je moet ervaring kunnen overleggen. Dan pas krijg je een stempel van goedkeuring”.
Kivi Niria spant zich in om Nederlandse ingenieurs die in het buitenland tegen belemmeringen oplopen, de helpende hand te bieden. Dekker: “We hebben net nog het geval gehad van een ingenieur met problemen in Canada. Ze hadden nog nooit van Delft gehoord. Samen met de ambassade is actie ondernomen”.
Beroepsorganisatie Kivi Niria zetelt in een drie eeuwen oud pand tegenover het Haagse Malieveld, het nationale vertrekpunt van demonstraties naar het Binnenhof. Het instituut bouwt voort op de geschiedenis van twee organisaties die in 2004 fuseerden. Het Kivi stamt al uit 1847, bundelde de ir’s en heeft vanouds een koninklijk tintje. Niria volgde in 1910 na de oprichting van de eerste middelbare technische scholen en bevocht erkenning van het predikaat ing.
“Twintig jaar is gepraat over het samengaan van beide organisaties”, verzucht Dekker. “Oude mannetjes hielden jarenlang de fusie tegen. Volstrekt te onrechte. Alle ingenieurs hebben belangstelling voor dezelfde soort technische onderwerpen. Iedereen wil graag kennis uitwisselen. Hulde aan het bureau. Binnen een half jaar was alles geregeld”.
Beleidsadviseur Jasper van Alten: “De leden merkten al snel dat de fusie extra mogelijkheden schiep. Bovendien bleken we na drie jaar een kwart op de bureaukosten te hebben bespaard”.

Betekenis

Bij de fusie in 2004 herijkte de organisatie haar doelen. Belangenbehartiging en kennisuitwisseling spelen de hoofdrol. Daarnaast neemt Kivi Niria initiatieven om de betekenis van techniek in de maatschappij voor het voetlicht te halen.
President Dekker: “We werken met een decanensysteem, coaches. Wie in de knoop zit met zijn loopbaan kan eens met hen praten. Ook helpen we mensen die zelf een bedrijf willen opzetten. Zo’n 5 tot 10 procent van de ingenieurs werkt in het buitenland en komt op gegeven moment terug naar Nederland”.
Populair is de juridische dienstverlening. “De onderwerpen? Mensen hebben soms ruzie met hun baas, dikwijls over het contract. In slechte tijden proberen bedrijven van hun medewerkers af te komen. Is de conjunctuur goed dan liggen de kaarten andersom. Dan hoor je een vraag als: hoe kom ik van mijn concurrentiebeding af”.
Kivi Niria telt 25.000 leden. Het bureau – met steunpunten op de universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente – heeft een sterkte van 25 volledige medewerkers. Ruim een kwart van de leden beschikt over een bouwtechnische achtergrond. Grootste hap vormen de leden van de afdelingen Bouw (2300) en Bouw- en Waterbouwkunde (2000). Andere interessevelden met een link naar de bouw zijn Geotechniek (700), Milieutechniek (330), Tunneltechniek (679) maar ook Vervoerstechniek (669) en Waterbeheer (499). Niet zelden zijn de ingenieurs lid van meerdere afdelingen.
Dekker: “Hoeveel ingenieurs bij Kivi Niria aangesloten zijn? We missen 85 procent. Het ledental zou, gezien wat we allemaal te bieden hebben, best een stuk omhoog kunnen. Bij de ir.’s hebben een aandeel van een kwart. Bij de ing.’s steken we onder de 10 procent”.
De wens tot kennisuitwisseling heeft van Kivi Niria een intensieve netwerkorganisatie gemaakt. Jaarlijks vinden zo’n 600 bijeenkomsten plaats, van aangeklede borrels en informatieve excursies tot serieuze workshops en grote congressen. In de Reehorst te Ede belicht Kivi Niria samen met PSI Bouw op 11 maart de veranderende rol van de ingenieur in de bouw.

Leesbaarheid

“Ook onze bladen passen in het streven naar een goede kennisuitwisseling”, zegt Dekker. “Goed dat onze redacties onafhankelijk zijn. Dat komt de leesbaarheid sterk ten goede. Vroeger hadden we echte clubbladen met vreselijk doorwrochte artikelen. Die tijd is gelukkig voorbij. Onze bladen zijn niet afgestemd op de echte specialisten. Die hebben hun eigen kanalen wel. Met een kwartiertje lezen ben je weer helemaal bij”.
De bladen waaraan Kivi Niria zijn naam verbindt, zijn de driewekelijks uitgave De Ingenieur, het Technisch Weekbladen Techno!,een tweemaandelijks gratis periodiek voor studenten.
Volgens Jan Dekker neemt de maatschappelijke waardering voor de ingenieurs weer toe. “Een tijdje maakten alle beroepen die eindigen op ‘loog’ de blits. Van psycholoog tot pedagoog. Prima mensen hoor. Ik zeg niet dat ingenieurs de wereld moeten besturen. Maar ze spelen wel een belangrijke rol. We maken elkaar soms wijs dat het de techniek is die de moeilijkheden veroorzaakt. In werkelijkheid geldt juist dat bij de oplossing van de problemen altijd techniek om de hoek komt kijken. Denk aan thema’s als water, transport en milieu”.
De president van Kivi Niria ziet de ingenieurs als een serieus te nemen bron van kennis. Handig voor wie vooruit wil komen. Anderzijds registreert Dekker bij de burgers – en de politici als hun vertegenwoordigers – steeds meer risicomijdend gedrag. Creatieve plannen smoren daardoor maar al te vaak in stroperigheid.
“Wat een verschil tussen de uitvoering van de Deltawerken en de bouw van de Tweede Maasvlakte. Bij de Deltawerken kregen de ingenieurs volop de mogelijkheid nieuwe dingen te bedenken. Daardoor zijn vele nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Bij de Tweede Maasvlakte leunen we zwaar op de noodzaak beproefde technieken toe te passen”. n

Reageer op dit artikel