nieuws

Interesse voor techniek loopt dramatisch terug

bouwbreed Premium

In de lerarenkamer van het Noorderpoortcollege is het stil. Ook in de pauze. De school is gekrompen en het docentenkorps krimpt mee. De gloriedagen, zeker bij de weg- en waterbouwafdeling, lijken voorbij.

Nederland heeft een naam

Alle techniekvakken doen het slecht onder jongeren maar bij zijn afdeling Infra is het beeld het meest dramatisch, schetst Jan Niehof. Infra is de nieuwe naam die is gegeven aan de richting weg- en waterbouw. Deze heeft negen leerlingen op stage die dit jaar een diploma zullen krijgen. Vorig jaar is de laatste grotere lichting van school gegaan; toen gingen er negentien weg met een diploma.
“De laatste jaren zijn we blij als zich twaalf, dertien eerstejaars inschrijven. Het gaat niet alleen hier zo; in het hoger onderwijs is de infratechniek ook gedecimeerd.”

Uitstapjes

Lagere scholen en vmbo’s bezoeken, uitstapjes organiseren samen met de gww-branche, het levert volgens hem niets op. Nul komma nul. “We hebben al zoveel geprobeerd, mijn fantasie is nu wel zo’n beetje op. Ik weet niets meer te verzinnen waarmee we buiten de vaste kleine kring nog leerlingen kunnen trekken van de vmbo’s.
Misschien, overweegt hij, moeten we weer eens kijken naar het havo-publiek. “Dat hebben we verwaarloosd. Vroeger stapten nogal wat leerlingen na havo drie over naar het mbo. Die deden het daar heel goed. Met een havo-diploma op zak konden ze bij ons ook in het tweede jaar beginnen. Dat waren hier hele goede leerlingen. Die havo-groep zijn we helemaal kwijtgeraakt.”
Leerlingen worden gelokt met opleidingen die vooral leuk moeten zijn.” Het Noorderpoortcollege biedt dans en drama aan. “Hoe moet je daarmee aan de slag komen”, vraagt Niehof zich af.
Ooit viel die vraag zelfs te stellen bij civiele techniek. Dat was in de tijd dat er veel jongeren waren en nauwelijks werk. De school heeft lang dependances nodig gehad om alle leerlingen te kunnen huisvesten. “Ik ben hier in 1979 begonnen. Destijds hadden we alleen al voor civiele techniek zestig eerstejaars; dat betekende twee parallelle klassen.”
Anno 2008 zitten leerlingen van verschillende jaargangen soms bij elkaar in één lokaal. Krijgt de ene groep daar bijvoorbeeld klassikaal les en zit de andere achter de computer.
In de bijna dertig jaar die hij voor de klas staat, zag Niehof voor zijn leerlingen verschillende moeilijke periodes voorbijkomen. Na het eindexamen gingen altijd al veel leerlingen verder in het hoger onderwijs. Anderen werden nogal eens werkloos. “Zeker in de eerste helft van de jaren tachtig zijn hele lichtingen niet aan de bak gekomen.”
In de tweede helft van de jaren tachtig trok de werkgelegenheid aan. Eind jaren negentig kelderde het arbeidsmarktperspectief voor zijn leerlingen opnieuw. Vanaf 2002, 2003 werd het tij weer gunstig en kwam er volop werk. Met zo weinig leerlingen over, zit de nood nu aan werkgeverskant. “Van de negen gediplomeerden die dit jaar in aantocht zijn, komen er vier of vijf op de arbeidsmarkt. De anderen gaan verder studeren.”
Het is met de afname van de interesse een select gezelschap geworden in de klas. Vooral doeners zijn het, die zich aangetrokken voelen tot de praktische kant van het vak. Aardige jongens zo te zien, die zich ook buiten het zicht van de leraar goed gedragen. Dat blijkt als Niehof in het lerarendomein Cobouwte woord staat. Zijn leerlingen zijn in een leslokaal bezig achter de computer. Als Niehof later alsnog de klas inloopt, zijn er geen tekenen van wanorde.
De stedelijke jongerencultuur heeft, taxeert de docent, van het techniekaanbod met het infravak nog het allerminst op. Elektrotechniek, werken met computers, doet het onder de stadsjeugd nog wel een beetje. De gegadigden voor weg- en waterbouw, komen op het Noorderpoortcollege allemaal van het platteland. Hun motivatie danken ze doorgaans aan iemand die ze goed kennen en die in het vak zit, bijvoorbeeld een vader, buurman of oom. “Ik heb verschillende kinderen van oud-leerlingen in de klas”, zegt Niehof, toch weer trots.

Agrarisch

Wat verder op de weg- en waterbouwopleiding afkomt, heeft een agrarische achtergrond maar wil geen boer worden. “Ik heb erbij die de hele dag kunnen kijken naar shovels en kranen. Eerder keken ze waarschijnlijk al graag naar grote landbouwmachines. Het lijkt wel of ze vooral daardoor worden aangetrokken.”
De selectie wordt bij zo’n dunne spoeling minder streng, erkent hij. “In de eerste klas zitten nu twaalf leerlingen en ik geloof dat van hen vier of vijf dyslectisch zijn.” Zeker bij een praktisch gerichte opleiding is dat geen groot probleem.
“De meeste van deze leerlingen moet je niet urenlang met theorie lastigvallen. In praktijklessen kunnen ze zelf proeven doen met materialen zoals asfalt en beton. In het praktijklokaal maken we het gezellig, met koffie erbij.”
Eén minpuntje valt op: meisjes zijn niet te bekennen. Maar met een goede baan in het verschiet, komt dat voor de jongens later vast wel weer goed. n

Verkiezing

Onbekend maakt onbemind, lijkt te gelden voor technische opleidingen. De verkiezing van de slechtste weg van het jaar in het Noorden van het land laat zien hoe belangrijk weg- en waterbouw is voor de samenleving. Niehof is één van de juryleden. Via het Dagblad van het Noorden mag iedereen wegen nomineren. De jury kijkt behalve naar de kwaliteit ook naar het belang van de weg. “We hebben een hele slechte bezocht maar daar bleek vrijwel geen verkeer over te komen. Anderen nomineren weer een weg die in goede staat verkeert en veilig is maar die ze toch vervelend vinden. Bijvoorbeeld juist vanwege al die veiligheidsbevorderende rotondes en doorgetrokken strepen. Gemeenten die in de prijzen dreigen te vallen, weten meestal al wel hoe laat het is. Veel “slechte wegen” zijn bijvoorbeeld gevonden in Emmen. “Dat is een gemeente met een groot oppervlak en dus veel wegen, bij relatief weinig inwoners. Dan is er niet zoveel geld. Ik vind dat waar je in bermen kuilen van een halve meter aantreft en een weg ook nog erg gevaarlijk is voor bijvoorbeeld fietsers, dit niet kan. De gemeente Emmen zal het wel jammer vindt maar ze zullen toch op zoek moeten naar meer geld.”

Reageer op dit artikel