nieuws

‘De tijd van bouwen in grote series is voorbij’

bouwbreed Premium

Zijn carrière voerde hem langs alle belangrijke instanties die de huisvestingspolitiek vormgeven en uitvoeren: gemeenten, corporaties, het ministerie van VROM en Aedes. En nu dus de Stuurgroep Experimentele Volkshuisvesting (SEV). Lex de Boer (48) verheugt zich nu al op de discussies.

De volkshuisvesting in Nederland beleeft hectische tijden. De veertig probleemwijken van minister Vogelaar overheersen de discussie, maar er zijn tal van andere kwesties die dringend om een nieuwe visie vragen. Hoe houd je wonen betaalbaar, hoe ver gaat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van corporaties, hoe verbeteren we de positie van starters en daklozen op de woningmarkt. En dan is er nog het aloude ruimteprobleem. Als de Vinex op is, gaan we dan de steden verdichten en op het water wonen? En moeten dat standaardwoningen worden of zet de individualisering door en worden er steeds meer variaties mogelijk?
Het zijn maar enkele van de vraagstukken waarmee De Boer te maken krijgt als hij op 1 maart aantreedt als directeur van de SEV in Rotterdam. Voor De Boer, thans directeur van woningcorporatie Portaal in Leiden, is de volkshuisvesting een beleidsterrein waar hij zich zeer nauw bij betrokken voelt.
De SEV is een organisatie die, in de formulering van De Boer, verbindingen legt tussen “datgene wat stabiel moet blijven en dat wat moet veranderen” en die “tot doorbraken kan inspireren op terreinen waar Den Haag en de corporaties het laten afweten.”

Betrokkenheid

In al zijn vorige functies gaf De Boer blijk van een grote sociale betrokkenheid. Hij is van huis uit socioloog en kijkt niet in de eerste plaats met een technisch of financieel oog naar de Nederlandse huisvestingspolitiek. Zijn uitgangspunt is de mens. Vorig jaar ontving hij van de ministeries van VROM en VWS de Zilveren Ladder, een aanmoedigingsprijs om meer initiatieven te ontwikkelen voor de opvang van dak- en thuislozen.
Een van zijn opvattingen luidt dat de individuele bewoner meer verantwoordelijkheid zou moeten hebben voor de vormgeving van zijn woning. Dat standpunt ontwikkelde hij toen hij in de jaren zeventig in een Haagse volksbuurt onderzoek deed en ontdekte hoe weinig invloed bewoners hebben op hun eigen woonomgeving. “Het zijn altijd anderen die bepalen hoe en waar je woont, die de prijs, de inrichting en de kwaliteit bepalen.”
Meer variatie in de woningbouw in combinatie met meer individuele zeggenschap, is een onderwerp waar De Boer bij de SEV zeker aandacht voor zal vragen. “De tijd van de bouw in grote series is voorbij”, zegt hij. “Voor mij staat vast dat het uitdrukken van de eigen identiteit van een individuele bewoner, of van de collectieve identiteit van een groep bewoners, een belangrijk thema wordt de komende jaren. We gaan gevarieerder bouwen. De SEV is volop bezig met belangrijke experimenten op dit vlak, zoals wonen op het water en particulier opdrachtgeverschap.”
De eerste aanzetten zijn al duidelijk zichtbaar. De Boer: “Eenzijdige wijken die tijdens de Wederopbouw als één geheel werden ontworpen, worden bij herstructurering vrijwel altijd door meer architecten opnieuw ontworpen. Zo ontstaan in dezelfde wijk meer identiteiten.”
Die toename van variatie in de steden is van essentieel belang. “Een grote, anonieme woonomgeving geeft mensen het gevoel dat ze niet bestaan. De sociale problemen vind je altijd daar waar de grote series staan. In Rotterdam-Zuid of de Bijlmer. Ik denk dat het kleiner moet.”
De bouw zal zich aan die ommezwaai moeten aanpassen. “Want het bouwproces in Nederland is nu bijna industrieel georganiseerd. Er is heel weinig variatie mogelijk. Wil je iets anders, dan stijgen de kosten enorm.”
Ondanks dat beletsel, wordt hier en daar geëxperimenteerd met woningcomplexen waar de toekomstige bewoners zeggenschap hebben over het uiterlijk van hun huis. De Boer noemt voorbeelden in Rotterdam en Leiden. “Daar mogen de bewoners zelf bepalen hoeveel verdiepingen ze willen, of er een plat dak op moet of een puntdak en welke steensoort er voor de gevel wordt gebruikt.”
Nu zijn zulke variabelen nog duur. Maar waarom zou er geen productieproces denkbaar zijn dat zonder veel meerkosten bouwmaterialen levert die aan individuele wensen tegemoet komen? De Boer voorziet in de bouw een zelfde ontwikkeling als in de auto-industrie: “Als ik een VW bestel, kan die helemaal naar mijn eisen worden aangepast. Bij een computergestuurde productie zou dat ook voor bouwmaterialen geen probleem moeten zijn.”

Reageer op dit artikel