nieuws

Nieuwe bouwbeurs in Assen mikt op het hogere segment

bouwbreed Premium

Twee bouwbeurzen op één dag bezoeken, in het noorden van ons land kan dat deze week. Het is een klein uurtje rijden van Leeuwarden naar Assen en andersom. Toch hebben allebei de evenementen hun eigen publiek.

In de nieuwe TT-Hall te Assen vindt tot en met vandaag 21.00 uur de eveneens nieuwe Bouwbeurs Noord-Nederland plaats. Op openingsdag woensdag wisten al ruim 2500 bezoekers de nieuwe locatie nagenoeg probleemloos te vinden, laat organisator Libéma Exhibitions weten.
Bezoekcijfers van de al op dinsdag begonnen ‘traditionele’ Bouwvakbeurs in het WTC Expo-complex te Leeuwarden zijn er nog niet, maar liggen volgens meerdere standhouders vooralsnog aan de lage kant. Tot acht uur vanavond kan dat nog veranderen. Maar er zijn meer verschillen tussen beide beurzen. Leeuwarden blijkt bij standhouders vooral aantrekkingskracht te hebben op het kleine en middelgrote bouwbedrijf, waarvan ook menige medewerker de beursvloer bezoekt. Het vrij hoge percentage ‘bouwvakkers’ en een enkele moeder met kinderwagen doen denken aan de roemrijke, maar vervlogen jaren van de Bouwvakbeurs in Zuidlaren. De bouwbedrijven worden mede aangetrokken door de vele stands met (elektrisch) gereedschap en aanverwante producten. De aanwezigheid van een beurs-in-een-beurs, de verzameling van een dertigtal stands onder de vlag van toeleverancier Raadsma, is enigszins verwarrend. Maar ook daar veel gereedschappen. Het puur Friese bedrijf heeft inmiddels ook een vestiging in Groningen geopend. Andersom ligt dat moeilijker, niet veel Groningers gaan graag richting Leeuwarden. Tekent dat mede het succes van de nieuwe beurs in Assen?

Diversiteit

Op het TT-circuit is men duidelijk een andere weg ingeslagen, laat Riemer Rijpkema desgevraagd weten. De divisiedirecteur eigen producties van Libéma wijst op de hoge kwaliteit van de standpresentaties en de grote diversiteit in productpresentaties.
“Wij kiezen ervoor om geen ‘hijskranenbeurs’ te zijn, maar een ­afspiegeling van de gehele bouwbranche. Dus geen over­vertegenwoordiging van bepaalde segmenten. Kortom, we mikken met een A-merk beeld op de beslissers in de bouw, die hier vooral komen om te netwerken, een band op te bouwen met bedrijven waarmee ze in de nabije toekomst zaken gaan doen.” Wat Rijpkema daarmee min of meer aangeeft is dat zijn organisatie weliswaar een doorontwikkeling van de Bouwvakbeurs Zuidlaren voor ogen staat, maar dan voornamelijk in het hogere segment.
In hoeverre beide bouwbeurzen in de toekomst bestaansrecht hebben, beslissen op dit moment de bezoekers en in hun kielzog de standhouders. Assen lijkt vooralsnog op punten te winnen.

Reageer op dit artikel