nieuws

Geen herstructurering zonder stop nieuwe bedrijventerreinen

bouwbreed Premium

Volgens Maarten van Biezen moet er een drastische koerswijziging, namelijk een stop komen op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Niet alleen om onnodig ruimtebeslag te voorkomen, maar ook omdat de herstructurering en transformatie van verouderde bedrijventerreinen een noodzakelijke impuls is voor de vitaliteit van onze steden.

Natuur en Milieu is blij dat herstructurering van bedrijventerreinen nu prominent op de politieke agenda staat. Dat is precies wat we beoogd hadden met onze campagne ‘Zuinig op ruimte’ in 2007. De ministers Jacqueline Cramer (Ruimte en Milieu) en Maria van der Hoeven (Economische Zaken) willen vanaf 2010 jaarlijks 1000 tot 1500 hectare verouderd terrein opknappen. Maar inmiddels is al een derde van de terreinen, dat is 30.000 hectare, aan een opknapbeurt toe. Dat is dus 20 tot 30 jaar doorploeteren. Bovendien is over 20 jaar de behoefte aan bedrijventerreinen in absolute zin afgenomen, zoals het Ruimtelijk Plan Bureau voorrekent. De ruimtewinst van herstructurering komt dan dus te laat. Met dit tempo van herstructurering is over 20 jaar opnieuw een derde deel aan opknappen toe, omdat de huidige nieuwe terreinen dan weer verouderd zijn.

Projectontwikkelaars

Herstructurering is dweilen met de kraan open, zolang er geen rem zit op de groei van nieuwe bedrijventerreinen. Oók projectontwikkelaars pleiten voor het creëren van schaarste als middel om de kwaliteit te verhogen en verrommeling tegen te gaan. Dit kan alleen een succes worden als er terughoudend wordt opgetreden met de uitgifte van nieuwe terreinen. Ieder nieuw terrein trekt werkgelegenheid weg van een bestaand terrein. Dat zijn vaak de terreinen die verder verloederen. Aan deze vorm van ‘shifting cultivation’ willen de beide ministers Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu en Maria van der Hoeven van Economische Zaken wel wat doen, maar met hun inzet gaan ze het niet redden.
De ministers gaan afspraken maken met elk van de twaalf provincies. Dat is beter dan de vage convenanten die tot nu toe werden gesloten met alle provincies gezamenlijk. Ze willen ook dat niet langer wordt uitgegaan van het scenario met de hoogste groei, om de behoefte te bepalen, maar van een meer gematigd en realistisch scenario. En ze willen slechts afspraken maken voor vier tot vijf jaar. Dat is allemaal positief. Maar deze afspraak biedt ook de gelegenheid om de ruimteclaims op te schroeven: provincies mogen bij hun planning rekening houden met “beleidsmatige ambities” en met de wensen van het regionale bedrijfsleven – dan weet je het wel.

Prachtwijken

Ook wordt van provincies gevraagd de SER-ladder toe te passen, dat wil zeggen rekening te houden met ruimtewinst van herstructurering en intensivering op bestaande terreinen. Maar daar worden geen concrete doelen voor geformuleerd. De kans is dan groot dat net zoals cijfers van VROM laten zien, de groei en het overschot aan bedrijventerreinen onverminderd toeneemt.
Overaanbod zorgt ervoor dat bedrijven uit het stedelijk gebied naar bedrijventerreinen buiten de stad trekken. Terwijl de prachtwijken van Ella Vogelaar, minister van Wonen, Wijken en Integratie juist wel wat meer werkgelegenheid kunnen gebruiken. De naoorlogse functiescheiding heeft de verloedering van zowel woonwijken als bedrijventerreinen in de hand gewerkt. Als daar door een eensgezinde aanpak van deze ministers samen met hun collega Vogelaar geen verandering in wordt gebracht, dan blijft het dweilen met de kraan open. Een veel krachtiger rem op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen is daarvoor een noodzakelijke voorwaarde.

Reageer op dit artikel