nieuws

Duitse architectuur beleeft renaissance van zichtbeton

bouwbreed Premium

Sinds enige jaren maakt zichtbeton een ware renaissance door, aldus het Duitse boek Sichtbeton. Het omstreden materiaal is weer cool.

Stemmig en heel esthetisch, maar ook een beetje verdacht: alle architectuurfoto’s in het boek Sichtbeton zijn in zwart-wit. Dat levert fraaie plaatjes op. Maar de grijstonen zijn een stuk minder confronterend dan kleurenfoto’s die de pokdaligheid van sommige zichbetonfaçades zouden blootleggen.
Die pokdaligheid is helemaal niet erg, schrijft architect Hubert Baumstark uit Karlsruhe. Hij voert een pleidooi om het materiaal niet weg te werken achter pleisterwerk of andere tweede huid. Weg met de materiaalcocktail, roept Baumstark: laat het zichtbeton in zicht blijven. En laat het dan maar scheuren onder invloed van tijd en klimaat. Laat het onvolkomen zijn als gevolg van de menselijk imperfectie in de productie. De authenticiteit van het materiaal moet spreken, ook in verouderd zichtbeton kan de identiteit van constructie, vorm en oppervlakte behouden blijven, beweert Baumstark.
Baumstark is een van de twaalf auteurs – architecten, wetenschappers, betonproducenten – die in korte teksten hun gedachten formuleren over het materiaal, gevolgd door vijftig gebouwen die moeten onderstrepen dat zichtbeton mooi is. Het boek toont dat zich in Duitsland een ware renaissance voltrekt.
Die bewering wordt onderstreept door de nadruk op recente gebouwen. 34 van de vijftig besproken gebouwen zijn uit de periode 2000-2006. Behalve de grote bandbreedte van het gebruik van zichtbeton tonen zij innovatieve en pregnante projecten: beton met hout, vilt en glas in het Moderne Literaturmuseum in Marbach van David Chipperfield Architects (2006), beton met kleurtoeslagen, zelfverdichtend beton (Zaha Hadids wetenschapsmuseum Phaeno in Wolfsburg, het holocaustmonument in Berlijn van Peter Eisenman, beide uit 2005).
Volgens Rüdiger Kramm, hoogleraar aan het Instituut voor Bouwconstructie van de Universiteit Karlsruhe, is de vernieuwde belangstelling voor zichtbeton vooral een beweging naar nieuwe, kale, naakte, gladde en zeer expressieve architectuur – als tegenvoeter van de rauwe, ruwe en grove betonarchitectuur uit de jaren zestig en zeventig die nu als problematisch wordt ervaren en het imago van zichtbeton heeft geschaad.
Dat is verleden tijd, schrijft architectuurprofessor Arno Lederer van de Universiteit van Stuttgart. Waar in de jaren zestig en zeventig de geestdrift over een nieuw materiaal voorop stond, leeft nu de wens naar authenticiteit en naar reductie tot het wezenlijke. Die nieuwe aanpak geeft het zichtbeton ‘een nieuw imago, om niet te zeggen een CI – een corporate identity; gepatineerde, geslepen en gepolijste, geverfde, zijdeachtige en fonkelende oppervlakken zijn in!’
Kramm noemt als voorbeelden van innovaties in zichtbeton de gelakte houten bekistingen voor de gebouwen van Tadao Ando, ultrahigh performance en zelfverdichtend (scc) beton, ‘magische’ toeslagen en als allernieuwste noviteit translucentie: beton dat licht doorlaat.
Volgens Martin Peck, hoofd marketing en techniek van Betonmarketing Süd, is de trend van gladde en abstracte gebouwen ongebroken, maar is er wel een onderstroom van architecten die gebouwen wensen waarin juist weer het zichtbeton de façade zijn gezicht geeft. Voorbeelden geeft hij niet. Toch bang voor al te pokdalige gevels?
Sichtbeton, Betrachtungen. Ausgewählte Architektur in Deutschland, Rüdiger Kramm 0x26 Tilman Schalk, 2007. Verlag Bau + Technik, ISBN: 978-3-7640-0489-7.

Reageer op dit artikel