nieuws

Ziekenhuizen kunnen kleiner maarnormen moeten hoger

bouwbreed

Per 1 januari 2008 geeft de overheid de bouw van ziekenhuizen vrij. Een jaar later volgen verpleeghuizen en andere zorginstellingen. Voordeel van de afschaffing van het toezicht is volgens de overheid dat niet langer consultants de oppervlakte maximaliseren. Voordeel volgens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) is dat ziekenhuizen eindelijk meer oppervlakte kunnen bouwen.

Per 1 januari 2008 geeft de overheid de bouw van ziekenhuizen vrij. Een jaar later volgen verpleeghuizen en andere zorginstellingen. Voordeel van de afschaffing van het toezicht is volgens de overheid dat niet langer consultants de oppervlakte maximaliseren. Voordeel volgens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) is dat ziekenhuizen eindelijk meer oppervlakte kunnen bouwen.
Volgens de ziekenhuizen kunnen we dus een bouwgolf verwachten. In 1965 werd het bouwtoezicht ook afgeschaft en toen ontstond er zoveel bouw dat er noodwetgeving kwam. Verschil tussen die afschaffing en het huidige voornemen is dat toen de kosten vergoed werden en dat nu overgegaan wordt op een systeem van normatieve kosten. En dat brengt ons op de vraag: zijn de normen voor ziekenhuizen te groot of zijn ziekenhuizen te klein? Een arts die deze vraag moet beantwoorden, zegt dat zijn ruimten te klein zijn. Vraag je aan hem hoe groot ze wel moeten zijn, dan weet je gelijk waar hij gestudeerd heeft: hij belt namelijk zijn oude professor op en vraagt hoe groot de ruimten in het betreffende academische ziekenhuis zijn. Echter, er is geen specialist die inging op de standaard vraag van een bekende consultant of de arts bereid was zelf de bovennormatieve ruimte te financieren.

Verrassend

In de toekomst komen de artsen zelf te staan voor de keuze wil ik meer en betere apparatuur, meer/duurder personeel of wil ik dat het ziekenhuis in stenen belegd. Ik denk dat het antwoord op die keuze voor de huidige ziekenhuisdirecteuren verrassend kan zijn. Ik vermoed dat we geen Duitse ziekenhuizen krijgen waar veel oppervlakte in gangen gaat zitten maar dat we meer ziekenhuizen krijgen zoals in Harley Street: veel ruimte voor patiënten en heel weinig overige ruimte. Of dat de toekomst is, weet ik niet zeker. Maar wel duidelijk is dat de groei van 76 vierkante meter per bed in 1980 naar ruim 100 vierkante per bed nu omslaat in krimp. En krimp is mogelijk. Er kan minder oppervlakte besteed worden aan verpleegafdelingen: de norm is 2 bedden per 1000 inwoner, feitelijk zijn er ruim 3 bedden per 1000 inwoners (bron: www.RIVM.nl). De poliklinieken staan niet alleen na 16 uur en in het weekend leeg, maar worden ook overdag niet optimaal benut. Het Waterlandziekenhuis te Purmerend draaide voor de realisatie van de nieuwbouw polikliniek in minder dan 50 procent van de norm zonder te werken in de avond of in het weekend. Natuurlijk zijn werkkamers en loungeplekken voor artsen in het ziekenhuis een pré, maar met goede automatisering zullen artsen toch liever hun studeerkamer thuis gebruiken. Automatisering en digitalisering betekenen niet alleen minder (rönt-gen)archief, maar ook kleinere apparatuur op laboratoria en minder apparatuur op de röntgenafdeling. En volgens de normen van Phillips en Siemens waren er al minder kamers nodig dan volgens de normen van de overheid. Uit de projecten ‘Sneller beter’ bij ziekenhuizen blijkt dat 30 procent meer operaties gedaan kan worden in dezelfde tijd. Dat betekent dus ook 30 procent minder operatiekamers. En dan heb ik het nog niet over de operatiekamers die ziekenhuizen wel bouwden – aanvraag maximaal binnen de norm – maar niet in gebruik namen. Ook facilitair zijn er meters te winnen. ‘Just in time delivery’ in plaats van grote magazijnen. Uitbesteden van koken, ontkoppeld koken met de keuken elders.
Afstoten
Ook uitbesteden van apotheek: als een groothandel aan elke plattelandshuisarts met apotheek binnen een bepaalde tijd aflevering van medicijnen garandeert, dan moet dat toch ook mogelijk zijn in ziekenhuizen? Kortom, als het ziekenhuis oppervlakte moet besparen en als de artsen die noodzaak of wens onderschrijven, dan acht ik een oppervlaktereductie van 30 á 50 procent zeker mogelijk. Ziekenhuizen met één locatie zullen niet graag binnen hun locatie ruimten gaan verhuren. Maar ziekenhuizen met meerdere locaties zullen zeker de kleine locaties gaan afstoten als die locaties uit hun strategisch oogpunt niet nodig zijn. Dit alles betekent niet alleen dat spreiding van ziekenhuizen door de overheid goed gegarandeerd moet blijven in de toekomst, maar ook dat nog eens kritisch gekeken moet worden naar de normatieve oppervlakte en de daarbij behorende normatieve vergoeding voor gebouwen. Ziekenhuizen kunnen kleiner. Daar staat tegenover dat de kamers voor een verpleeghuiscliënt of de ruimten voor een verzorgingshuiscliënt te klein zijn en de norm daarvoor opgehoogd moet worden.
Dr.ir. C. Antoinette Vietsch,
Lid Tweede Kamer, CDA-fractie

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels