nieuws

Modulaire bouw probeert schaftkeet-imago af te schudden

bouwbreed

Tijdelijke gebouwen zijn in opmars. Was de omzet van Jan Snel Modulair Bouwen, specialist in semi-permanente accommodaties, vorig jaar nog 36 miljoen euro, dit jaar verwacht het bedrijf 45 miljoen euro om te zetten.

In de hal van een vierkant gebouwtje op het terrein van het hoofdkantoor in Montfoort houdt directeur-eigenaar Harry van Zandwijk zijn toegangspasje voor de paslezer van een afgesloten kamer. De deur gaat open en het aan de buitenkant saai ogende vertrek blijkt een luxe hotelkamer te zijn. Voorzien van een tweepersoonsbed, moderne armatuur, een betegelde badruimte en een ruim toilet. “Je kunt met modulair bouwen echt alle kanten uit. Zowel van binnen als van buiten. Want wie dat niet wil hoeft natuurlijk helemaal niet in een onderkomen als dit te gaan zitten”, zegt hij met een handgebaar naar een opvallend pand met ronde vormen een stukje verderop.
Commercieel directeur Rob Vlek: “Je kunt tijdelijke gebouwen ieder gewenst uiterlijk geven. Desnoods zo dat het esthetisch noch kwalitatief te onderscheiden is van een traditioneel pand. Daarvan ken ik verschillende voorbeelden. Het is jammer dat er niet veel meer tijdelijke accommodaties worden gebouwd. Ze bieden veel voordelen boven traditionele bouw, maar niet iedereen wil er aan. Projectontwikkelaars hebben nog steeds een uitgesproken voorkeur voor bakstenen.”

Schaftkeet

En dat terwijl de mogelijkheden van het bouwsysteem nog lang niet zijn uitgeput. “Het product dat we nu leveren is iets heel anders dan toen Jan Snel, mijn schoonvader, het bedrijf in 1960 oprichtte”, zegt Van Zandwijk. In die tijd was een tijdelijk gebouw niets meer dan een noodoplossing. Een containertje ingericht als schaftkeet bijvoorbeeld. “Voor sommigen hebben semi-permanente gebouwen nog steeds dat imago, terwijl de mogelijkheden in werkelijkheid praktisch onbeperkt zijn. We zijn dan ook doorlopend bezig om onze producten te verbeteren en nieuwe toepassingen mogelijk te maken.”
Dat beleid werpt vruchten af. Jan Snel begon als kleine ondernemer, maar het huidige bedrijf telt vier vestigingen en 300 man personeel. “We zijn een van de grootste spelers op de markt van tijdelijke onderkomens. Onze gebouwen vinden aftrek in de zorgsector, het onderwijs en het bedrijfsleven. Daarbij kun je denken aan ziekenhuizen, scholen en kantoorgebouwen”, vertelt Vlek. “Ons hoofdkantoor hier in Montfoort bijvoorbeeld is een semi-permanent gebouw. Een accommodatie als deze kun je voor langere tijd laten staan en is snel en voordelig uit te breiden als dat nodig is. En blijkt het pand op den duur overbodig te zijn, dan is het eenvoudig af te breken en ergens anders weer op te bouwen.”
Van Zandwijk: “Als je de kosten van traditionele bouw en semi-permanente onderkomens met elkaar vergelijkt, pakt ons systeem voordeliger uit. Bovendien is tijdelijke bouw beter voor het milieu.”
Om die redenen kiezen veel bedrijven voor semi-permanente kanto ren. Daarnaast zijn er andere voordelen. Vlek: “Als je bijvoorbeeld ergens een school bouwt, dan staat het vaak al van te voren vast dat het gebouw na een jaar of twintig een andere bestemming moet krijgen.” In zo’n situatie kan een tijdelijk onderkomen problemen voorkomen. “Als het om wat voor reden dan ook niet meer nodig is, haal je het uit elkaar en kun je de vrijgekomen ruime weer snel voor iets anders gebruiken. Het pand bouw je ergens anders weer op en daar heb je dan voor een fractie van de normale investeringskosten een nieuwe school. Met een tijdelijk verzorgingshuis of postkantoor kan dat natuurlijk ook.”
Los van zulke relatief grote gebouwen, levert het bedrijf ook kleinere onderkomens. Bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting voor mensen die door een brand dakloos zijn geworden, ingerichte wooneenheden voor buitenlandse werknemers en accommodaties voor evenementen. Zo werd Jan Snel in 2004 ingeschakeld in verband met de herdenking van de invasie in Normandië. Het bedrijf verscheepte 350 units en tenten met een oppervlakte van 40.000 vierkante meter voor de medewerkers van de Amerikaanse president George Bush die op 6 juni aanwezig was bij de plechtigheid. “Al met al zijn we er zeven weken mee bezig geweest”, vertelt van Zandwijk. Glimlachend: “Een dag na de herdenking ging Bush al weer naar huis.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels