nieuws

Geluk baggert met volle vaart in Kraaijenbergse Plassen

bouwbreed

Zeemeeuwen, futen en een enkele zwaan zwemmen er rond alsof ze nooit anders deden. Wie langs de Kraaijenbergse Plassen rijdt in het Noord-Brabantse Cuijk, net onder Nijmegen, zou ook niet vermoeden dat op de 450 hectare water ooit koeien graasden. Alleen de vier zuigers van Aannemingsbedrijf Geluk uit Doetinchem vertellen een ander verhaal.

Schoenen uit, is de ongeschreven regel bij het betreden van de stuurhut van diepwinzuiger “Schelde”. In een nette werkomgeving kan schipper Jan van der Weerd zich beter concentreren op de taak die hij het schip moet laten verrichten: het opzuigen van industriezand, om dit vervolgens naar de drijvende verwerkingsinstallatie te persen. Daar wordt het mengsel gescheiden in vier fracties en gemengd volgens de samenstelling die de afnemer vraagt. “We hebben ongeveer in beeld welk type zand waar ligt”, legt Van der Weerd uit. “Als ze bij de verwerkingsinstallatie meer van een bepaald type nodig hebben, geven ze een seintje en stuur ik de zuiger bij.” Acht uur per dag, en in drukke tijden twaalf uur, bestuurt Van der Weerd de zuiger. “Maar het verveelt nooit”, verzekert hij. “Ik ben in dienst van Geluk, maar eigenlijk vrij man. Ik regel het hier allemaal zelf.” Want, zoals in de huisregels aan de muur van de stuurhut is te lezen: ‘De schipper heeft gelijk, hij heeft altijd gelijk.’
De Kraaijenbergse plassen zijn ontstaan als gevolg van de grind- en industriezandwinning waar Smals Bouwgrondstoffen, sinds 1995 moederbedrijf van Geluk, in 1989 mee begon, “in een tijd dat Kraaijenberg nog een berg was”, blikt projectleider Paul Hartman terug. Het was de enige verhoging in een verder laaggelegen gebied dat vroeger onder water kwam te staan als het peil in de Maas steeg.

Zandbehoefte

De behoefte aan beton- en metselzand en grind en de aanwezigheid van grondstoffen hiervoor in Cuijk deden Smals eind jaren zeventig besluiten tot het aanvragen van een ontgrondingsvergunning in het gebied. Met de gemeente werd overeengekomen dat Smals het gebied zou ontgronden en vervolgens inrichten als recreatie- en natuurgebied. Woonkavels, zoals bij het naastgelegen gebied Heeswijkse Kampen, was geen optie: hoe verder een gebied van de A73 gelegen is, hoe rustiger de bestemming die erop ligt.
De vergunning voor de industriezandwinning loopt eind 2009 af. Hartman spreekt echter van een op handen zijnde “beperkte verlenging”. “Door de stagnerende bouwproductie en door vergunningsproblemen hebben wij niet alle gewonnen grondstoffen in de lopende periode af kunnen zetten. Vanaf 1990 hebben we 65 miljoen ton industriezand verworven. We hebben meer tijd nodig om dit te verkopen.”
Het baggeren en opspuiten voor de verkoop van ophoogzand en de herinrichting van de oevers wordt uitgevoerd door dochter Geluk. Bij het project gaat het om hoogwaardige klei uit de bovengrond, geschikt voor onder meer dijkenbouw en de keramische industrie; en industriezand, grind en ophoogzand uit de laag daar onder.
Uit de onderste laag, tot 40 meter diep, wordt restzand gewonnen. Dat laatste wordt gebruikt als ophoogzand, onder meer voor de Betuwelijn waarvoor een miljoen kuub uit Cuijk is gebruikt. De verwijdering van de kleilaag is op anderhalve hectare na klaar; er rest nog 30 hectaren te winnen industriezand. Daarnaast houdt Geluk zich bezig met de herinrichting van het gebied: reconstructie van de oevers en het opspuiten van strandjes, eilanden én een camping.

Ongestoord

De herinrichting moet hoe dan ook in 2009 zijn afgerond. Geluk voert op het moment dan ook een race tegen de klok en verzet met vier zuigers 150.000 kubieke meter zand per week.
Pas sinds kort kunnen de zuigers van Geluk namelijk weer intensief en ongestoord hun werk doen op de plassen. In 1996 geboden de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg dat Smals de Kraaijenbergse Plassen deelde met collega-baggeraars. “Daar waren wij natuurlijk niet blij mee”, geeft Hartman toe. “Wij hadden al het voorbereidende werk gedaan, van het aanleggen van dassentunnels tot het uitkopen van de boeren. We hebben toen bedongen dat we alleen akkoord zouden gaan wanneer we op een andere plek het zand en grind dat wij zouden verliezen, mochten terugwinnen. We kregen echter maar geen vergunning toegewezen. Onze bedrijfsvoering dreigde in gevaar te komen, want wij hadden de grondstoffen nodig.” Mede op last van de Nederlandse Mededingingsautoriteit werd de laatste uitbreidingsvergunning weer aan alleen Smals verleend. Slechts één collega-bedrijf is nog aanwezig in de Kraaijenbergse Plassen, waar Geluk overigens ook de zandwinning voor verzorgt. “Nu hebben we tenminste weer de ruimte”, zegt directeur Jan Geluk. “Op het moment dat er zoveel verschillende schepen bezig waren met industriezandwinning, hadden wij nauwelijks plek om met de herinrichting te beginnen. Bovendien is het zand dat we voor de herinrichting gebruiken, het zand dat elders in de plassen wordt opgegraven. Je kunt dus pas beginnen aan herinrichting van de oevers wanneer deze ontgronden zijn van zand en grind.”
Vanwege de krappe deadline zijn vier van de zeven zuigers die het bedrijf in bezit heeft, ingezet. De achtste ligt op de tekentafel. De zuigers worden zo efficiënt mogelijk ingezet door zowel zand op te zuigen, ophoogzand in de schepen te laden en het sproeiponton te voeden waarmee de camping wordt opgespoten. “Naast het halen van de deadline is dat voor ons de grootste uitdaging bij dit project”, aldus Geluk. “In één werkgang combineren we herinrichting, het afleveren van ophoogzand en het terugwinnen van restgrind. Dat is uitzonderlijk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels