nieuws

Conjunctuur en rendement

bouwbreed

Hoogconjunctuur in de bouw en dan tegenvallende bedrijfsresultaten. Het overkwam Heijmans in het eerste halfjaar. Het bedrijf heeft een beursnotering dus moet periodiek zijn resultaten publiek maken. Voor de meeste bouwbedrijven geldt dit niet. Of Heijmans een uitzondering is we-

Hoogconjunctuur in de bouw en dan tegenvallende bedrijfsresultaten. Het overkwam Heijmans in het eerste halfjaar. Het bedrijf heeft een beursnotering dus moet periodiek zijn resultaten publiek maken. Voor de meeste bouwbedrijven geldt dit niet. Of Heijmans een uitzondering is we-
ten we dus niet. Toch denk ik dat de Brabantse bouwer niet alleen staat met een tegenvaller, want het is in de bouw een vrij normaal verschijnsel dat in een oplopende conjunctuur de winstcijfers tegenvallen. Daar staan grotere winsten tijdens een teruglopende conjunctuur tegenover.
Het fenomeen doet zich voor bij niet al te kleine bedrijven die langlopende werkzaamheden aannemen.
De prijzen die bij de calculatie in een ruime markt worden gehanteerd gelden bij grote concurrentie tussen toeleveranciers en een zekere werkhonger bij onderaannemers. Daarbij moet ook de gretigheid van hoofdaannemers om werken binnen te halen niet uit het oog verloren worden.
Als de contracten met toeleveranciers en onderaannemers niet naadloos aansluiten bij de veronderstellingen bij de calculatie heb je bij een aantrekkende conjunctuur de poppen aan het dansen. Een vergelijkbaar probleem kan zich voordoen bij werken die bedrijven zelf ontwikkeld hebben en bij de verkoop daarvan de geraamde verkoopprijzen de intussen gestegen kosten van toeleveranciers en onderaannemers niet dekken.
Timing is dus van groot belang willen bedrijven succesvol zakendoen in de bouw. De vraag is of er een oplossing bestaat voor het gesignaleerde probleem van de invloed van de conjunctuur op het verloop van de winst van bouwbedrijven. Die lijkt mij slechts voor een klein deel voorhanden. Hoofdaannemers die bestendige relaties hebben met onderaannemers en toeleveranciers zouden parallel aan de langjarige opdrachten die men zelf aanneemt prijsafspraken kunnen maken. Voorwaarde om deze te kunnen nakomen is daarbij natuurlijk dat deze zakenpartners op hun inkoopmarkt (grondstoffen, arbeid et cetera ) vergelijkbare afspraken kunnen maken. Dat lijkt mij nauwelijks mogelijk.
De gezochte stabiliteit in het verloop van het bedrijfsresultaat zal daarom wel een illusie blijven. Een verschijnsel dat een zekere samenhang heeft met het voorgaande, is het meedoen aan aanbestedingen met aanbiedingen onder de kostprijs. De werkhonger zou voortdurend wel een of meer aannemers er toe kunnen verleiden onder de kostprijs op een werk in te schrijven. Het gevolg zou zijn dat eigenlijk bij voortduring werk verliesgevend zou zijn dat was verkregen via aanbestedingen. Het rechtstreeks verkregen werk zou dan deze verlieslatende praktijk moeten compenseren. Waarom bedrijven de aanbestedingen dan niet links laten liggen is voor mij een raadsel. De oplossing voor dit raadsel van de moordende concurrentie was de rechtvaardiging voor het vooroverleg met bijbehorende afspraken die in het verleden onlosmakelijk aan aanbestedingen verbonden waren.
Hoe je overigens onder de prijs kan aanbieden, terwijl je afspraken maakt, is onduidelijk.
Kijkend naar de rendementsontwikkeling van bouwbedrijven over een langere periode is de gelijkmatigheid hiervan een opvallend gegeven. Natuurlijk zijn de resultaten beter in perioden van een voorspoedige ontwikkeling van de bouwproductie. Met de kanttekening dat bij de kentering van de bouwconjunctuur de een beperking van de winst in het begin van de opgaande fase en het omgekeerde bij de neergaande fase optreedt bij de langlopende werken. Heijmans vertoont dus een normaal patroon in zijn winstontwikkeling. Opvallend is voorts dat er geen verschil lijkt te bestaan tussen de periode waarin vooroverleg nog gebruikelijk was en de actualiteit. De discussie van vandaag over hevige concurrentie, te lage prijzen en de krappe winsten lijkt als twee druppels water op die van vroeger. De rendementscijfers laten over een langere termijn (eerst met vooroverleg en nu zonder) ook geen breuk zien.
Het patroon is ongewijzigd. De bouwbedrijven slagen er niet in de conjunctuur te verslaan. Wel kunnen ze in de vette jaren sparen voor de magere.
Prof.drs. Adri Buur
Buur Consultancy, Hoorn
a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels