nieuws

Bouwonderwijs als fascinatie en levenswerk

bouwbreed

De ambachtsschool moet terugkomen. Met die uitspraak maakte Harry Verhoeven, directeur van de Bouweducatie groep, vrienden en evenzoveel vijanden. In zijn boek ‘De verwondering van het maken’ legt hij aan de hand van een historisch overzicht van het nijverheidsonderwijs uit, wat hij bedoelt met zijn zowel geprezen als gewraakte opmerking.

Voor Harry Verhoeven (56) is het bouwonderwijs veel meer dan een beroep of een bron van inkomsten. Het is een fascinatie en zelfs een levenswerk. Daaruit moet zijn kritiek op het huidige technisch beroepsonderwijs, samengebald in een pleidooi voor de terugkeer van de aloude ambachtsschool, worden verklaard.
Het onderwijs moet en kan anders, vindt hij. De aloude ambachtsschool kan daarbij als inspiratiebron dienen. Niet omdat hij heimwee heeft naar vroeger, maar omdat door vele onderwijskundige veranderingen waardevolle didactische elementen uit de techniek opleidingen zijn verdwenen. Geef die opnieuw hun plek en het beroepsonderwijs zal zienderogen verbeteren.
Dat zijn visie weerstanden heeft opgeroepen, begrijpt hij. “Voor en tegen worden veelal bepaald door emotionele betrokkenheid en niet door inzicht op objectieve feiten”, legt hij uit. “Het ontbreken van een toegankelijk totaalbeeld omtrent de historische ontwikkeling van het praktische beroepsonderwijs is hier mede debet aan.”
Om die leemte te vullen, worstelde Verhoeven zich door duizenden boeken. Hij bestudeerde manuscripten, nam werktekeningen onder de loep, bracht maanden door in stoffige archieven en zette tenslotte zijn bevindingen op papier.
Het resultaat van zijn inspanningen rolde deze dagen van de persen met als titel ‘De verwondering van het maken; de bouwopleiding van gilde tot opleidingsbedrijf’. Driehonderd fraai geïllustreerde pagina’s die een beeld geven van hoe ambachtslieden, zoals timmerlui en metselaars, in de loop der eeuwen hun vak leerden.

Luchtig

Het onderzoek loopt van de vuistbijl tot en met de computer. Het is een luchtig geschreven verhaal, waarbij Verhoeven saillante details niet uit de weg gaat. De leerjongens bijvoorbeeld die zich vanaf de middeleeuwen via een beroepsorganisatie, een gilde, in een vak als timmerman of metselaar bekwaamden, studeerden gemiddeld vier tot acht jaar. Ze werden in de praktijk opgeleid door een leermeester.
Zowel ‘leerknegt’ als meester had specifieke verplichtingen die ze schriftelijk vastlegden. De leerjongen mocht bijvoorbeeld niet jonger zijn dan veertien jaar, moest zijn meester leergeld betalen en van wat hij overhield droeg hij een gedeelte af aan het gilde. De leermeester op zijn beurt nam de jongen in huis en moest hem de fijne kneepjes van het vak bijbrengen. “Ook diende hij er voor te zorgen dat zijn pupil verder werd opgevoed tot een beschaafde en nuttige burger”, schrijft Verhoeven. “Naast het verwerven van technische vaardigheden stonden dus persoonlijkheidsvorming en maatschappelijke deugdzaamheid hoog in het vaandel.”
Doelstellingen die tot en met de ambachtsschool overeind bleven, maar in het huidige beroepsonderwijs niet uit de verf komen, betoogt Verhoeven. Natuurlijk wil ook het hedendaagse techniekonderwijs vaklieden opleiden en vanzelfsprekend zal geen enkele opleidingsdirecteur beweren dat zijn onderwijsinstelling niet beoogt goede burgers van de pupillen te maken. Niettemin laten de resultaten te wensen over. Verhoeven geeft het beroepsonderwijs een vette onvoldoende.

Betrokkenheid

Een nare boodschap die hij verzacht door niet alleen met een beschuldigende vinger naar de scholen te wijzen maar ook naar de bedrijfstak en de overheid. “Vanaf het moment dat de overheid de bekostigingssystematiek van het nijverheidsonderwijs volledig overnam van het regionale bedrijfsleven, verloor de laatste ook de regie en nog erger: zijn betrokkenheid.”
Het bedrijfsleven moet daarom weer heer en meester worden over zijn eigen opleidingen en de zoekgeraakt didactische elementen uit het onderwijs zoals dat aan de ambachtsschool nog werd gegeven, weer invoeren. “Inspirerende visie, durf en moed om de volledige regie van de beroepsopleidingen weer in handen te laten nemen door het bedrijfsleven, maar ook te stoppen met niet te snappen onderwijssystemen, is nodig om de zaken weer op de rails te krijgen.”
Het is een opinie die ook dit keer reacties zal uitlokken. Doch vast en zeker niet alleen negatieve. Het feit dat Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, het voorwoord schreef voor Verhoevens boek is wat dat betreft een gunstig teken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels